Een Britse race-auto in Nederlandse handen

Twee Nederlanders adopteerden het kleine Britse sportwagenmerk Marcos. Wim Noorman bouwt de race-auto's, Cor Euser racet ermee - en blijft de grote merken regelmatig vóór....

Van onze verslaggever Joost Ramaer

Volgas sleurt Cor Euser de kleine Marcos de pitstraat uit, het circuit van Zandvoort op. Tweede versnelling: de achterwielen slaan heftig door. Derde versnelling: zelfde verhaal. Met speels gemak neemt hij in een krankzinnig tempo de eerste bochten. Wild kwispelend op de spekgladde baan stormt de Marcos de Hunzerug op. Razendsnel sturend houdt Euser het ding onder controle.

Zodra de grip is hersteld, versnelt de auto als een raket. De achtcilinder Ford-motor schakelt over van brullen naar huilen. Hulpeloos kaatst het gehelmde hoofd van de verslaggever heen en weer tussen de buizen van de rolkooi. Hij ziet alleen een toerenteller. Hoe hard? 'Dik tweehonderd per uur', schreeuwt Euser boven het oorverdovende kabaal uit.

Luttele minuten later is het feest weer voorbij. Met moeite kruipt Eusers passagier de auto uit, en toont de omstanders in de pitbox ongewild zijn kletsnatte achterste, veroorzaakt door de regen die vrijelijk door de kieren van de Marcos-koets naar binnen sproeide. Bulderend gelach. 'Zo kunnen ze niet zien dat je in je broek hebt gepiest', roept Euser vrolijk.

Naast NedCar, de gezamenlijke onderneming van Ford en Mitsubishi, en Donkervoort, maker van kleine, razendsnelle tweezitters, is Nederland in stilte een derde autofabriek rijker geworden - al staat die dan in Engeland. De neerlandisering van Marcos is de verdienste van Cor Euser, een ervaren Nederlandse coureur.

Euser is specialist in de zogenoemde GT-klassen: races van vier, acht of zelfs 24 uur in auto's die zijn afgeleid van in serie geproduceerde sportwagens zoals de Porsche 911 en de Dodge Viper. Hij heeft een eigen renstal die ook race-auto's verhuurt aan derden.

Vier jaar geleden liep Euser tegen Marcos aan, een klein, eeuwig noodlijdend Brits sportwagenmerk dat in 1960 werd opgericht door Jem Marsh. De eerste Marcos gold als spuuglelijk, maar hij reed de concurrentie wél aan flarden. In deze auto begon de latere topcoureur Jackie Stewart zijn loopbaan. Maar Marcos werd pas echt beroemd nadat het monster in 1964 in een tijdloze schoonheid was getransformeerd. Dit fraaie ontwerp vormt nog steeds de basis van de huidige Marcossen.

Met zwaar opgevoerde versies daarvan begon Euser te racen. De auto's bleken razendsnel, maar gingen te vaak kapot. 'Cor had voortdurend kwaliteitsproblemen', vertelt Wim Noorman, Eusers partner in Marcos. 'De Britten zijn keien in het ontwerpen en afstellen van race-auto's, maar ze maken hun onderdelen op machines die wij nog niet eens in een museum zouden willen zetten.'

In 1996 vroeg Euser of Noorman hem kon helpen. Noorman, voormalig bedrijfsleider in een machinefabriek, was in 1991 voor zichzelf begonnen onder de naam Eurotech. Het bedrijf draaide en freesde metalen precisie-onderdelen.' Inmiddels heeft Eurotech 185 man in dienst en een omzet van 35 miljoen gulden. Het bedrijf van Noorman levert onderdelen aan onder meer ASM Lithography en Philips Medical Systems.

Gaandeweg was Noorman ook in de racerij beland. Voor diverse renstallen maakte hij onderdelen of zelfs complete race-auto's. 'Ik wist niets van auto's maar alles van moderne metaalbewerking', zegt Noorman. 'Zelf had ik nooit geraced en dat wilde ik ook zo houden, vooral vanwege het geld: er is altijd wat met die auto's.'

Maar Cor Euser wist Noorman uit zijn gezonde scepsis te doen ontwaken. 'Het begon met de wielophanging van die Marcos van hem, daarna was er weer dit, dan weer dat. Tja, hoe gaat dat? Je weet hoe het wel moet, en je wilt iemand helpen.' Eind 1996 liet Noorman zich uiteindelijk door zijn Sirene meetronen naar de kroeg. 'Toen we allebei flink onder de olie zaten, zei Cor ineens: ''Ik wil volgend jaar Le Mans rijden in een Marcos. Kun jij die voor mij bouwen?'' Voor ik er erg in had, was de deal gesloten.'

Euser had zijn oog laten vallen op de LM 600, een race-auto die Marcos net had ontwikkeld. Met een gewicht van nog geen duizend kilo en 680 pk onder de kap is het een onvervalst duivelsgebroed - kortom, een kolfje naar Eusers hand. Hij rijdt zijn races met een jaarbudget van twee tot drie miljoen gulden. Noorman nam de auto voor zijn rekening. Kosten: ongeveer één miljoen.

Zulke bedragen zijn zakcentjes in de autoracerij. Eusers voornaamste rivaal, een renstal met Dodge Vipers, spendeert 22 miljoen gulden per auto - en dan levert DaimlerChrysler de Vipers nog gratis. Om Le Mans te rijden, heb je minstens één bijrijder nodig, en Eusers geld was op. Daarom strikte hij een steenrijke Japanse amateur-coureur, die zijn deelname zelf betaalde.

'Die Japanner blies al tijdens de training de motor op', vertelt Noorman. Geld voor een nieuwe motor was er natuurlijk evenmin, en dus verscheen de Marcos met een opgelapt blok aan de start. Na zes uur viel hij uit. Maar behalve Le Mans reed Euser in 1997 ook een paar GT-races in Engeland. Daar reed hij zijn rivalen helemaal zoek - inclusief de LM 600 van de Marcos-fabriek zelf.

Zo kwam Noorman in contact met Philip Hulme, de toenmalige eigenaar van Marcos. Deze steenrijke Britse ondernemer kocht het merk begin jaren negentig, enkel en alleen omdat hij er al sinds zijn achttiende verliefd op is. Later volgde een stiekeme verbintenis met Wiet Huydecoper, een gerenommeerde Nederlandse ontwerper van race-auto's die op dat moment voor Porsche werkte.

Hij mag dan regelmatig voor ze werken, eigenlijk heeft Huydecoper een hekel aan de arrogante Duitsers met hun miljoenenbudgetten. In het geheim nam hij Eusers Marcos onder handen. Het resultaat was de LM 600 EVO, die werd gebouwd door Eurotech en in juli van dit jaar gereed kwam. Sindsdien behaalde hij in zeven races vijf podiumplaatsen, waarvan drie overwinningen. 'Met minder dan 10 procent van hun budget blijft Cor de Vipers nog vaak vóór', glundert Noorman.

Dat was Hulme ook niet ontgaan. Begin dit jaar bracht hij Marcos onder in een joint venture met Eurotech. Marcos Engeland maakt alleen nog auto's voor op de weg. Eurotech bouwt alle race-Marcossen. Daarnaast namen de Nederlanders en de Britten privé belangen in het nieuwe Marcos Sales and Marketing, dat de race-auto's verhuurt of verkoopt.

Naast de LM 600, die uitsluitend beschikbaar is voor professionals, bracht Marcos een tammere versie met 'slechts' 350 pk op de markt - het model waarin de Volkskrant een natte broek haalde. Deze Mantis is bedoeld voor, zeg, de rijke tandarts die op rijpere leeftijd voor zijn plezier gaat racen. Tot die categorie behoort Bobby Sijthoff, de zoon van de oprichter van Het Financieele Dagblad, die zijn Marcos regelmatig op Zandvoort uitlaat.

Bij zulke mensen vindt dit merk gretig aftrek. 'Het is een echte gentleman's racer', aldus Noorman. 'Hij heeft een mooi, nostalgisch ontwerp, is veel exclusiever dan een Porsche of Ferrari, en relatief goedkoop.' Een race-Mantis kost zo'n anderhalve ton, een vergelijkbare Porsche vier keer zoveel.

Noormans Marcos-avontuur is nu al winstgevend. Hij verdient flink aan de race-auto's - hoeveel precies wil hij niet zeggen, maar het gaat om tienduizenden guldens per exemplaar. Bovendien gaan zijn productiekosten omlaag naarmate hij er meer verkoopt.

Tot dusver verkocht Eurotech drie LM 600 EVO's - die zijn iets duurder: 675 duizend gulden per stuk. 'Die maken we alleen op bestelling.' De Mantis niet. 'Dit jaar maken we er zo'n twintig op voorraad. Mensen die zo'n ding zien racen, willen de volgende keer meteen zelf kunnen meedoen.'

Daarnaast wil Eurotech ook de productie van weg-Marcossen opvoeren. Vorig jaar verkocht het merk 52 'gewone' auto's, maar Noorman ziet een markt voor ongeveer honderd stuks per jaar. Ter vergelijking: het Italiaanse Lamborghini, inmiddels eigendom van Volkswagen, komt uit op 250 auto's, het Britse TVR op achthonderd exemplaren. Ook de weg-Marcos is aantrekkelijk geprijsd. Het 'basismodel', de Mantara met een Rover V8-motor, kost zo'n 120 duizend gulden.

De pitbox van Marcos op Zandvoort, afgelopen woensdag. Euser onthaalt circuit-medewerkers op gratis ritjes in zijn bolides. 'Typisch Cor', zegt een oudgediende. 'Zo'n dagje kost hem een kapitaal aan benzine en onderhoud, maar hij vindt het leuk om te doen.' Met de auto's is altijd wat, inderdaad. De ene Marcos vliegt de grintbak in, de andere belandt tegen de vangrail. Euser vertrekt geen spier: business as usual.

Zo gauw ze zijn opgelapt, worden de auto's weer vlot naar buiten gerold. 'Wie wil er nog een ritje maken?', roept Cor. En voor de zoveelste keer scheurt hij brullend de pitstraat uit, de Tarzan-bocht tegemoet.

Meer over