ColumnPaul Onkenhout

Doelpunt? Hef op afstand het glas en gebruik een ratel om geluid te maken

null Beeld

De rijksoverheid wekte donderdag in een hernieuwd overzicht van de coronamaatregelen een oude herinnering op. Het ging op rijksoverheid.nl over een ratel. Een halve eeuw geleden was het gebruik van een ratel in voetbalstadions een gangbare manier om de favoriete ploeg aan te moedigen. In mijn geval was dat HFC Haarlem. De ratel was daarom rood-blauw.

Niet iedereen zal nog weten wat een ratel is. Ratels maken een ‘ratelend geluid’, volgens Wikipedia. Op de pagina wordt ook gemeld dat het een uit hout of kunststof vervaardigd muziekinstrument is. Melaatsen moesten in de Middeleeuwen ratels gebruiken om hun komst aan te kondigen.

De ratel wordt op rijksoverheid.nl genoemd in het hoofdstuk ‘In welke situatie zit u?’, in de paragraaf ‘Iemand komt voetbal kijken’. U mag één vriend - vriendinnen worden niet genoemd - uitnodigen om langs te komen. Het is wel zaak om uit aparte glazen te drinken (‘Markeer zo nodig de glazen’) en geen bakjes chips of nootjes te delen.

Tip: ‘Stel een ‘tribune’ op waarbij de zitplaatsen in elk geval 1,5 meter uit elkaar staan.’ Dan is het nog de vraag wat u moet doen als uw favoriete ploeg scoort. De oude gewoonte, opstaan, juichen, schreeuwen, elkaar in de armen vallen en de tv zoenen, is natuurlijk uit den boze.

Het alternatief volgens de overheid: ‘Valt er een doelpunt, dan kunt u bijvoorbeeld, zonder te schreeuwen, opstaan uit uw stoel, dansen en springen op uw plek. U kunt met elkaar op afstand het glas heffen. Of een muzieknummer afspelen of ratel gebruiken om toch geluid te maken.’ 

Dit zag niemand aankomen. Was het zomaar ineens weer 1970, met alle kneuterigheid van dien en de stem van Philip Bloemendal van het Polygoon-journaal die een tekst voorleest. Iedereen lachen natuurlijk.

Net zoals zestig procent van de liefhebbers (het percentage stond in een enquête in het AD eerder deze maand) ben ik vaak alleen als ik naar voetbal kijk, dus voor mij verandert er weinig door het invoeren van een avondklok. Vrienden zal ik ook niet snel uitnodigen. Zó leuk is het nou ook weer niet, voetbal.

Veel wedstrijden zijn saai. Negentig minuten geboeid kijken gebeurt niet meer. Schreeuwen of springen na een doelpunt heb ik ook al een tijdje niet meer gedaan. Zonder publiek is het best vol te houden, maar er ontbreekt een wezenlijk element. De nagebootste stadiongeluiden compenseren iets, maar hebben ook een omgekeerd effect. Het benadrukt hoe idioot de situatie is.

Toch begin ik het voetbal steeds meer als een geschenk uit de hemel te beschouwen; een lichtpunt in grauwe tijden. Niet alles is verdwenen en verloren.

Nog een voordeel: wedstrijden leveren nieuws op, en vermakelijke ophef. Het gaat over twee Ajacieden (Labyad en Promes) die tot enorme woede van de nationale kappersbond na een doelpunt tegen AZ een kappersbezoek nabootsen, over een PSV-trainer (Schmidt) die lelijke dingen heeft gezegd over een scheidsrechter (Nijhuis), over de baard én de houterigheid van de nieuwe spits van Feyenoord (Pratto) en over het gerucht dat een recordinternational (Sneijder) een club uit de Keuken Kampioen Divisie uit het slop gaat trekken (FC Den Bosch) - een greep uit het nieuws van de afgelopen week. Het is allemaal onbelangrijk, maar ik zou het niet willen missen.

Ook tijdens de avondklok zullen gelukkig ’s avonds wedstrijden worden gespeeld. Voetbal biedt vertier en houdt de mensen thuis, zei manager competitiezaken Jan Bluyssen. Dat was een goede samenvatting. 

Voetbal biedt een riante mogelijkheid tot ontsnapping. Zo wordt de voornaamste bijzaak steeds belangrijker, met of zonder ratel, eventueel een eigen bakje voor de nootjes en op zijn tijd een muzieknummer.

Meer over