Deze 'ijsvossen' zijn verslingerd aan Zweeds schaatsen, en bepalen zelf wel of ze waaghalzen zijn

Hun 'waaghalzerij' stuit vaak op onbegrip, maar de beoefenaars van het Zweedse schaatsen zeggen juist gericht te zijn op veiligheid. En op maximaal genieten, waarbij afstand van ondergeschikt belang is.

Leden van de Hollandse Langetocht Schaats Klub schaatsen op zijn Zweeds op de Beulakerwijde. Beeld Harry Cock/de Volkskrant
Leden van de Hollandse Langetocht Schaats Klub schaatsen op zijn Zweeds op de Beulakerwijde.Beeld Harry Cock/de Volkskrant

In de grote windwakken op de Kleine Beulakerwijde klopt een snijdende ooster het water op. Aan de rand van het veenmeer bij Giethoorn zoeken we een geschikte route naar de overkant. Al prikkend met stokken keurt 'ijsvos' Max Kohnstamm het ijs. Eerst dicht langs het riet en dan, als zich een maagdelijke gladde plaat voor ons uitstrekt, zeilend eroverheen. Op gepaste afstand volgen de andere schaatsers.

Honderd actieve leden telt de Hollandse Langetocht Schaats Klub (HLSK). Nederlanders die zijn verslingerd aan het 'het Zweedse schaatsen'. Jaarlijks organiseren ze tientallen expedities naar de wateren van Zweden, Finland of Duitsland. Maar wanneer de kans zich voordoet, zijn ze natuurlijk ook in eigen land actief. Aan waarschuwingen van ijsbonden en weermannen laten ze zich daarbij weinig gelegen liggen. Of het onverantwoord is, dat bepalen de 'ijsvossen'.

Het is 'waaghalzerij' die niet overal in Nederland met enthousiasme wordt begroet. Vanaf de kant krijgen de groepjes vaak het verwijt dat ze gek zijn. 'En straks moet iemand anders zeker zijn leven riskeren om jou eruit te vissen.' Om al te lange discussies te vermijden heeft de HLSK onlangs een speciaal visitekaartje laten drukken. De tekst luidt: 'U vindt ons roekeloos schaatsen? Onze wijze van schaatsen is juist gericht op veiligheid!' Met een verwijzing naar de website van de HLSK.

Afstand houden

Het feit dat het kaartje waterproof is, lijkt de boodschap van veilig schaatsen iets te ontkrachten. Maar die materiaalkeuze is eigenlijk juist een prima voorbeeld van de Zweedse schaatsleer. Die bestaat er onder meer uit dat je altijd voorbereid moet zijn op een plurning, een nat pak. Daarom hebben de leden van de HLSK altijd ijspicks en touwen bij zich. En dragen zij een rugzak met drijfvermogen en droge kleren. En waar Hollandse schaatsers vaak dicht achter elkaar aanrijden om te schuilen voor de wind, houden de Zweden altijd afstand. Kohnstamm: 'Daarom hebben we zelden meer dan één plurning tegelijk.'

'In Zweden halen wij gemiddeld één plurning per 500 kilometer', zegt Kohnstamm. Maar in eigen land nemen we vaak wat meer risico en gaat het iets vaker mis. Ook vanmiddag is het raak met de mediaschuwe ijsvos J. - 'het gaat mij niet om dat natte pak maar ik wil echt onder geen beding met mijn naam in de krant, dat is een persoonlijkheidsdingetje.' In een smal slootje staat hij ineens tot zijn middel in het water. Het ijs blijkt er niet meer dan 2 centimeter dik. 'In een moment van euforie lette ik even niet op.'

IJskennis

Binnen een minuut staat J. in de luwte van een stapel rietbundels. Terwijl twee groepsgenoten zijn natte broek uitwringen, trekt J. snel een droge broek over zijn blote billen, stopt zijn voeten in plastic zakken en weer terug in zijn langlaufschoenen. Nog een slok koffie en we klikken onze ijzers weer onder. J. mag alleen niet meer voorop.

Naast goed materiaal en voorzorgsmaatregelen bestaat het Zweedse schaatsen vooral uit ijskennis. Via een website delen de leden informatie over de tochten die ze maken en de omstandigheden ter plaatse. En er zijn cursussen waarin de fysica van ijs en weer worden onderwezen. Beginnend bij de reden waarom ijs drijft, terwijl in de zomer juist het warmste water aan de oppervlakte ligt bijvoorbeeld. En dan door naar allerhande weersinvloeden op het ijs.

Het 'lezen van het ijs' is donderdagochtend ook een mooie uitdaging. Waarom is het in dat slootje ineens zo dun bijvoorbeeld? Typisch geval van ünderfrattning, zegt Kohnstamm. 'Het van onderaf wegvreten van het ijs, als gevolg van stromingen die warm water naar de oppervlakte brengen.'

Dezelfde rondjes

Eenmaal aangekomen in Dwarsgracht treffen we een grote horde Hollandse schaatsers, de jasjes bedrukt met reclame voor keukenverkopers en loonbedrijven. Allemaal rijden ze hetzelfde rondje, waar de barsten toenemen. Het ijs is ook al flink uitgetrapt. We zijn blij als we de meute weer achter ons laten. Slechts een paar fanatiekelingen volgen nieuwsgierig in ons kielzog.

We blijven langs de rietkragen schaatsen. Niet alleen vanwege de veiligheid, legt Birgitta Kortmann uit terwijl we heerlijk voor de wind zwieren. 'Nederlanders willen vaak graag zo snel mogelijk van a naar b, en dan kilometers maken. Maar bij het Zweedse schaatsen draait het vooral om maximaal genieten van het ijs. Elk hoekje moet je verkennen en meepakken.' Toen Kortmann ooit aan een Zweedse gids vroeg hoeveel kilometer ze hadden afgelegd, werd die haast boos. 'De vraag is: waar ben je allemaal geweest en hoe was het ijs.'

Leden van de Hollandse Langetocht Schaats Klub schaatsen op zijn Zweeds op de Beulakerwijde. Beeld Harry Cock/de Volkskrant
Leden van de Hollandse Langetocht Schaats Klub schaatsen op zijn Zweeds op de Beulakerwijde.Beeld Harry Cock/de Volkskrant

Het antwoord van de dag is: we zijn tot Muggenbeet gekomen en het ijs was vaak prachtig. En zeer interessant. Op de terugweg komen we nogmaals over de Kleine Beulakerwijde. De situatie is alweer compleet veranderd. Wat vanmorgen nog beginnende scheuren waren, heeft de wind inmiddels uiteengedreven tot grote wakken. Aan lagerwal drukt het water door kleine scheuren omhoog. Een paar keer moeten we langs de kant een stukje lopen.

Eenmaal terug in Sint Jansklooster meldt Birgitta Kortmann dat we ruim 32 kilometer hebben geschaatst. Om er schuldbewust aan toe te voegen: 'Ik blijf toch een Hollander.'

Meer over