VERSLAGWK tijdrijden

Dumoulin beukte verder, tegen beter weten in, tijdens de tijdrit op het WK

Hij had op meer gehoopt, maar Tom Dumoulin werd tijdens het WK in Italië tiende bij de tijdrit. Zijn verklaring: de Tour zat nog in de benen. Dat terwijl de winnaar, Ganna, zich buiten de publiciteit voorbereidde in de bergen.

Tom Dumoulin zat zeker in de eerste kilometers stevig op zijn fiets. Van binnen wist hij toen al: dit wordt ‘m niet.Beeld ANP

Ondanks de stormachtige windvlagen zat Tom Dumoulin stevig op zijn tijdritfiets. Zijn bovenlichaam bewoog nauwelijks, alleen zijn benen maalden. Het zag er in de eerste kilometers van het WK tijdrijden uitstekend uit. Maar dat was de buitenkant. Hijzelf wist beter. ‘Na een paar minuten wist ik al dat het hem niet ging worden.’

De wereldkampioen van 2017 beukte verder, tegen beter weten en de taaie tegenwind in. ‘Ik wist dat het verschil vooral in het eerste deel werd gemaakt. Daar heb ik een beetje over mijn limiet gereden in de hoop dat er nog iets wonderlijks zou gebeuren met mijn benen in het tweede deel.’

Het wonder bleef uit. Of het moest zijn dat hij overeind bleef bij het opdraaien van het racecircuit van Imola. Bij het remmen slipte zijn achterwiel weg, maar met een voetje aan de grond wist hij zich al door de bocht glibberend overeind te houden. Voorzichtiger dan voor de bijna-val ging hij de laatste bochten door en reed hij naar de tiende tijd.

Ingehaald

Het had niet veel gescheeld of hij was ingehaald door Filippo Ganna. De 24-jarige Italiaan was anderhalve minuut na Dumoulin aan de 32 kilometer lange tijdrit begonnen, maar reed 1 minuut en 14 seconden daarvan dicht. Met een gemiddelde snelheid van bijna 53 kilometer per uur pakte hij de eerste Italiaanse gouden tijdritmedaille in de geschiedenis.

Dumoulin was met goede zin uit de Tour de France gekomen. Hij had er een moeilijke periode afgesloten, een tijd waarin hij eerst had geworsteld met een knieblessure, daarna darmproblemen kreeg en vervolgens zijn geestdrift verloor in de coronalockdown. Soms leek het leven zonder fiets aanlokkelijker dan met.

Maar Dumoulin zette door en haalde een paar maanden later, laverend tussen een rol als schaduwkopman en knecht voor Primoz Roglic, Parijs. Hij eindigde als zevende in het eindklassement en was tweede geworden in de klimtijdrit naar La Planche des Belles Filles. ‘Het was best een beetje een overwinning op mezelf’, gaf hij daags voor het WK toe. ‘Ik wist niet of ik het spelletje nog beheerste.’

Opkikker

Mentaal had hij een opkikker gekregen van de Tour, maar hoe zat dat fysiek? Dat was niet alleen voor Dumoulin een vraag, maar voor alle deelnemers. Wat was in dit gecomprimeerde wielerseizoen verstandig voor de mannen met WK-ambities? De Tour rijden of niet?

Ganna, viervoudig wereldkampioen individuele achtervolging op de baan, had de laatste weg bewandeld. Terwijl Dumoulin en Van Aert over de Franse cols koersten, reed hij Tirreno-Adriatico. Op de slotdag van de negendaagse wedstrijd solliciteerde hij naar de favorietenrol op het WK door de tijdrit in San Benedetto del Tronto met een gemiddelde van bijna 57 kilometer per uur te winnen.

Daarna trok hij zich terug in de bergen voor een trainingskamp van een week. Hij had er nauwelijks internet en kreeg zo weinig mee van de hooggespannen verwachtingen die hij bij zijn landgenoten had opgewekt. Hij kon zich volledig richten op het nauwkeurig afwerken van zijn trainingen. ‘Het was intens. Op vijf van de zeven dagen regende het en daar op 2.000 meter hoogte was het maar een graad of 3. Normaal denk je dan: ik ga niet.’ Hij ging wel.

Wout van Aert, die op een kleine halve minuut tweede was geworden, betwijfelde of Ganna had bewezen dat een Tourloze voorbereiding de beste route was geweest. Hijzelf had met de Tour in zijn benen een prima tijdrit gereden. Dat bleek niet alleen uit de zilveren medaille om zijn nek, maar ook uit wat hij onderweg op zijn fietscomputer zag. Hij had kracht kunnen leveren als altijd. ‘Ik reed de waardes die ik moest rijden. Ik had vandaag niet harder gekund.’

Eigen aanpak

Ook de man met brons, Stefan Küng, wilde geen conclusies over de voorbereiding aan de uitslag verbinden. ‘We staan hier met drie mannen op het podium die elk hun eigen aanpak hadden.’ De Zwitser had de Tour gereden, zij het met het WK al in zijn achterhoofd. ‘Als een soort training ging ik vaak mee in de ontsnappingen.’ Anders dan Van Aert had hij de drie weken expres niet volgemaakt en was hij in de slotweek afgestapt.

Voor Dumoulin leed het echter geen twijfel dat zijn slechte benen wel degelijk het gevolg waren van de drie weken in Frankrijk. ‘Ik zou geen andere reden weten’, zei hij. ‘Dit is wat een grote ronde met je doet. De ene dag voel je je goed en de andere dag kan je iets minder zijn.’

Die wetenschap geeft hem hoop voor de wegwedstrijd van zondag, waar hij de kopman van de Nederlandse equipe is. ‘Het kan zomaar omslaan. Ik heb weleens een tijdrit gewonnen, waarna ik een paar dagen later rotslecht was in de wegrit, maar ook andersom.’

Het lijkt wensdenken, want hij zal op zijn minst moeten afrekenen met Van Aert, op wie de vermoeienissen van de Tour geen enkele vat lijken te hebben. Dumoulin: ‘Het is een alleskunner, hè. Hij is goed bezig. Ik hoop dat hij wereldkampioen kan worden.’ Het glipte eruit voor hij er erg in had. Hij herstelde zich. ‘Eigenlijk wil ik dat zelf natuurlijk, maar als ik het niet ben, dan Wout.’

Meer over