Een gekkenhuis met duistere types

PSV gaat vanavond op bezoek in Stade Vélodrome, een gevreesd bolwerk. Oud-speler Koot: ‘L’OM is pure hartstocht.’..

Van onze verslaggever Charles Bromet

Zoet is de herinnering van de voetballer die zijn ogen eens rustig over de tribunes van Stade Vélodrome laat glijden. Hoe oud moet hij geweest zijn, vraagt de speler van PSV zich hardop af. Een jaar of 13, vermoedt Otman Bakkal. ‘De pass van Frank de Boer, het schitterende doelpunt van Dennis Bergkamp. Ja, Nederland - Argentinië uit 1998 staat me nog helder voor de geest.’

Coach Huub Stevens noemt het stadion van opponent Olympique Marseille ‘niet meer van deze tijd’. Om daar nog wel aan toe te voegen: ‘Maar als je weet wat hier gebeurd is, kijk je er toch anders tegenaan.’

Een machtige zomer in Frankrijk, eindigend met een verloren strafschoppenserie tegen Brazilië in de halve finale van het WK, voert de PSV-selectie tien jaar terug in de tijd. Voor de fans van Olympique is de accommodatie vertrouwd terrein. Hier zijn zij de baas. Hier laten zij zich gelden. En hier dient de opponent, van welk pluimage dan ook, ontzag te tonen.

‘Stade Vélodrome kan een compleet gekkenhuis zijn’, weet oud-international John Rep. Als speler van Bastia en Saint-Etienne was hij eind jaren zeventig, begin jaren tachtig zes seizoenen actief in de Franse competitie. ‘Ik was er al eens met Ajax geweest. Toen werden flessen op het veld gegooid en vlogen na afloop de klinkers door de bus. Zo uiten ze zich hè.’

In 1979 twijfelde Rep over een bod van Olympique. Hij besloot er niet op in te gaan. ‘Ik hoorde links en rechts dat het er financieel duister was. Bovendien was daar altijd wel wat aan de hand. Dan mag Olympique wel een club zijn met status, ik had er geen zin in.’

‘L’OM is pure hartstocht’, zegt oud-PSV’er Addick Koot, die lang voetbalde in Frankrijk, bij Cannes en Lille. ‘Het publiek kan van de ploeg houden, maar de haat kan ook groot zijn. Het is geen uitzondering geweest dat spelers moesten vluchten in de kofferbak van collega’s om te ontsnappen aan de agressiefste fans.

‘Het vergt een bepaald soort speler om hier te slagen’, zegt Koot. ‘Ik woon in Cassis, vlak bij Marseille, waar de voetbalbeleving van de mensen typisch Mediterraans is. Als je niet wilt dat die supporters je met stenen bekogelen of je huis leegroven, wat ook geregeld is gebeurd, kun je maar beter alles geven. Luie spelers worden namelijk niet gepruimd.’

In de geboortestad van twee van de technisch begaafdste voetballers uit Frankrijk van de afgelopen decennia, Eric Cantona en Zinedine Zidane, is de honger naar succes enorm. Acht landstitels veroverde Olympique Marseille, maar de laatste dateert alweer van 1992. Een jaar later won de club van de toenmalige invloedrijke voorzitter Bernard Tapie de Champions League, door in München met 1-0 van AC Milan te winnen.

Die zege werd overschaduwd door het omkoopschandaal dat de club vervulde met schaamte. Drie spelers van Valenciennes waren omgekocht voor het kampioensduel. Het leidde tot degradatie naar de Ligue 2 in 1994.

In zijn enige seizoen bij Valenciennes werd Patrick Paauwe herinnerd aan de affaire. ‘Zeker in de kranten was het een big issue. Op de club werden grappen gemaakt over zakjes geld die nog bij iemand in de tuin moesten liggen.’

Hoewel hij er slechts één keer speelde, maakte de accommodatie van Olympique indruk. Paauwe: ‘Het zal te maken hebben met de stad, het zuiden. De sfeer is vergelijkbaar met die in een uitwedstrijd tegen Fenerbahce. Hectisch, maar tevens geweldig om in te voetballen.’

Koot herinnert zich eveneens zijn tijd als speler, toen hij in de catacomben van Stade Vélodrome werd geconfronteerd met ‘duistere types die daar weinig te zoeken hadden’.

Met een lach: ‘Dan stond zo’n man me aan te kijken en dacht ik: oeps, wat wil deze persoon van me. De verhalen over de verwevenheid tussen Marseille en de onderwereld ga je op zo’n moment wel geloven.’

Onder de nieuwe voorzitter Pape Diouf, de enige Afrikaanse preses van een Europese topclub, is er voorlopig rust bij Olympique en dat is volgens Koot een bewonderenswaardige prestatie. Het verbaast de oud-speler van PSV echter niet, want de voorzitter was acht jaar zijn zaakwaarnemer.

‘Dankzij Diouf wordt Olympique nu goed bestuurd, en dat is eigenlijk een unicum in de geschiedenis van de club. Neem nu als voorbeeld het gedoe rond Hatem Ben Arfa, de zomeraankoop van 17 miljoen euro die weigerde in te vallen. Er werd een persconferentie belegd, die heel sterk geënsceneerd leek. Maar die jongen biedt zijn excuses aan en de boel is weer gesust.’

Rep: ‘Marseille is een club waar het altijd op en neer zal blijven gaan. Natuurlijk hebben ze een enorme status, maar dat komt vooral door de voetbalgekke stad.’

Paauwe: ‘Het is een fantastische club, maar vooral vanwege de uitstraling.’

Meer over