Een leven tussen wijsheid en wantrouwen

Wat Van der Geest is voor het judo, is de familie Kardolus voor het schermen. De sport wordt nog altijd verscheurd door machtsblokken, ziet Arwin Kardolus (45) tot zijn spijt....

Door Mark Misérus

Schermer Arwin Kardolus kijkt met ogen op steeltjes als hij hoort over Chris de Korte. De judocoach brengt decennialang kampioenen voort in zijn sport dankzij zijn eigenzinnige aanpak. Toen hij Marhinde Verkerk onder zijn hoede kreeg, leerde hij haar alle kennis van de sport te vergeten. Geamuseerd hoort Kardolus aan hoe het een wereldtitel van de Rotterdamse tot gevolg had.

Hij veert op. ‘Zo iemand als De Korte zouden we in het schermen ook moeten hebben. Die zou Bas Verwijlen moeten leeghalen en hem in Frankrijk opnieuw moeten opleiden. Dan komt hij nog verder dan waar hij nu is’, geeft de schermer zijn grootste concurrent een advies waarvan hij weet dat er toch niets mee zal worden gedaan.

Verwijlen verkeert nog altijd in de hoogste regionen van het schermen. Maar er is geen garantie dat hij bij het WK in Antalya zijn bronzen medaille van vier jaar geleden in Leipzig nog eens kan overdoen. ‘Het is al te laat om Bas opnieuw te leren schermen’, zegt Kardolus die zich in Turkije verdienstelijk plaatste voor de laatste 64 en zondag nog eens in actie mag komen.

45 jaar is Arwin Kardolus en in de vermoedelijke nadagen van zijn loopbaan moet hij concluderen dat Nederland als schermland de afgelopen decennia niets is opgeschoten. Zijn vijftiende nationale titel, waarmee hij afgelopen voorjaar de jeugd nog maar eens het nakijken gaf, onderstreept de situatie nog het beste.

Televisiebeelden werden in Wageningen nauwelijks gemaakt van Kardolus. Bij het NK had de NOS alleen oog voor Verwijlen die in eigen land op eenzame hoogte staat.

Kardolus begrijpt het wel. ‘Hij is aan de top alles wat we nog hebben’, zegt hij over zijn jongere concurrent, van wie hij zelf ook leert. ‘Bas heeft tegenover bijna alle toppers gestaan. We bespreken soms hoe we tegenstanders het beste kunnen aanpakken. Die wisselwerking heb ik in mijn hele leven nooit gehad.’

Het is moeilijk te bevatten voor Kardolus hoe het schermen is afgegleden in zijn land. Hij maakte alle internationale titeltoernooien mee, met de uitzending naar de Olympische Spelen van 1988 als hoogtepunt. De concurrentie met zijn broers Olaf en Oscar en Stephane Ganeff en Eddy Ham, allemaal leerlingen van zijn vader, hield hem scherp. De degenploeg behoorde jaren tot de wereldtop.

Totdat Roel Verwijlen, voorman van de concurrerende schermschool uit Brabant, inzette op de scholing van individuele talenten als zoon Bas. ‘Die keuze begreep ik wel. Maar daardoor is na Bas en mij en een handvol anderen, in de breedte niets overgebleven. Daar had de schermbond beter over moeten nadenken’, zegt Kardolus.

Miscommunicatie en te weinig wederzijds vertrouwen tussen de machtsblokken in de sport hebben de opleiding van talenten ook al weinig goed gedaan. De twee grootste schermfamilies van het land, Kardolus en Verwijlen, kwamen nooit tot samenwerking met elkaar. De schermbond, de KNAS, heeft volgens Arwin Kardolus ook nooit de oplossing gevonden.

‘We hebben geprobeerd met elkaar samen te werken. Maar door de lange historie die we met ons meesleepten, kwam het er nooit van. Als we toen zo samenwerkten als ik nu doe met de bond, dan hadden we bij de beste acht schermlanden van de wereld gehoord. Daar ben ik van overtuigd.’

De lengte en beweeglijkheid van Nederlanders zouden in het voordeel moeten zijn bij het grootbrengen van nieuwe schermers, zegt Kardolus. In plaats daarvan is Nederland afgegleden naar de 24ste plaats op de ranglijst en past vooral bescheidenheid.

Verwijlen is als een bloem in een woestijn die almaar verder uitdroogt, ook al verzamelen de grootste talenten zich al een paar jaar op Papendal voor het PITS-project dat de bond op poten zette. Zo snel gaat het bergafwaarts met de sport dat de beste en de meeste succesvolle degenschermer van het land al hebben geprobeerd de handen ineen te slaan.

In het belang van hun passie hebben Verwijlen en Kardolus de wederzijdse vooroordelen opzijgezet. ‘Onze vaders kunnen niet met elkaar overweg. Maar Bas en ik zien in dat er iets moet gebeuren, hoewel we als schermers geheel anders denken. We hebben de schermbond voorgesteld mijn vader de complete opleiding te laten aansturen en zijn vader naar de toernooien af te vaardigen. De bond wilde er niet aan.’

De brokstukken van het geruzie tussen de families vallen niet meer aan elkaar te lijmen. Wie de naam Kardolus draagt, wordt in en rond Oss gewantrouwd. Heet je Verwijlen, dan kijken ze je in Zoetermeer met argusogen aan. Kardolus weet dat Roel Verwijlen ziek is, maar durft er zijn zoon niet op aan te spreken. ‘Dat zegt toch genoeg?’

Kardolus heeft het er vaak met zijn vader over gehad. Hoe de eigengereide hoofden van twee trotse schermfamilies zelf het wiel probeerden uit te vinden, om er vervolgens achter te komen dat ze door samen te werken misschien veel verder waren gekomen.

Maar Kasper Kardolus wilde zijn trots niet laten varen, zoals ook maître Verwijlen zijn eigen plan trok. ‘Mijn vader heeft altijd elk gesprek willen aangaan, maar hij voelt zich niet begrepen. Het is een ongeleid projectiel. Hij heeft vaak gelijk, maar het gaat er ook om hoe je bepaalde dingen overbrengt. Ik sta wat minder op andermans tenen, denk ik.’

Wilde zijn vader maar veranderen, verzucht Kardolus. ‘Hij zou nog steeds kampioenen kunnen afleveren voor de bond. Als je hem ziet glimmen van trots als hij een meisje traint dat waarschijnlijk nooit wat zal winnen of een jongen begeleidt met concentratieproblemen, raakt mij dat ook. Maar de bond en hij begrijpen elkaar niet.’

De oude maître heeft na een emotionele strijd tegen de beleidsmakers ook zijn kinderen geleerd de KNAS te wantrouwen. Die gevoelens zijn nooit verdwenen. Toen Arwin Kardolus op zijn 30ste in een opwelling zijn afscheid aankondigde, trok een bondsofficial direct zijn B-status als sporter in. Voor de Spelen van 2004 werd hij in eerste instantie te oud bevonden, deelde de bond hem mede.

De plaats die de familie Van der Geest in het judo inneemt, vervult de pioniersfamilie Kardolus in het schermen. Als kind al kreeg Arwin van zijn vader te horen dat hij beter een andere achternaam had kunnen hebben. Kardolus heeft het nooit willen geloven. Hij is altijd met trots als ‘een van hun’ rond de wereld geweest.

Tegelijk maakt hij zich zorgen over zijn nichtje Kelly Boone. Ze wordt beschouwd als een van de grootste talenten sinds Sonja Tol, maar ontmoet ondanks een andere achternaam misschien toch dezelfde tegenwerking die een Kardolus ontmoet, denkt Arwin.

Zijn vader heeft zich bereid verklaard door te gaan om haar naar de Spelen van 2012 te helpen. ‘Er komen belangrijke jaren voor haar aan. Ik wil niet dat ze te maken krijgt met alle polemieken in het schermen. Dat heb ik zelf allemaal al meegemaakt.’

Zijn talent hielp hem op zijn zeventiende al aan een plaats bij de laatste twaalf van het EK. Het leidde zelfs tot opschudding in de schermschool, waar zijn oudere broers en zus Yvette nooit met de jongste rekening hielden.

Zijn vader wist wel beter. ‘Hij noemde me altijd zijn moeilijkste, maar beste leerling. Ik deed lang over het aanleren van technieken en bewegingen, maar als ik ze eenmaal kende, voerde ik ze perfect uit. Mijn broers en zus leerden veel sneller, maar beheersten de uitvoering weer veel minder.’

De interne competitie heeft altijd standgehouden in het gezin, al waaierden de leden ervan over het land uit en is het contact minder hecht dan vroeger. Zijn broers confronteren elkaar nog altijd graag met bijzondere erelijsten, zegt Kardolus lachend.

‘Kwam ik in de club, zag ik ineens dat mijn oudste broer Oscar 36 keer kampioen is geworden. Ja, omdat hij 20 keer met het sabelteam heeft meegedaan. Prima, maar dan tel ik mijn tien EK-deelnames er ook even bij op.’

Een spontaan quizvraagje komt in hem op: welke Nederlandse sporter deed voor Nederland het vaakst aan een WK mee? Jan Jansen, Ard Schenk of Arwin Kardolus? Zelfs bij de bond, waar broer Oscar de statistieken bijhoudt, zijn ze de tel kwijt. Het moeten 15 WK’s zijn, naast rond de 10 EK’s.

Als de nummer 147 van de wereld is Kardolus aan zijn derde jeugd begonnen, want zijn eerste comeback maakte hij al in 2002. Nu denkt hij niet eens over stoppen na, al is er een ondergrens. ‘Als ik me bij een WK afvraag wat ik daar sta te doen, is het over. Maar mijn vader werd op z’n 47ste nog Nederlands kampioen. En ik vind mezelf beter dan mijn vader. Net als Bas.’

Meer over