ANALYSEDUITSERS IN HET NEDERLANDSE VOETBAL

Deutsche Welle in de eredivisie: steeds meer Duitse voetballers actief in Nederland

Met drie trainers en 31 spelers is de Duitse prof een factor in de eredivisie. Hij is betaalbaar, trouw, degelijk en hij zoekt de schijnwerpers. Zondag is Heracles - PSV met twee coaches en zeven spelers uit Duitsland. 

 ‘Wij waren trendsetter’, stelt technisch directeur Stan Valckx van VVV over de aanwezigheid van meerdere Duitsers in de selectie, ‘maar we zijn geen Willie Wortels’. 

Vier Duitsers telt de selectie dit seizoen, plus Christian Kum met de dubbele nationaliteit. Het is simpel eigenlijk. Venlo is bijna Duitsland, de club heeft zelfs een Duitse businessclub die geniet van de intieme aandacht in de gezellige Koel. En Duitsland telt oneindig veel profs. 

Valckx: ‘In Nederland vissen we met al die clubs in dezelfde kleine vijver. Wij zoeken in Duitsland naar spelers die naar meer kijken dan verdiensten, die via VVV een reuzenstap in hun loopbaan kunnen zetten. Spits Peniel Mlapa ­bijvoorbeeld had het moeilijk met het ­fysieke geweld bij Dynamo Dresden. Hij beleefde bij ons een uitstekend seizoen en verdient nu veel geld in de Emiraten.’

De Nederlandse opleidingen tot prof kunnen de vraag naar kwaliteitsspelers nauwelijks bijhouden, terwijl de topclubs hun talenten liever in de eigen ‘Jong’-ploegen in de eerste divisie laten rijpen dan bij kleinere clubs in de eredivisie. Buitenlanders vullen de leemtes, onder wie dus veel Duitsers. 

Ze zijn overal; 31 in de eredivisie, ­verdeeld over 14 clubs. Dat duidt op een explosieve groei, vooral in de laatste vijf jaar. Van 2 in 2000, naar 4 in 2005, 5 in 2010, 8 in 2015 tot 31 nu (plus 8 in de eerste divisie), inclusief een spits als Kwasi Wriedt van Willem II, die in Hamburg is geboren, twee paspoorten heeft en ­uitkomt voor Ghana. In elk geval zijn de Belgen ruimschoots overvleugeld in aantal (23), terwijl die vroeger met veel meer waren.

Heracles – PSV, een affiche van dit weekeinde, is de ontmoeting tussen de Duitse trainers Frank Wormuth en Roger Schmidt. Plus dan nog drie Duitse voetballers in de A-selectie bij Heracles en vier bij PSV, al is doelman Janis Blaswich (Heracles) geblesseerd aan de lies en mist hij mogelijk de wedstrijd.

De komst van Duitse trainers was ook een kwestie van herdefiniëring van voetbalwaarden in de polder. Het moderne voetbal komt volgens veel kenners uit Duitsland en dus was het tijd om Duitse trainers de kans te geven. Ze brengen Vollgasfussball in alle varianten, onderwezen door de navolgers van inspirator Ralf Rangnick.

In hun kielzog kwamen de Duitse spelers, met de kenmerken als het ware in hun voorhoofd gegrift. Valckx: ‘Je weet wat je aan ze hebt. Ze zeuren niet bij een reservebeurt. Ze vinden het ook leuk om hier te voetballen, in een goede sfeer. Het spel is aanvallend en open, en niet zo ­fysiek als in Duitsland. Ze mogen hier nog fouten maken. VVV is een familieclub. We hebben elkaar nodig. Hier zijn 19, 20 volwaardige spelers bij elkaar. In Duitsland tellen selecties soms 30 man. Daar zijn meer spelers ontevreden dan tevreden.’

Valckx schetst een algemeen beeld. Voor Peter Bosz, trainer van Leverkusen, zijn clichés over rennende, hard werkende, nooit opgevende voetballers met drie longen te makkelijk. Want wie of wat is de Duitse prof? ‘Is Memphis Depay een typische Nederlandse prof? Nee toch? Ik ken goede Duitse profs en slechte Duitse profs. Dé Duitse voetballer bestaat niet. De Nederlandse voetballer is wel mondiger. Hij zal eerder vragen waarom we iets doen. De hiërarchie in Duitsland is strakker. Spelers gaan sneller mee in wat de trainer wil.’

Maar dan alleen rennen

Toch bereikte de globalisering ook het voetbal. De Duitser Simon Cziommer, analist bij Fox Sports en voorheen prof, ziet de invloed van buitenaf op het Duitse voetbal als oorzaak van de kentering in de opleiding. De Duitse prof is geen man meer met louter Laufpensum, loopvermogen.

Door de hervormingen vanaf deze eeuw, het toelaten van invloeden uit ­Nederland, Frankrijk en andere landen, is ook de Duitse prof tegenwoordig een tactisch rijpe, technisch begaafde speler, nog steeds met de sterke fysiek van vroeger. ‘Het is meer dan rennen en in de laatste minuut een goal maken.’ Uit dat segment spelers, vaak ook met niet-Duitse migratieachtergrond, is zelfs het tweede echelon interessant voor ­Nederland.

Cziommer: ‘Het voetbal in Nederland heeft zich zo ontwikkeld dat het voor die categorie interessant is om hier te spelen. In de Tweede Bundesliga zitten mooie, grote clubs die nog wel aardig voetballen, maar zo aantrekkelijk is het niet om uit tegen Erzgebirge Aue te­ ­spelen. Bij die lagere clubs gaat het nog om vechten en draven. Je zag het aan Alexander Merkel. Bij Heracles was dat een fijne, tactisch intelligente speler, maar bij Bochum in de Tweede Bundesliga kreeg hij nauwelijks kansen.’

Alleen de topclubs kunnen eventueel een Duitser uit de hogere categorie halen, zoals PSV bewees met linksachter Philipp Max, door Cziommer een ‘interessante figuur’ genoemd om zijn veelzijdigheid. Cziommer, in de eerste vijftien jaar van deze eeuw prof bij onder meer FC Twente, Roda JC en Heracles, zag in zijn tijd nauwelijks landgenoten in de eredivisie. ‘Ik herinner me vooral Martin Pieckenhagen, doelman van Heracles.’ Duitsers waren ook niet zo populair. Dravers. De besten bleven in Duitsland en wat moesten ‘we’ met de tweede of derde garnituur? Wij Nederlanders waren toch de grote tactische denkers en technische voetballers?

Cziommer voelde zich altijd al perfect op zijn plek in Nederland. Hij zat al op zijn 14de in de opleiding bij FC Twente en dreef als kleinere voetballer op techniek en inzicht. Hij wacht nu alleen nog op het moment dat iets grotere clubs als AZ en Vitesse meer zaken gaan doen met Duitsland.

Duitsland heeft meer dan vier miljoen bondsleden. De vijver van Nederland is een zee in Duitsland. De Bundesliga bulkt van het geld en stroopt de wereldvelden af. ­Menig elftal in de hoogste klasse bestaat voor meer dan de helft uit buitenlanders. 

Het aantal Nederlanders in de Bundesliga is iets lager dan het aantal Duitsers in de eredivisie. Denk aan (oud-)internationals als Wout Weghorst, Davy Klaassen, ­Javairo Dilrosun, Karim Rekik en Bas Dost, maar ook zeer jeugdigen als Daishawn ­Redan en Tahith Chong. 

De Duitsers in Nederland zijn vaak volstrekt onbekend als ze komen. Want zeg nou eerlijk: wie kende Behadil Sabani (FC Twente), Joshua Wehking (Fortuna) of Görkem Saglam (Willem II), al scoorde die laatste afgelopen weekeinde tegen Heracles?

In Nederland beklimmen ze het hoogste podium en wie weet, zetten ze een stap terug om er straks twee vooruit te doen. Robin Gosens (Atalanta, vroeger Vitesse en Heracles) en Mark Uth (Schalke, voorheen Heracles en Heerenveen) haalden zelfs de nationale ploeg van Duitsland, nadat ze als jonge voetballer in Nederland actief waren.

Kans op speeltijd

 Stan Valckx: ‘Lars Unnerstall was reservekeeper bij Fortuna Düsseldorf. Via VVV haalde hij het eerste elftal van PSV.’ ­Cziommer: ‘FC Groningen heeft Sam Schreck, echt een groot talent uit de jeugd van Bayer Leverkusen. Daar zou hij nauwelijks speeltijd krijgen, bij Groningen mogelijk wel.’

Janis Blaswich van Heracles, die bij cultclubs als Dynamo Dresden en Hansa Rostock onder de lat stond, wilde gewoon naar het hoogste niveau in een goed voetballand. Na ruim twee jaar is hij aardig vernederlandst.

Pas op het eind van het telefonische ­gesprek meldt hij dat hij Nederlands kan lezen en praten lukt trouwens ook. ‘Ik wilde ergens in de hoogste klasse voetballen, met alle aandacht die daarbij hoort. Proberen de beker te winnen of Europees voetbal af te dwingen. Dat is wat het leven van een voetbalprof extra cachet geeft.’ 

Blaswich woont met vrouw en kind in Almelo (‘een rustige stad’). In een tijd dat de spanning in de samenleving mede door het coronavirus oploopt, kan hij slechts lovend zijn over zijn woonplaats. ‘Ik wil niet zeggen dat de mensen hier beter zijn dan Duitsers, maar het is me wel opgevallen hoe aardig, open en behulpzaam ze zijn.’

Spits Lennart Thy maakte furore bij Sankt Pauli, een legendarische club in Hamburg, meestal uitkomend in de Tweede Bundesliga. Hij viel in Nederland op bij VVV, ging naar Turkije, en keerde terug in Nederland bij PEC Zwolle. Sparta is  nu zijn derde Nederlandse club. Hij heeft in Zwolle zelfs zijn vrouw ontmoet en ‘we hebben nu een Duits-Nederlandse baby’. 

Thy is tevreden over zijn bestaan als voetballer in de polder. ‘Ik heb me individueel echt kunnen verbeteren. Het voetbal hier is tactisch en technisch sterk. In Duitsland gaat het meer om fysieke kracht, om teamtactiek. En in Duitsland zijn bijna alle schijnwerpers gericht op de Bundesliga. Ze kijken slechts met een half oog naar de Tweede Bundesliga. Hier is heel veel aandacht voor de eredivisie, op tv zelfs voortdurend. De stadions zijn wat kleiner, maar de stemming is mooi. Nou ja, zonder die beperkingen van corona dan.’

Na al deze werving van en voor Duitsers: de Duitser is geen garantie voor succes. Het blijft altijd afwachten of een speler uit de iets lagere regionen het niveau aankan, of hij kan aarden, of het op de cruciale momenten meezit. Valckx noemt Elia Soriano en Richard Neudecker als tegenvallers. ‘Maar de meesten slagen bij ons en hebben plezier in het voetbal, op en buiten het veld. En ook als ze verliezen, mogen ze hier in Venlo best een pot bier drinken.’

Duitsers in dienst van eredivisieclubs

Willem II  5

VVV  5

PSV  4

Heracles3

ADO Den Haag 2

Fortuna2

PSC Zwolle2

Vitesse2

Emmen1

FC Groningen1

FC Utrecht1

Feyenoord1

Heerenveen1

Sparta1

Meer over