Deze vier statistische trends kleurden de groepsfase van het EK

Nu de groepsfase (minus de laatste twee avondwedstrijden) van dit EK erop zit, kan er voor het eerst een terugblik gedaan worden. Wat viel er qua statistieken op aan dit toernooi? Vier trends kleurden de groepsfase.

Malen en Memphis vieren de 1-0 tegen Noord-Macedonië, de zoveelste goal op dit EK die valt uit een lage voorzet. Beeld Reuters
Malen en Memphis vieren de 1-0 tegen Noord-Macedonië, de zoveelste goal op dit EK die valt uit een lage voorzet.Beeld Reuters

I. Doelpunten zijn nog altijd zeldzaam op eindtoernooien, vooral in de openingsfases

Nederlandse voetbalfans zijn verwend, dit toernooi. Oranje is vooralsnog de productiefste ploeg, in aanvallend opzicht. Van doelpunten tot de kwaliteit van kansen (Expected Goals) tot het aantal succesvolle dribbels: Nederland staat na de groepsfase in menig aanvallend cijferlijstje bovenaan.

Maar de aanvalsdrift van Oranje verhult gevoelsmatig een conclusie die je over bijna elk modern eindtoernooi kan trekken: ook op dit EK wordt er akelig weinig gescoord.

In de eerste 34 wedstrijden werd er 86 keer gescoord. Dat levert een gemiddelde op van 2,53 goals per wedstrijd. Hoewel dit nog altijd beter is dan de enorme doelpuntendroogte op het vorige EK, waar er slechts 2,12 goals per wedstrijd vielen, is het geen al te florissant gemiddelde.

Op de afgelopen WK’s werd er gemiddeld aanzienlijk vaker gescoord (2,64 per duel in 2014; 2,67 keer per duel in 2018). In vergelijking met de doelpuntrijke eredivisie valt het al helemaal tegen: in de Nederlandse clubcompetitie tellen wedstrijden de afgelopen jaren gemiddeld zo’n 3,1 goal.

Een zeldzaamheid op dit EK: Emil Forsberg zorgt in de tweede minuut tegen Polen voor een vroege openingstreffer. Beeld EPA
Een zeldzaamheid op dit EK: Emil Forsberg zorgt in de tweede minuut tegen Polen voor een vroege openingstreffer.Beeld EPA

Het lage doelpuntengemiddelde is vooral te danken aan extreem afwachtende openingsfases. Teams kijken op dit EK maar al te graag de kat uit de boom in de eerste minuten. In het eerste halfuur van de 34 EK-duels tot dusver vielen slechts 19 goals, een aanzienlijk lager totaal dan er in het tweede halfuur (32 goals) en in het laatste halfuur (35 goals) van wedstrijden op dit toernooi wordt gescoord.

Met een lang, zwaar seizoen in de benen, weinig onderlinge trainingstijd en grote belangen bij het resultaat kiezen landenteams vaak voor een afwachtende aanpak. Iets wat terug valt te zien in de cijfers op dit EK.

II. ‘Dode’ spelmomenten zijn nog steeds belangrijk, maar niet zo allesbeslissend als op de voorgaande eindtoernooien

Een remedie tegen een gebrek aan onderlinge ervaring, chemie en trainingstijd is een goede corner of vrije trap. Die is immers in aanzienlijk kortere tijd in te studeren op het trainingsveld. Een nauwgezet ingestudeerde standaardsituatie bleek vooral op het vorige WK goud waard. Liefst 43 procent van alle goals op dit toernooi vielen uit een ‘dood’ spelmoment: een penalty, vrije trap, corner of ingooi.

Op dit EK vielen tot dusver 19 van de 86 goals uit dode spelmomenten. Een aandeel van 22 procent. Hoewel dat nog steeds een flink deel van de goals vertegenwoordigt, valt het aandeel goals uit dode spelmomenten relatief gezien laag uit tot dusver. Op elk eindtoernooi sinds 2008 viel minstens een kwart van alle goals uit penalty's, corners en vrije trappen.

Dat het aandeel van benutte penalty’s laag uitvalt, is vooral te danken aan onscherpe schutters. Met Gareth Bale (Wales), Pierre-Emile Højbjerg (Denemarken), Ezgjan Alioski (Noord-Macedonië), Ruslan Malinovskyi (Oekraïne), Gerard Moreno en Álvaro Morata (beiden Spanje) kent dit EK al zes spelers die een strafschop misten. Slechts vijf van de elf toegewezen penalty’s waren raak. Normaal gesproken gaan 75 procent van alle penalty’s erin.

Gareth Bale jaagt tegen Turkije een penalty huizenhoog over. Beeld EPA
Gareth Bale jaagt tegen Turkije een penalty huizenhoog over.Beeld EPA

Maar het kleinere aandeel van ‘dode’ goals in het doelpuntentotaal is vooral te wijten aan slecht benutte hoekschoppen en vrije trappen. Tot dusver zorgden corners en vrije trappen pas voor 16 procent van alle goals op dit EK. Ter vergelijking: op het WK 2018 waren die spelsituaties goed voor liefst 30 procent van de doelpunten.

III. De grote verliezer van dit EK? De hoge voorzet.

Dit EK vielen er 67 goals uit ‘open spel’. Dus goals die niet uit een dood spelmoment gemaakt werden. Van die 67 goals kwamen er welgeteld zeven voort uit een hoge voorzet vanaf de flank.

De hoge voorzet is al enkele jaren het slachtoffer van de ‘dataficering’ van het topvoetbal. De cijfers hebben uitgewezen dat hoge ballen vanaf de zijlijn veel minder effectief zijn dan altijd werd aangenomen. Ook op dit EK bleekt de hoge bal voor de pot vooral een wapen der wanhoop in de slotfase.

Waar de hoge voorzet een ineffectief wapen is gebleken, is het spel op de flanken nog even belangrijk als altijd. De hoge bal vanaf de zijlijn is analytisch gezien dan geen superidee, de lage voorzet vanaf de rand van het strafschopgebied is populairder dan ooit. De bal hard, laag en strak voorgeven vanaf de flank is een geliefde manier om aan doelpunten te komen op dit EK: aan ruim een kwart van de goals (19) uit open spel ging een lage voorzet vooraf.

Schots keeper David Marshall liet zich door Tsjechisch spits Schick met een schot vanaf de middenlijn verrassen. Beeld AP
Schots keeper David Marshall liet zich door Tsjechisch spits Schick met een schot vanaf de middenlijn verrassen.Beeld AP

Overigens heeft het kille rendementsdenken niet elke slag gewonnen op dit toernooi. Tot dusver vielen er liefst 12 goals uit schoten van buiten het strafschopgebied. Op basis van data is het nemen van een poging van grote afstand niet al te vaak een goed idee. Maar wie niet waagt, wie niet wint. Vraag dat maar aan Tsjechische spits Patrik Schick, die van 49 meter afstand scoorde tegen Schotland.

IV. De grote winnaar: direct spel

Voetbal is op het allerhoogste niveau steeds meer een secondenspel geworden. Van ploegen vol toptatleten die elkaar op gerichte momenten collectief onder druk kunnen zetten, om vervolgens in een paar tellen tijd toe te slaan in de omschakeling van verdedigen naar aanvallen.

De cijfers op dit EK illustreren deze ontwikkeling, die al enkele jaren gaande is in het topvoetbal. Zelfs nu het aandeel van goals uit corners en vrije trappen op dit toernooi relatief klein is, valt een overgrote meerderheid van de EK-goals uit aanvallen waar drie passes of minder voorafgingen aan het doelpunt. De teller staat na 34 duels op 52 goals met drie-passes-of-minder in de aanloop. Liefst 60 procent van de goals komt dus op ‘directe’ wijze tot stand.

Duitsland is de spelbreker tot dusver. Tegen Portugal scoorde het twee keer uit aanvallen die minstens tien passes bevatten: daarmee zijn de Duitsers de enige ploeg die meermaals uit een dusdanig lange aanval scoorden. De tijd van het geduldig ‘breiende’ balbezit ligt definitief achter ons.

Kijken als een kenner

Waar moet je dit EK op letten? In Kijken als een kenner maakt voetbaljournalist Sam Planting van elke kijker een expert. Ontdek de elf spelers die de tactiek van hun land bepalen – en hoe het moderne voetbal wordt gespeeld.

Meer over