Een Nederlandse TT-winnaar? Voorlopig niet

Al vijftien jaar rijdt er geen Nederlander mee in de MotoGP, de hoogste klasse van de motorsport. Ondanks het bestaan van de TT van Assen. Waar blijft de Max Verstappen van de tweewieler?

De MotoGP-race vorig jaar op de TT in Assen. Beeld null
De MotoGP-race vorig jaar op de TT in Assen.

'Ahh Maaxxx', zegt motorcoureur Marc Márquez als hem wordt gevraagd of hij Max Verstappen kent, het wonderkind van de autosport. Zou een Nederlander ook kunnen toeslaan in de MotoGP, de Formule 1 van de motorsport?

Nederlandse kansen

Marquez, drievoudig wereldkampioen (2013, '14 en '16) in de topklasse, begint eerst over zichzelf. Dat hij het op zijn 20ste flikte, een Grand Prix winnen. Verstappen deed dat op zijn 18de. Over de Nederlandse kansen op een daverende entree in de MotoGP doet de Spanjaard vriendelijk. 'Waarom niet? Nu is er niemand uit jullie land in deze klasse, maar dat kan veranderen. Ik weet dat jullie in Nederland ermee bezig zijn.'

In 1977 won Wil Hartog de TT van Assen. Drie jaar later werd die overwinning in de 500cc, de toenmalige koningsklasse, gekopieerd door Jack Middelburg. Zij waren de 'Max Verstappens' van die jaren. Geldgebrek en een meestal gesloten deur bij de fabrieksteams verhinderden hun werkelijke doorbraak naar de top. Hoewel Hartog tweemaal vierde werd in het WK.

'Al vijftien jaar doen we niet meer mee in de hoogste klasse van de motorsport. Best wel triest en veel te lang', zegt Jurgen van den Goorbergh die in 2002 als laatste Nederlandse coureur in de MotoGP actief was.

Geen chauvinisme meer te bespeuren

'Het moment dat Jurgen, in 2000, aan kop liggend door de Geert Timmer-bocht kwam, was de laatste keer dat ik het circuit van Assen in vuur en vlam zag', zegt bondscoach Barry Veneman. Sindsdien viel er nooit chauvinisme te bespeuren op het laatste weekeinde van juni in Drenthe.

De racesport wordt beheerst door Spanjaarden en Italianen, van Márquez tot Rossi, met soms een verdwaalde Australiër (Stoner) dan wel Amerikaan (Hayden) aan de macht. Een Nederlander die mee rijdt, laat staan vecht om de zege vecht, is niet te vinden.

Oud-bondscoach Hennie Lentink runt drie racebedrijven. Hij zegt dat zo'n doorbraak nooit uitgesloten mag worden. 'Het kan. Beslist. Absoluut', zegt Lentink. Het is kwestie van opleiding, van geduld, van sponsoring en van jong beginnen en stevig volhouden.

Lees ook

In 2009 strandt de motorsport-carrière van Joey Litjens op een eik. Lichaam kapot, droom aan diggelen. Zaterdag rijdt hij in het voorprogramma van de TT in Assen.

Meters maken

Maar, zo geeft Lentink toe, er is in de Nederlandse situatie een enorme achterstand ten opzichte van bijvoorbeeld Spanje. 'Hier houdt het op een trainingsdag om half 6 op. De baancommissarissen pakken in. Racecontrol sluit. In Spanje komt er om 6 uur nog eens een joch op de baan. Die rijdt anderhalf uur. Er is geen geluidsbeperking zoals bij ons. Hij doet dat twee keer per week. Die maakt echt zijn kilometers. Wij moeten ook al die meters maken, anders word je niet beter.'

Ooit moest je, in Nederland, een rijbewijs hebben om te racen. Het was in de tijd van straatraces, op de openbare weg. Nu begint de jeugd steeds jonger met racen. De pocketbikes op de Junior Tracks van Assen, Veldhoven, Bergum, Stadskanaal en Emmer-Compascuum bijvoorbeeld. Jongetjes van 6, 7 en 8 jaar op de baan.

Bondscoach Veneman stimuleert het. 'Zes oefenparkoersen kan ik uitzetten op een baan van 1 kilometer. Telkens weer een andere opzet, om de jongens te laten leren. Ik noem het de schoolopleiding: kleuterschool, basis- en voortgezet onderwijs.'

Jurgen van den Goorbergh deelt handtekeningen uit (2004). Beeld null
Jurgen van den Goorbergh deelt handtekeningen uit (2004).

Drastischer stappen nodig

Het vervolgtraject heet NSF 100 Cup. Op die 100cc-machines stokt de ontwikkeling, meent Veneman. 'Italianen zeggen: op zo'n machine kun je niet racen. Hooguit rijden. Zij hebben de Mini-GP. Tweetakten, 50- en 80cc. Die machines zijn veel sneller.'

Er zijn drastischer stappen nodig, om internationaal mee te kunnen. Veneman vertelt van jongens van 8, 9 en 10 die elke twee weken naar Italië reizen om te racen. Colin Veijer (11) doet het al drie jaar. Veneman heeft een zoontje van 10, hij voetbalt 'en hij kan een lekker stukkie racen'. De familie Veneman overlegt wat te doen.

Het is het Verstappen-model. Vader Jos die met 4-jarige zoon Max al overal heen ging. Van kartbaan naar kartbaan. Jurgen van den Goorbergh, commentator van de NOS, heeft vrijdag, bij zijn reis van Breda naar Assen, zoon Zonta van 11 in de auto. Zonta racet, is beloftevol. 'Het is handig en voordelig een vader te hebben die thuis is in de motorracerij. Zonta is nu mee, om te kijken en met mensen kennis te maken', zegt Van den Goorbergh senior.

Of er in zijn zoon dan wel anderen een 'Max' schuilt? De ex-coureur is voorzichtig. 'De kans is kleiner dan in de kartsport. Er zijn in Nederland veel meer kartbanen. In onze sport zijn de trainingsfaciliteiten beperkt.'

Dat Márquez vriendelijk was over de mogelijke Nederlandse uitschieter zegt Van den Goorbergh niet veel. 'Márquez weet niet veel van nationale kampioenschappen. Maar ze kijken wel naar een klasse als de Red Bull Rookies Cup. Eentje die goed is pikken ze er zo uit.'

De winnaar van 2015 in die juniorklasse was een Nederlander, Bo Bendsneyder uit Rotterdam. Hij is nu een middenmoter in de Moto3, twee klassen onder de MotoGP. Bendsneyder weet dat de weg nog lang is, als hij in Assen verklaart dat MotoGP nog altijd zijn ultieme droom is. Hij zegt zelfs: 'Wereldkampioen in de MotoGP.' Dromen is niet verboden.

De Nederlandse coureur Bo Bendsneyder. Beeld null
De Nederlandse coureur Bo Bendsneyder.
Meer over