'Dramatiek en afzien, niks flashy of sexy'

Al zes jaar is Helmonder Hein Verbruggen voorzitter van de internationale wielrenunie. Hij werd deze week voor vier jaar herkozen....

HEIN VERBRUGGEN verpakt zijn meningen in dons.

Bijvoorbeeld als hij het heeft over de beslissing van de jury in de Tour de France om Bart Voskamp en Jens Heppner te deklasseren na hun geruchtmakende sprint. 'Dat verdiende de schoonheidsprijs niet', zegt Hein Verbruggen.

Of als het gaat over de discussie in Nederland rond Patrick Kluivert en diens selectie voor de nationale ploeg. 'Ik zou niet geshockeerd zijn geweest als dat niet gebeurd was', zegt Hein Verbruggen.

Dinsdagavond in San Sebastian. Verbruggen is zojuist voor de laatste keer herkozen als voorzitter van de internationale wielrenunie en telt op zijn hotelkamer zegeningen en frustraties. Straks, in 2001, zal hij tien jaar leiding aan de UCI hebben gegeven. Dan is Hein Verbruggen zestig jaar. Tijd voor iets anders.

Eerlijk gezegd bespeurt hij nu al een zekere vermoeidheid bij zichzelf, vooral als de wielerwereld het evidente niet wil zien. Ook zo'n vaststelling wordt meteen in de watten gelegd. 'Pas op, ik ben dit werk op dit moment nog lang niet moe, hoor.'

Hein Verbruggen gaf aan het eind van de jaren tachtig al leiding aan de profsectie toen hem in 1991 werd gevraagd voorzitter te worden van de wielrenunie die alle secties ging bundelen. 'Anders had ik het ook niet gedaan. Ik kon vanaf scratch beginnen. Dat was een impuls. De UCI miste autoriteit omdat het allemaal versplinterd was.'

Verbruggen begon met tweeëneenhalf man personeel, nu zijn er twintig werknemers. 'We zijn geprofessionaliseerd. Dit is het laatste WK dat we hebben uitbesteed. Volgend jaar in Valkenburg hebben we het veel meer in eigen hand. We hebben onze eigen reglementen. Vroeger kreeg je bij de Tour een dik boek en bij de Giro een dik boek. Alle koersen een eigen reglement. Eigenlijk is het te stom om te vertellen, maar het was wel zo.'

Onder zijn leiding hebben de arbiters in het wielrennen meer gezag gekregen in de koers. 'Vroeger zaten de commissarissen achterin het peloton. Zagen niets. Nu opereren ze overal en zijn absoluut onafhankelijk. Er worden goede en foute beslissingen genomen. Maar dat is bij het voetbal ook zo.

'Dat geval met Heppner en Voskamp zag ik op tv in Zuid-Afrika. Ik dacht: wat doen ze nu? Technisch hadden ze mogelijk gelijk. Maar misschien, ik zeg heel duidelijk misschien, werd hier een foute beslissing genomen.'

Zelf heeft Hein Verbruggen nooit hard gefietst. Studie ging voor, moeder vond het niet zo'n leuke sport. 'Maar wel van kleinsaf naar wedstrijden, achterop de fiets bij mijn vader. Ik kom uit Helmond en het barstte in de buurt van de wedstrijden. Elke zondag waren we weg. Fausto Coppi in Den Bosch? Wij ernaar toe. De belangstelling voor wielrennen is er duidelijk altijd wel geweest. Misschien is deze idioterie wel allemaal compensatie.'

Fausto Coppi was eind jaren veertig aanraakbaar en dat zijn Johan Museeuw en Jan Ullrich in de jaren negentig nog steeds. Dat vindt Hein Verbruggen misschien wel het mooiste aan zijn sport. 'Wat zo'n Virenque voor zijn sport doet, ongelooflijk. Altijd en voor iedereen een vriendelijk woord. Andere sporters lopen met de neus in de lucht.'

Het herinnert hem aan de Ronde van Italië lang geleden. Hein Verbruggen moest een trui uitreiken op het erepodium en de hele straat stroomde vol. Twintigduizend mensen opeengepakt, de renners ertussen. 'Torriani, de vroegere directeur van de Giro zegt tegen mij: u denkt misschien dat dit fout is, maar dat is het niet. Het hoort bij de wielersport.'

Natuurlijk, inmiddels zijn er dranghekken gekomen, ook in de Giro. Het moest wel, de belangstellling is zo massaal geworden. 'Maar wielrenners blijven bereikbaar voor de mensen. Daar ben ik geweldig trots op.'

Hein Verbruggen heeft deze dinsdagochtend op het UCI-congres een voordracht gehouden over het materiaal. Hij heeft verteld van de fouten die de unie heeft gemaakt. Hoe de wielersport is doorgeschoten in vernieuwing van fietsen.

'We moeten de sport betaalbaar houden. Als het straks goedkoper is om te gaan golfen, dan is dat niet goed. Past niet bij onze sport. Ik hoor iedereen altijd maar roepen dat die machines sexy en

flashy zijn, dat ze de mensen naar de sport halen. Ik heb er nooit een bewijs van gezien. Als dat allemaal zo fantastisch zou zijn, waarom komen er dan niet meer mensen af op het baanrennen? Daar zie je die dingen.

'Ik geloof vanuit de marketing, en dat is mijn vak tenslotte, dat onze sport het moet hebben van vechten tegen de elemenenten, van de dramatiek en het afzien. Ik durf zelfs de gevaarlijke stelling aan dat de gemiddelde spectator in West-Europa wielrenners eerder dopinggebruik zal vergeven dan andere sporters. Wielrenners moeten er zoveel voor doen. Kijk maar naar de populariteit van Theunisse destijds.

'Begrijp me goed, ik houd hier geen pleidooi voor doping, maar in dat element ligt wel de populariteit van de sport verscholen. Niks sexy of flashy.

'Vandaar dat ik blijf zeggen: houd de sport simpel. We krijgen tientallen uitvindingen aangeboden. Trappers die horizontaal heen en weer gaan, nieuwe tandwielen. Ik zeg altijd: jongens, accepteer het niet. Het maakt de sport duurder en het is tegen de geest van de sport. Wat goed is voor de Formule 1, is niet per se goed voor ons.

'De fiets is secundair. De fiets mag geen medailles veroveren. Het moet de man zijn, die wint. Die moet je kunnen bewonderen, die moet je kunnen aanraken.'

Vorige week sprak Hein Verbruggen in Amsterdam op de Europese Sport Conferentie over doorgeschoten commercialisme in de sport en noemde professioneel boksen een afschrikwekkend voorbeeld. 'Je organiseert een gevecht, alleen maar met het oog op pay per view. Dat is geen sport meer, dat is business.'

Zegt de man die leiding geeft aan een sport waarvan de systematiek aan de commercie is opgehangen.

'Natuurlijk, wielrennen is commercieel een van de grootste sporten. Het is zelfs eigen aan de sport. Geen wielerploeg zonder sponsor. Maar het is ook een sport zonder ticket sales. Een wielerwedstrijd kost de toeschouwers niks. Bovendien hebben wij in onze sport wel expliciete maatregelen genomen om te voorkomen dat sponsors de basis van de sport aantasten.

'We hebben rankings gemaakt. Renners krijgen punten voor elke ereplaats en daaraan is geld verbonden. Voor elke meter wordt gekoerst. Dat is een hele verbetering vergeleken met vroeger.

'Daarom is het WK voor landen ook zo belangrijk. De mensen hier komen voor de Spaanse vlag, die komen niet voor ONCE. Ik wil dat er contact is tussen top en basis. De sport moet een functie hebben, die verder gaat dan geld. Anders is het geen sport meer.

'Daarom blijf ik ook tegen Bugno en de anderen zeggen: geld is belangrijk, maar daarnaast mag ik van jullie een functie als role model verwachten. Dat is een essentieel onderdeel van je beroep. Je bent een publiek figuur. Ik begrijp best de druk waaronder een jongen als Kluivert staat. Maar een sporter moet buiten schandalen blijven. Eigenlijk is dat ook mijn voornaamste motief tegen doping. De vedette moet een voorbeeld zijn voor de jeugd.'

Sinds zijn aanstelling als UCI-voorzitter is het vraagstuk van de doping inherent aan zijn werk en dat zal de komende vier jaar niet anders zijn. Vervelend natuurlijk, maar tegelijkertijd fascineert het hem: de ethische aspecten ervan, de schuldvraag. 'Ik heb het er laatst met Erica (Terpstra, staatssecretaris voor Sport) over gehad. Ik zei tegen haar: je moet daar eens een bijeenkomst met experts over organiseren.

'Dat doping niet gezond is, is een wankel argument in de bestrijding ervan. Wie bepaalt wat gezond is en moet iedereen dat niet voor zichzelf uitmaken? Neem nou testosteron. Dat staan wij toe tot de verhouding van één tot zes. Is het dan niet zo dat je mensen tot gebruik aanzet, want het mag tot zes? Daarom zeg ik: je moet het verbieden vanuit dat role model. Tegen de renner zeggen: wij eisen volgens de reglementen dat jij je perfect opstelt.'

Op basis van dat 'wankele argument' van de gezondheid is de wielrenunie dit seizoen wel begonnen met bloedtesten. Medische teams melden zich voor het begin van wielerkoersen onaangekondigd bij hotels waarin renners verblijven. Ook op het WK in San Sebastian werd deze week op de deur geklopt.

De dikte van hun bloed wordt gemeten. Als dat meer dan 50 procent is, wordt een startverbod opgelegd. Daarmee wordt niet alleen hun gezondheid een dienst bewezen, belangrijker is eigenlijk dat daarmee het veelbesproken middel epo wordt bestreden. Op het UCI-congres werden dinsdag de resultaten van die tests bekend gemaakt. Er is 750 keer bloed afgetapt, tien professionele renners moesten hun startbewijs inleveren.

De wielrenunie is zo enthousiast over het effect dat de tests uitgebreid worden. Een cardiologische commissie doet onderzoek onder junioren om de plotselinge dood met een zelfde preventieve maatregel aan te pakken. Uiteindelijk moeten de ploegen zelf als werkgever de gezondheid van hun werknemers testen en wordt de wielrenunie de controlerende instantie.

Hein Verbruggen is trots op wat zijn organisatie heeft bereikt en nog gaat bereiken in de strijd tegen doping. 'We stoppen er veel geld in en we krijgen er veel lof over. Aanvankelijk werd gevreesd voor juridische procedures, maar de renners hebben hier zelf om gevraagd. Daarom staan we ook zo sterk. De renners vragen nu zelf ook om uitbreiding van de test.

'Aanvankelijk stond de grens van 50 procent ter discussie, nu niet meer. Tien renners hebben we een certificaat moeten geven omdat ze konden aantonen dat ze die norm zonder hulpmiddelen overschrijden. Dat zijn er niet veel. Maar belangrijker nog vind ik dat de gemiddelde hematocriet op 45 procent blijkt te liggen. Dat is nauwelijks hoger dan tien jaar geleden. Daarmee worden al die cowboyverhalen van l'Equipe gelogenstraft dat het hele peloton vol zit met die rotzooi.'

Het is de enige keer tijdens het gesprek dat Verbruggen zijn stem verheft. Hij leeft op voet van oorlog met de Franse sportkrant na publicaties over wijdverbreid epo-gebruik en een verzwegen dopinggeval rond twee renners, in wie Ullrich en Riis herkend konden worden. Het is het klassieke conflict van de journalist die tegels wil lichten en de bestuurder die vindt dat er met modder wordt gegooid naar zijn sport.

'Ik ben die sensationele berichtgeving zat. De realiteit is dat op de honderd controles er één positief is. Er ontsnapt een aantal renners omdat er een aantal producten is dat we niet kunnen herkennen. Ik weet niet hoeveel het er zijn. Niemand weet dat. Dat kan 5 procent zijn, dat kan 25 procent zijn.

'Een journalist is per definitie nieuwsgierig. Hij weet dat er dingen gebeuren die hij niet kan aantonen. Een serieuze journalist houdt zich in omdat hij het niet precies weet. Maar de sensatiejournalist begint te schrijven. Nu is dit een lichte vorm van sensatiejournalistiek, maar wat l'Equipe doet, is verraderlijk.

'Die publicatie over twee buitenlandse renners kon alleen maar over Riis en Ullrich gaan. Dat gaat te ver en dat wil ik bestrijden omdat ik weet dat het gelogen is. Zolang ik voorzitter ben, is er geen enkel geval begraven. Daar steek ik mijn hand voor in het vuur.'

Bij zijn aantreden als wielerbestuurder had Hein Verbruggen twee punten bovenaan de agenda staan. Een daarvan was de geloofwaardigheid van de sport. 'En daarin is grote vooruitgang geboekt. Het handjeklap is verdwenen. Koersen worden niet meer verkocht door de ranking die we hebben ingevoerd.

0W AT BETREFT de gezondheid van de renners ben ik uitermate optimistisch. De meeste coureurs weten verdomd goed wat ze doen met hun lichaam, die stellen hun grenzen. Natuurlijk zijn er nog steeds uitwassen. Doping is werk van de lange adem en ik maak me geen illusies. Het is een probleem dat bij de sport hoort, zoals criminaliteit bij de maatschappij hoort. Je moet er tegen vechten, maar je kunt het niet uitbannen.'

Zijn tweede taak, aanpassing van de wielerkalender, is voltooid. Het programma is minder opeengepakt doordat het seizoen langer duurt: de Vuelta in september en het WK in oktober. 'Het heeft me verbaasd hoeveel emoties en shocks dat teweeg heeft gebracht. Alsof je een moord hebt gepleegd.

'De wielerwereld is zo conservatief. Nog steeds word ik aangesproken op die veranderingen. Deze week weer door de voorzitter van de Italiaanse bond, een jonge vent nota bene. Die zegt dat het WK terug moet naar augustus omdat de renners er in oktober geen zin meer in hebben.

'Ik zeg tegen hem: herinner je je het WK op Sicilië drie jaar geleden? Geen Jalabert, geen Indurain, geen Fondriest, geen Bugno. Dat was eind augustus, maar toen haakten de renners allemaal af na de Tour. En vorig jaar in Lugano was iedereen er, behalve Indurain en Ullrich.

'Het enige dat we gedaan hebben, is de ploegen verplichten langer in competitie te blijven, niet om meer wedstrijden te rijden. En het werkt bij ploegen als Once en Festina. Alleen de kleine ploegen komen in de problemen omdat die alles willen rijden.

'Verplaatsing van het WK is geen op zichzelf staande beslissing. Dat hoort in een heel pakket van maatregelen met de opeenvolging van de Vuelta en het WK. Dat systeem werkt aantoonbaar en toch komen ze er steeeds op terug. Het is zo'n houding van: we zijn het niet gewend en daarom zijn we er op tegen.

'En dan wordt altijd weer de vraag gesteld: gaan we in oktober wel publiek hebben? In Lugano waren er 250 duizend mensen. Die gaan we nu ook krijgen, dat voorspel ik u. En volgend jaar in Nederland komen er ook tussen de 150 duizend en tweehonderdduizend. Tenzij het pijpenstelen regent natuurlijk.

'Dat is ook zoiets. Zeggen ze: in oktober kunnen we niet meer naar de noordelijke landen. Mind you, we zijn in vijftig jaar één keer naar Oslo geweest en één keer naar Kopenhagen. Moeten we op basis daarvan beslissen?

'Ik denk dat dat mijn grootste frustratie is geweest de afgelopen jaren. Dat je de mensen duidelijk kunt uitleggen wat de voordelen zijn, dat je het achteraf ook nog eens kunt bewijzen en dat ze dan toch nog blijven zeuren.'

Meer over