Een bijna vergeten topper

Plotseling drong de vraag zich op. Het WK zat er aan te komen, bondscoach Leo van Vliet pronkte met de prestaties van zijn kopman Robert Gesink, en Lars Boom bezorgde Nederland eindelijk weer succes in een grote wielerronde. En toen was er dus ineens die vraag.

Door Mark Misérus

Hoe is het met Thomas Dekker? Wat doet de beoogde redder van het Nederlandse wielrennen, waar woont hij, traint hij nog? Denkt hij nog aan een terugkeer?

Nadat hij kort voor de laatste Tour de France was geconfronteerd met een positieve urinestaal uit 2007, werd het angstvallig stil rond de renner. Zijn ploeg Silence-Lotto stelde hem op non-actief en de carrière van het talent leek abrupt tot stilstand gekomen.

Zijn persoonlijke website ging op zwart en bleef dat ook. Het Gran Fondo Thomas Dekker, de wedstrijd waarin hij voor het goede doel met fans fietste, werd geannuleerd. Kranten, tijdschriften en tv-programma’s bleven ruimte maken voor wielrenners, maar dan voor Gesink en Boom.

Het wachten is op de contra-expertise, waarvan de uitkomst maandag wordt verwacht. Dan blijkt of de voormalige wielerhoop van Nederland werkelijk de fout in is gegaan, eind 2007.

Intussen maakt bijna niemand zich nog druk om de renner die Joop Zoetemelk als Tourwinnaar zou gaan opvolgen. Het managementbureau van de broers Berkhout heeft hem sinds de Tour zelfs niet meer gesproken. ‘We moeten nog kosten vergoed krijgen voor de Gran Fondo van vorig jaar, maar dat zullen we maar vergeten’, zegt Martijn Berkhout.

Bondscoach Leo van Vliet zegt geen contact meer te hebben met de renner, aan wie hij bij de Amstel Gold Race en de Curaçao Race, jaren een goed uithangbord had.

Jacques Hanegraaf, die zich jaren met plezier als zijn manager opwierp, weet niets meer dan dat Dekker ‘strijdbaar’ is. ‘Hij houdt zich rustig, geloof ik. En nee, zijn manager ben ik niet meer.’ Wie dat wel is, weet hij niet.

Egon van Kessel, de voorganger van Van Vliet, sprak na het bekend worden van het nieuws nog één bericht in op Dekkers telefoon. ‘Ik heb er nooit iets op teruggehoord.’ Ook de Volkskrant lukt het niet hem te spreken te krijgen.

Marc Sergeant, manager van de Silence-Lottoploeg, heeft hem na de Tour nog een keer aan de telefoon gehad. ‘Ik heb hem alleen gezegd dat hij moraal moest houden om ooit zijn rentree te kunnen maken. Meer niet. We hadden ook niet veel te bespreken.’

Waar de renner nu uithangt, weet Sergeant zelfs niet. Of hij dat ook niet hoeft te weten van een werknemer? ‘Hij rijdt nu toch geen wedstrijden meer voor ons. Ik wacht de contra-expertise af.’

Bij Silence-Lotto zitten ze met de zaak in de maag. De ploeg is verplicht Dekker door te betalen voor de tijd dat hij op non-actief is gesteld. Het kost de sponsor een bedrag waarmee volgens Sergeant ‘een goede luitenant voor een Tourwinnaar’ kan worden aangetrokken. ‘Maar we staan met de rug tegen de muur.’

Datzelfde geldt voor Dekker, wiens vriendenkring sinds het nieuws drastisch is uitgedund. Van de fans die met hem pronkten toen zijn carrière steil opwaarts verliep, zijn er nog maar weinig overgebleven. In de woorden van Dekkers advocaat Hans van Oijen: als je de wind in de rug hebt, wil iedereen je vriend zijn.

Volgens boezemvriend en ploegmaat Michiel Elijzen kijken alleen zijn familie en een paar vrienden nog naar hem om. Af en toe bellen zijn voormalige idool Michael Boogerd of ex-trainingsgenoten Laurens ten Dam en Bas Giling met hem. Elijzen spreekt Dekker minimaal een keer per week.

De twee raakten met elkaar bevriend tijdens een trainingskamp van Rabobank. Dekker kwam over naar de junioren, Elijzen was nog amateur. Het klikte niet meteen. ‘Hij verkondigde toen al dat hij wereldkampioen ging worden. Ik dacht: wat een arrogante etter.’

Dat stigma is altijd aan Dekker blijven kleven. Grote bek, dure kleren, snelle auto’s, werd er vlug over hem geoordeeld. Het klopt allemaal, zegt Elijzen. Alleen vergeten de mensen volgens hem dat hij in wezen nooit echt is veranderd.

Vroeger, toen hij nog thuis woonde in het West-Friese Dirkshoorn, koketteerde Dekker net zo graag met zichzelf als nu op zijn 25ste. ‘Maar tegelijk is hij nog steeds een lieve, eerlijke jongen die zich om anderen bekommert en voor mij door het vuur ging om een contract bij Silence-Lotto te regelen. Alleen is zijn banksaldo iets anders geworden’, zegt Elijzen.

De villa die Dekker kocht in het Belgische Lommel, ook op verzoek van zijn ploeg, moet nog steeds in gebruik worden genomen. De bedoeling was dat hij er voor de Tour zou intrekken. Dat werd door een druk voorjaar uitgesteld tot na de Tour, waarvan hij de start nooit zou halen. ‘Nu staat zijn hoofd niet naar klussen’, zegt Elijzen.

Het merendeel van de tijd verblijft Dekker in Lucca, in Toscane. In Italië heeft hij volgens Elijzen veel vrienden. Met Stefano, de zoon van wielertrainer én omstreden bloeddokter Cecchini, week hij bijvoorbeeld direct na het uitkomen van de positieve test uit naar Ibiza voor een vakantie.

Maar er speelt ook een ander motief mee voor Dekker om in Italië te blijven, denkt Elijzen. Het land waar wielrennen tot de volkscultuur behoort, vergeeft renners die in opspraak zijn gekomen, gemakkelijker hun zonden. Renners als Basso, Garzelli en Ricco vroegen vergiffenis nadat ze hun dopingschorsing hadden uitgezeten, en kregen die ook.

Of Dekker die tweede kans in Nederland ook verdient? Het zou zo moeten zijn, vindt ex-bondscoach Van Kessel. Maar of het in de praktijk ook zo werkt, is maar de vraag. Voor Sergeant is in een bepaald opzicht de analyse van de tweede bloedstaal zelfs helemaal niet meer van belang. ‘Thomas is toch al gebrandmerkt voor het leven.’

Had het allemaal anders kunnen lopen? Heeft de wielerwereld een talentvolle jongen uit de polder niet te snel op een schild gehesen en hem groter willen maken dan hij misschien wel was? ‘We kunnen hier allemaal wat van leren’, concludeert Van Kessel.

Elijzen denkt er anders over. Volgens hem is de teloorgang van het grootste wielertalent van voorheen toe te schrijven aan één iemand: Dekker zelf.

‘Hij wilde zo snel mogelijk zo goed mogelijk worden. Dat is hem gelukt en dan krijgt hij de deksel op zijn neus. Dat kun je anderen moeilijk kwalijk nemen.’

Dekker gedroeg zich excentriek en ongrijpbaar en iedereen vond het prachtig zolang hij zijn erelijst maar geregeld aanvulde. Toen volgde de breuk met Rabobank, de ploeg die hem had opgeleid en grootgebracht. Dekker werd niet meer vertrouwd en weigerde zich volgens de leiding te conformeren aan de strengere regels die werden opgesteld na het debacle rond geletruidrager Michael Rasmussen.

Er bestonden en ontstonden twijfels over Dekker. De internationale wielerunie deelde hem mee dat zijn bloedwaarden varieerden, wat op het gebruik van verboden middelen kon duiden. Pas na veel vijven en zessen vond hij onderdak bij Silence-Lotto, dat hem aanvankelijk ‘een koopje’ had genoemd.

Dekker moest er opnieuw beginnen, wist hij. Hij klauterde langzaam uit het dal, maar zijn gedrag veranderde niet ondanks zijn nieuwe status. Was het dan wel zo verstandig naar de start van Luik-Bastenaken-Luik te komen met een geleende Ferrari, terwijl hij zich juist weer moest waarmaken?

Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen, zegt zijn vriend Elijzen. En die benen had hij eens wat meer moeten laten spreken dan zijn mond, oordeelt Kees Sengers.

De eigenaar van een metaalbedrijf in Luyksgestel ontfermde zich het afgelopen jaar over Dekker, wiens ouders hij bij toeval ooit tegen het lijf liep. De renner en de zakenman kunnen het goed met elkaar vinden. Sengers: ‘Hij houdt van een flamboyant leven en snelle auto’s. Ik ook. Het enige verschil is dat ik nooit in zo’n situatie als hij verzeild ben geraakt.’

Vlak bij de grens met België kan Dekker onbezorgd zichzelf zijn, zegt Sengers. ‘Soms springt hij hier trampoline in de tuin met de kinderen. Dan zie ik in hem ook weer het kind boven komen dat hij al zo snel niet meer kon zijn.’

Met de Brabantse wielerliefhebber had Dekker, in betere tijden, zijn toekomst als renner op papier gezet. ‘We spraken af wat hij tot zijn 35ste moest doen om nog beter te worden: minder zijn mond roeren en zich anders gedragen.’

Maar zo liep het niet. Hoe het nu verder moet met de winnaar van de Tirreno (2006) en de Ronde van Romandië, een jaar later? Sengers ziet, indien ook de contra-expertise nadelig voor hem uitvalt, slechts één uitweg voor hem. Hij moet terugkeren naar de basis die hij in de beginjaren van zijn loopbaan legde. ‘Opnieuw beginnen. Weer achter zijn vaders brommer rondjes om het IJsselmeer rijden. Want met alleen talent kom je er niet. Dat zie je aan Gesink. Die koppelt dat aan hardheid en inzet.’

Zijn ouders zouden het ‘geweldig’ vinden, vermoedt Van Kessel. Maar Elijzen betwijfelt of Dekker er gelukkig van wordt. Een student die al jaren op kamers woont, keert ook niet graag terug naar het ouderlijk huis met al zijn regels en verplichtingen, zegt hij. Hoe moet dat dan voelen voor een man die de wereld aan zijn voeten had?

En kan diezelfde renner een monnikenbestaan aan dat hoort bij een schorsing van twee jaar? Elijzen vreest het ergste.

Een sporter traint vooral om in wedstrijden te laten zien wat dat waard is geweest. Elijzen: ‘Straks moet Thomas in alle anonimiteit misschien nog wel harder werken om in vorm te blijven, alleen kan hij zich nergens bewijzen. En stilte is het ergste dat een topsporter kan overkomen.’

Meer over