Drilinstructeur van weleer lijkt nu de mildheid zelve

Op zijn 63ste en met een lange staat van dienst is volleybalcoach Wuqiang Pang de hardheid voorbij...

Gelaten en bijna continu zwijgend ondergaat de voormalige drilinstructeur de tuchtiging van zijn team door een stel brutale jonge meiden van de stadsrivaal. Ontdaan van emoties is ook de nabeschouwing van Wuqiang Pang, die met volleybalclub Nesselande een 3-2-nederlaag tegen Rijnmond lijdt.

‘Morgen zijn ze deze wedstrijd alweer vergeten’, zegt hij in het Engels, want het Nederlands is hij na ruim twintig jaar nog steeds niet machtig, op een paar stopwoordjes als ‘dik uit’ na. En de volleybalcoach prevelt nog iets over de spirit die hetzelfde moet zijn bij al zijn speelsters. ‘Win is happy, loss is disappointment’, tovert hij als tegeltjeswijsheid tevoorschijn.

In niets lijkt de vriendelijke Chinees op leeftijd op de snoeiharde oefenmeester die bij zijn komst naar Nederland het westerse volleybal liet kennismaken met trainingsoefeningen die op uitputtingsslagen uitdraaiden. Op ‘Pang-dag’ ging je dood, wisten de speelsters van de nationale ploeg snel, toen ze kennismaakten met de coach die de ploeg in de aanloop naar het EK van 1987 onder handen nam.

Hij maakte school met zijn soms nietsontziende maar niet-mensonterende werkwijze, die was geschoeid op de leest van de sportinstituten van de Chinese staat. Toen Harry Brokking de mannenploeg begin jaren negentig met de three defense-oefeningen de zaal doorjoeg, vertelde zijn assistent Pang hem hoe hij dat in China vroeger deed bij de vrouwenselectie. Kotsend en met het schuim rond hun lippen volbrachten de speelsters de oefeningen.

Zulke taferelen zijn niet te zien op een verregende zondag in de Swanla-sporthal van Zevenhuizen. Met de handen in zijn zakken en het hoofd gebogen wandelt de trainer langs de lijn. Op zachte toon vraagt hij een speelster bij zich voor een wisselbeurt, al vindt een vrouw op de tribune dat reden genoeg zich te beklagen over ‘het paniekbeleid van die man’.

In de herfst van zijn leven is de 63-jarige Wuqiang Pang – roepnaam Pang – ontegenzeggelijk milder geworden. Te mild, misschien wel. ‘Soms denk je: zeg nou eens wat’, zegt routinier Eva Heerschap, terwijl Pang haar voorbijloopt. Maar hij is er nooit op uit geweest mensen te beschadigen of ze verdriet te doen. Zeker niet ten overstaan van anderen.

Heerschap had onlangs te maken met Elroy Bezemer, de veelgeprezen assistent van Nesselande die tijdelijk het roer overnam van Pang, toen die door ziekte even niet meer kon coachen. De emoties die ze bij Bezemer dacht kwijt te kunnen, werden juist het best begrepen door Pang, zegt ze.

‘Hij weet precies hoe zijn speelsters zich voelen. Dat komt doordat hij in zijn leven met mensen van alle niveaus heeft gewerkt. Jong, oud, man, vrouw, van alle niveaus, waar ook ter wereld. Hij is een geweldige observator.’

En die mildheid is voor een deel uiterlijke schijn, corrigeert Heerschap. Aan de buitenkant mag het misschien niet te zien zijn bij haar coach. ‘Maar van binnen is hij woest’, weet zij als een van de ervaren krachten het best na de afgang van zondagmiddag. Als de speelsters zich vandaag voor de training melden, zullen ze er geheid van langs krijgen, durft Heerschap op een briefje te geven.

Misschien oogt hij ook zachter, nu zijn lichaam tegensputtert. Daardoor kan een van de coaches met de langste staat van dienst in het Nederlandse volleybal de ballen niet meer aanslaan op de wijze waarop hij zijn spelers en vooral speelsters liet kennismaken met de grenzen van hun eigen fysiek. Die taak heeft hij moeten toevertrouwen aan zijn assistent.

Naar erkenning is hij door zijn bescheiden inborst nooit op zoek geweest. Pang zal ook niet de boeken ingaan als de hoeder of redder van het Nederlandse volleybal. Maar zijn ervaring en kunde brachten hem overal op aarde. Terwijl zijn dochters in Nederland hun eerste stappen zetten naar een bestaan in het bankwezen, zwierf hij uit. Palermo, Lyon en verder.

In 1992 won hij olympisch zilver met de mannenploeg van Arie Selinger, die hij veel filosofischer ingesteld noemt dan zijn zoon Avital, nu vrouwenbondscoach. ‘Maar Avital zie ik toch ook de hele nacht doortrainen met zijn team.’

Vier jaar geleden keerde hij terug bij Nesselande, waarmee hij in zijn tweede jaar promoveerde naar de eredivisie. Nooit schroomde Pang stront te ruimen bij een club in nood, al was het maar voor een paar maanden.

Hij omzeilt de vraag waarover hij zich in Nederland het meest heeft verwonderd. Hij valt liever niet uit tegen het land waarvan hij iets bij zich zegt te dragen. ‘Toen ik hier kwam, was het donker om me heen. Dat was al snel niet meer zo, dankzij jullie.’

Meer over