Een heel jaar trainen voor die ene topweek

Pieter van den Hoogenband (25) veroverde alle mogelijke titels, maar was nooit wereldkampioen. Daar moet komende week in Barcelona verandering in komen....

Van onze verslaggever John Volkers

`Het was mens tegen machine. Ik lag in een bak water van een meter of vijf en de bedieningsman zei dat het niet veel voorkwam dat hij de snelste man ter wereld in zijn bad had en dat hij mij wel eens wilde testen. Hij zette de stroommachine op vol. Dat ga ik verliezen, dacht ik, maar ik merkte dat ik er tegenop kon.

`Het werkt anders in zo'n kuip dan in een gewoon bad. Ik kon net iets sneller dan normaal. Mijn trainer, Jacco Verhaeren, vroeg hoe lang ik dat moest volhouden en die man zat maar te stamelen: zoiets heb ik nog nooit gezien. Normaal word je tegen de achterwand gespoeld, maar ik bleef niet alleen tussen de strepen liggen maar kwam zelfs vooruit. Dat zijn leuke dingen.'

Die snelste man van de wereld, sinds Sydney 2000 vooral bekend als de eerste man die de 48-secondengrens doorbrak en als tweevoudig olympisch kampioen, staat nog steeds niet te boek als wereldkampioen. In Fukuoka ging het twee jaar geleden op handslag mis, tegen de Amerikaan Anthony Ervin. Het knaagt niet aan hem. `Je hebt allereerst de Olympische Spelen. Dan een hele tijd niks en dan komen de wereldkampioenschappen. En dan weer een tijd niets, en dan de EK.'

De waarde van titels en de status van toernooien zijn Van den Hoogenband eigenlijk om het even. `Elke zomer wil ik alleen maar uitblinken op dat ene grote toernooi dat er dan is. En dat is nu Barcelona. Iedereen is hier op zijn top, iedereen wil goud winnen bij een WK. Daaarom wil ik juist hier iets groots laten zien.

`Een loopbaan is beperkt qua duur, ik wil rendement halen uit die loopbaan. Ik heb al vijf zilveren en een bronzen medaille gehaald bij WK's en het zou mooi zijn als ik daar een gouden plak aan kan toevoegen. Als dat één keer lukt, is het voor mij een superseizoen.'

Dat moet kunnen lukken, zeker op de door hem al vier jaar overheerste 100 meter vrije slag, `want ik ben beter en sterker.' Hij acht zich `zeker beter dan in Berlijn, waar ik vorig jaar eentiende van de 200-tijd van Ian Thorpe bleef. Hij zwom in Manchester toen bij de Commonwealth Games 1.44,7, ik bij de EK 1.44,8.'

De strijd om de titel van snelste zwemmer ter wereld speelt zich echter vanouds af op de 100 meter vrije slag. Dat sinds Sydney, sinds het door de Australiërs gepousseerde duel Thorpe-VdH, wordt gesproken van de 200 vrij als koningsnummer doet Van den Hoogenband af als een historisch misverstand.

`Toen ik daar in Sydney was, kwamen er twee oude Australiërs op me af. Welcome to the club, zeiden ze. Zij waren in de jaren vijftig en zestig olympisch kampioen op de 100 vrij geweest. Er stapte echt niemand op me af om zich voor te stellen als oud-kampioen op de 200 meter.

`Ik heb me twee jaar geleden, bij de WK in Fukuoka, laten opnaaien door alle Japanners die gek waren van die tweestrijd met Thorpe op de 200. Ian heeft me toen vernederd. Ik had me niet zo kapot moeten zwemmen op die laatste 50 meter.

`Daarvoor ben ik wel gestraft. Die energie had ik beter kunnen sparen voor de 100 meter die ik in de finale verloor. Ik heb allang ontdekt dat ook bij mij de energie niet oneindig in voorraad is. Vier jaar geleden bij de EK in Istanbul zwom ik in al mijn onbevangenheid een vol programma, maar ik miste daardoor wel het wereldrecord op de 200. Dat had er daar aan gemoeten. Een gemiste kans, ik had te veel gedaan.'

In Sydney doorbrak Van den Hoogenband in de halve finale van de 100 meter vrij als eerste de magische grens van 48 seconden. Hij zwom 47,84 en die tijd staat nu, bijna drie jaar later, nog steeds als een huis. In Berlijn reikte hij vorig jaar twee keer tot nabij die recordtijd (47,86 en 47,97), maar hij kwam centimeters tekort.

Hij denkt dat nu, in een voor-olympisch jaar, andere zwemmers ook op zijn etage gaan uitstappen. `Ik denk dat nu de tijd aanbreekt dat iemand anders daar ook onder gaat komen.' Nieuwere namen dan Popov, Callus, Lezak of Frolander kan hij niet produceren. Hij denkt eerder aan een kersvers jeugdtalent. `Ik was er ook ineens.'

Onder al die aandrang zal hij zelf ook op het eigen wereldrecord gaan jagen. `Dat beoog ik wel, ja. Ik voel me stukken beter en sterker. Ik had het er laatst met mijn vader over. Het is eigenlijk een superjaar geweest. Na de Spelen had ik in de voorbereiding op de vorige WK de drukte van de nieuwe ploeg die we moesten opzetten en toen begonnen we ook laat.'

In 2002 was er het moment dat collega-vedette Inge de Bruijn de ploeg moest verlaten, wegens onverenigbaarheid van karakters en haar onenigheid met andere zwemmers dan Pieter. Dat is ver achter de rug, volgens VdH. `Dit jaar waren er geen brandjes te blussen. Het is precies zo gegaan als ik wilde.

`Nu maar eens kijken wat ik kan, na zo'n jaar. Ik ben heel benieuwd. Het is in mijn sport een heel jaar trainen voor die ene week waarin alles moet kloppen, de week dat je top moet zijn. Dat is het rare maar ook de charme van zwemmen.'

Het `spelplezier' probeert Van den Hoogenband te bewaken door elk jaar met trainer-coach Jacco Verhaeren aan `nieuwe dingetjes' te werken. Het laatste is de vervolmaking van de vlinderbeenslag, de dolphin kick, afgekeken van Thorpe. De Nederlander werkt met een extreem grote vin aan beide voeten. `Om de synchrone uitvoering van de slag te bevorderen en de rugspieren sterker te maken.'

Het is ter verbetering van de onderwatertechniek. `Je mag reglementair vijftien meter onder water zwemmen, na start en keerpunt. Bij de start ontwikkel je je hoogste snelheid. Die kun je lang aanhouden. Als je bij het vlinderbenen de buik strak houdt en de armen stijf, dan schiet je door het water.

`Ik heb getest waar het onder water blijven te veel energie gaat kosten en waar ik meer snelheid boven water ontwikkel. Dat punt ligt op iets meer dan tien meter. Jacco Verhaeren en ik hebben er veel tijd ingestoken. Maar in de top gaat het om details, om doelen te stellen, om je materiaal op orde te hebben.'

Omdat Van den Hoogenband in het water de snelste man van de wereld is, kreeg hij begin dit jaar een groot contract met Nike. Die firma tracht een niet onbelangrijk detail, de kleding, tot het uiterste te verbeteren. Volgend jaar, bij de Spelen van Athene, moet de superbroek klaar zijn. `Wij willen goud op de 100 vrij in het olympisch zwembad, hebben ze daar bij Nike gezegd. Wie moeten we dan hebben? Van den Hoogenband. En toen stond daar ineens een boer uit Geldrop in een flitsend Nike-pak.

`Ik vind het een eer dat je daarvoor gevraagd wordt. Ik moet voor hen die gouden plak binnenhalen. Zij willen de beste, want zij zijn de beste.'

Eind april moest Pieter van den Hoogenband van Nike voor een dagje naar Barcelona komen, voor reclamefoto's. Hij stond er samen met de wielrenner Lance Armstrong, `aardige kerel, geschikte peer, maar wel iemand die een scherm voor zich heeft opgetrokken. Voor mij liet hij dat, als sportmensen onder elkaar, wel een beetje zakken.'

VdH zette met zijn Hollandse humor in het vervolg van de fotoshoot de Amerikaanse Tourwinnaar nog aardig op het verkeerde been. `Het liep tegen vijven en het was nogal druk op de weg. Armstrong was met de fiets gekomen en ik zeg: Lance, kan ik je fiets even lenen, anders haal ik mijn vlucht niet. Je krijgt het karretje later wel terug. Maar die humor was aan hem niet besteed. No way, zei-ie. Grapje, grapje, zei ik.'

Meer over