ANALYSE

Een finishfoto moet je leren lezen: ‘Het is delicaat, het is millimeterwerk’

Wout van Aert won zondag de Amstel Gold Race na lang bestuderen van de finishfoto. Is die technologie wel betrouwbaar? ‘Soms is het lastig heel precies te zien waar het wiel begint.’

V.l.n.r. finishen Pidcock (2de), Schachmann (3de) en Van Aert (1ste). Beeld EPA
V.l.n.r. finishen Pidcock (2de), Schachmann (3de) en Van Aert (1ste).Beeld EPA

In een tijdsbestek van een halve week moesten vier wielrenners nagelbijtend afwachten wie er als eerste over de eindstreep was gekomen. Er kwamen finishfoto’s aan te pas om te bepalen dat niet Demi Vollering maar Ruth Winder woensdag de Brabantse Pijl had gewonnen en niet Tom Pidcock maar Wout van Aert zondag de Amstel Gold Race. In beide gevallen bedroeg het verschil 0,0004 seconden.

Daarmee is het pleit in de beleving van sommigen nog niet beslecht. Op Twitter passeerden opnames die suggereerden dat de apparatuur in Berg en Terblijt op de verkeerde plek stond opgesteld, iets voor de streep. Pidcock zou daarmee de zege zijn onthouden. Nadat hij zelf eerst vrede leek te hebben met de uitkomst, meldde de Brit later dat de foto bij hem meer vragen opriep dan antwoorden. Van Aert zei dat hij vertrouwen had in de technologie, maar dat hij toch wat verward raakte. Dan weer leek hij de winnaar, een still verderop was het zijn tegenstander. In zijn column in Het Laatste Nieuws etaleerde oud-renner Tom Boonen zijn twijfels. ‘Hoe correct is zo’n meting nog als het over zulke kleine verschillen gaat. Dat toestel meet wel juist, maar is de stelling ervan honderd procent juist?’ Het Nederlandse jurylid Wilfred Haan die voor de internationale wielerfederatie in Limburg ter plekke was, mag van de UCI niet reageren.

Titanenklus

Zijn Vlaamse collega Jempi Jooren, gespecialiseerd in het plaatsen van fotofinish-apparatuur, was er zelf niet, maar hij heeft er alle vertrouwen in dat het toestel op de goede positie heeft gestaan. De werking wordt nog voor de aankomst extra gecontroleerd. Jooren spreekt wel van een ‘titanenklus’. ‘Het is delicaat, het is millimeterwerk.’ De camera hangt op enkele meters hoogte, om diepte in de opnames te krijgen. ‘Er kan natuurlijk altijd iets misgaan, iemand kan er bijvoorbeeld per ongeluk tegenaan stoten. Maar dan is er altijd een back-up: aan de andere kant van de weg staat iets gelijkaardigs.’

De camera registreert de aankomst met de nauwkeurigheid van een duizendste millimeter. De digitale finishlijn staat loodrecht op de scheiding van de eerste witte streep van 34 centimeter breed met een zwarte van vier centimeter (weer gevolgd door een wit vlak van 34 cm). Wie die lijn met de voorkant van het wiel het eerst raakt, is de winnaar.

De fundering voor het laatste oordeel bestaat uit twee componenten: de visuele waarneming en de tijdregistratie. Jooren: ‘Als je met een cursor van het ene wiel naar het andere gaat, zie je op het scherm de tijd verspringen - dat moet dus in beide wedstrijden 0,0004 seconden zijn geweest.’ De geringste verschuiving van de cursor beïnvloedt het onderlinge verschil, maar daar valt niet altijd aan te ontkomen. ‘Soms is het lastig heel precies te zien waar het wiel begint. Er kan sprake zijn van overbelichting, de schittering van de zon, misschien regende het wel op dat moment. Maar onder ideale omstandigheden kunnen we inzoomen tot op de pixel precies.’

De finishfoto van de Amstel Gold Race. Van Aert (boven) is een fractie eerder dan Pidcock. Beeld BELGA
De finishfoto van de Amstel Gold Race. Van Aert (boven) is een fractie eerder dan Pidcock.Beeld BELGA

Millimetersprint

Dat in een dergelijke ontknoping veelvuldig de bloedstollende kwalificatie millimetersprint opduikt, is volgens Jooren ten onrechte. Zo’n minimaal verschil in tijd betekent toch al snel centimeters in afstand; ook in Berg en Terblijt is dit het geval geweest. Dat dit onderscheid niet duidelijk zichtbaar is op de finishfoto hangt samen met vervorming en verkleining, licht de UCI-commissaris toe. Vergelijkingen met gewone foto’s gaan mank. Het beeld is opgebouwd uit schijfjes, enkele duizenden frames per seconde die aan elkaar worden gekleefd, opgenomen op de eindstreep. Daardoor treedt vertekening op. Zo oogt een renner wat langwerpig als hij langzamer over de meet komt dan zijn tegenstander, kleiner als hij snel de streep passeert.

Het kleurenpalet rondom de finish – de shirts, de reclameborden, de belijning – verandert ingrijpend op de opname, tinten verdwijnen zelfs; het hangt samen met de belichting. Volgens Jooren ligt dit ook ten grondslag aan de interpretaties over de onjuiste opstelling van de camera in Limburg. Daarin wordt gewezen op het ontbreken van een rood bord met Amstelreclame pal aan de eindstreep. ‘Je moet dit soort foto’s echt leren lezen. Maar uiteindelijk telt alleen het uiterste van het voorwiel.’

Waar je zeker niet vanuit kunt gaan zijn de snel beschikbare beelden in herhaling op tv. ‘Die camera’s staan bijna nooit precies op de finishlijn, daar is vaak geen ruimte voor, en ze zijn voorzien van een groothoeklens. Mijn reactie bij het zien van de Amstel Gold was ook: het is Pidcock. Maar dat klopte dus niet.’

Banddiktes

Hij heeft in zijn carrière nog niet meegemaakt dat hij zich in een wegwedstrijd genoodzaakt zag twee winnaars uit te roepen. In het baanrennen, waar de verschillen geregeld minder dan banddiktes zijn, komt het een enkele keer voor. Het reglement van de UCI voorziet wel in een oplossing: renners mogen het met elkaar uitvechten in een sprint van 1000 meter, met staande start.

Dat het nagelbijten in Belgisch Brabant en zeker in Nederlands Limburg enige tijd in beslag nam, is volgens de UCI-commissaris onvermijdelijk. Eerst worden de beelden bekeken door de jury, waarna ze worden getoond aan de renner en diens ploeg. ‘We beseffen heel goed dat alle betrokkenen zo snel mogelijk resultaat willen zien. Maar voor ons is dit het allerbelangrijkste: feiten, geen gissingen.’

Meer over