Der Nederlanden ; Hispanje, Koning van vakantie, de

Hispanje, Koning van Als morgen in Johannesburg het Wilhelmus klinkt, zingen Onze Jongens – althans degenen die niet maar wat staan te playbacken – uit volle borst dit: ‘den Koning van Hispanje/ heb ik altijd geëerd.’..

tekst en  Wilma de Rek & Bert Wagendorp

Verhullende woorden: de rivaliteit tussen de twee landen is lange tijd hevig geweest en dateert van ver voor de uitvinding van het edele voetbalspel.

De hier bedoelde koning van Hispanje was Filips II (1527-1598), zoon van de machtige Habsburgse keizer Karel V en vanaf 1556 Heer der Nederlanden. Degene die in het lied trouwhartig verklaarde hem altijd te hebben geëerd, was Willem van Oranje (1533-1584).

Filips en Willem waren goede bekenden. Willem had op 11-jarige leeftijd het Prinsdom Oranje geërfd, maar in ruil voor zijn toestemming had Karel V de voorwaarde gesteld dat de Luthers opgevoede prins van Duitsen bloed het katholieke geloof zou aanhangen en zou worden opgevoed aan het hof in Brussel. Aldus geschiedde.

Toen de oude Karel in 1555 aftrad, leunde hij op de schouder van zijn jonge vertrouweling Willem. En toen Willem in 1554 zijn eerste zoon kreeg, noemde hij die Filips Willem, naar de zoon van de keizer. Maar de verhoudingen zouden snel verslechteren.

Filips, die de Nederlanden in 1559 had verlaten en naar Spanje was verkast, was een fanatiek verdediger van het katholieke geloof, die de populariteit van het protestantisme in de (Noordelijke) Nederlanden maar moeilijk kon verkroppen, Hij ging het nieuwe geloof met strenge plakkaten te lijf en stuurde de meedogenloze hertog van Alva om zijn gezag te handhaven. Er kwamen nieuwe belastingen bij, waaronder een soort btw, de impopulaire ‘tiende penning’. In 1568 begon de Nederlandse Opstand, later de Tachtigjarige Oorlog genoemd.

Op 8 oktober 1573 werd daarin een eerste mooi succes geboekt, toen het Spaanse beleg van Alkmaar werd afgeslagen. Een jaar later (3 oktober 1574) werd ook Leiden ontzet. Terwijl de Spanjaarden in de Zuidelijke Nederlanden terrein terugwonnen, ontwikkelde zich gedurende de oorlog in het noorden een zelfstandige natie, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Die zeven (Brabant, Gelre, Holland, Overijssel, Groningen, Utrecht en Zeeland) tekenden op 26 juli 1581 de Acte van Verlatinghe, waarin Filips II als soeverein werd afgezet. Het duurde nog tot 1648, bij de ondertekening van de Vrede van Munster, voor de Republiek, toen al een wereldmacht, door de grote mogendheden werd erkend. Maar in de zomer van 1581 werd Nederland van Spanje gescheiden – met, tot op de dag vandaag en morgen, alle gevolgen van dien.

vakantie, de Je hebt voor de vakantie, en je hebt na de vakantie. Voor de vakantie en na de vakantie zijn twee heel verschillende tijdperken. Voor de vakantie hobbelen we lamlendig en lusteloos voort, in de veilige wetenschap dat na de vakantie alles anders wordt.

De vakantie is een kantelmoment in het jaar, de periode waarin je niet alleen uitrust maar ook je leven heroverweegt. Dat kan natuurlijk prima op een Egyptische kameel of een kale Franse berg, maar het kan net zo goed thuis. Grote filosofen zetten een paar duizend jaar geleden al vraagtekens bij de lol van het reizen. ‘Wat voor nut heeft het reizen op zich iemand ooit kunnen brengen?’, vroeg Seneca zich af. ‘Het tempert de genotzucht niet, toomt de begeerten niet in, houdt driftbuien niet tegen, kalmeert onbeteugelde seksuele impulsen niet, kortom, het bevrijdt de geest van geen enkele kwaal. Je trekt van hot naar haar om de last die op je drukt los te schudden, terwijl die door al dat gejakker nog lastiger wordt.’

Van Xavier de Maistre is het beroemde Reis door mijn kamer, een reis die twee eeuwen later door Maarten Biesheuvel werd herhaald. Volgens De Maistre kleefden aan het reizen door de eigen kamer louter voordelen; een ervan was dat zo’n reis nauwelijks kosten met zich meebracht.

Zo beschouwd kun je gerust stellen dat al die mensen die er de komende weken met hun Hobby- of Kip Caravan op uit trekken – Nederland telt ongeveer een half miljoen caravans, nergens is de caravandichtheid zo groot – in wezen diep filosofisch bezig zijn. Ze nemen hun huisje mee en reizen, als ze zich van de voortent naar het gasfornuis begeven, min of meer door hun eigen kamer. En dat is weliswaar niet helemaal gratis, zoals bij De Maistre, maar als je je caravan volstopt met aardappelen, pindakaas en hagelslag van thuis, zoals het clichébeeld wil (in werkelijkheid doet maar 6 procent van de bevolking dat), valt het met de schade toch reuze mee.

Tot nog niet zo heel lang geleden trok geen Nederlander er in de vakantie op uit. Reizen was iets voor zwervers, zeelieden en kooplui; gewone burgers bleven lekker thuis. In de 19de eeuw bezocht een welgestelde zo nu en dan een kuuroord of een badplaats. In Engeland werd de Grand Tour bedacht, waarbij jongeren van goede komaf een grote reis door Europa maakten. Britse aristocraten ontdekten als eersten de Franse Rivièra en zochten zon en zee op in vissersdorpjes als Nice en Menton. De rijke burgerij volgde.

In 1819 opende Jacob Pronk in Scheveningen de eerste Nederlandse zeebadinrichting, die hij Pronkenburg noemde: een houten huis met badkamer, wachtkamer en twee koetsen om baders de zee in te rijden. Scheveningen werd snel populair als badplaats, ook al omdat koning Willem I er graag kwam. De komst van het spoor maakte de kust voor een groter publiek bereikbaar.

Sowieso is toerisme iets dat pas kon ontstaan door de toename van welvaart, van transportmiddelen en uiteraard van vrije tijd. Vakantiedagen bestonden voor de oorlog al wel, maar pas in 1946 kregen werkenden een vakantietoeslag. Aanvankelijk was dat 2 procent van het jaarinkomen, tien jaar later 6 procent. Nederlanders gingen een dagje naar het strand (broodjes en koffie mee) of verbleven een week in een pension op de Veluwe. Als ze het in hun bol kregen, maakten ze een reisje langs de Rijn of gingen ze naar de Ardennen; maar de meeste mensen bleven nog steeds gewoon thuis. In de jaren erna werden de landen rond de Middellandse Zee populair, met Spanje als topper omdat het leven daar lekker goedkoop was. De kroket en Heinekenbier deden hun intrede op Mallorca en in Torremolinos.

De huidige 65-plussers vormen de eerste echte generatie vakantiegangers. Voor die generatie was een vakantie buiten de deur een extraatje, maar zeker geen must. De tweede generatie, nu in de 40 en 50, trok in de jaren zeventig liftend naar Italië en Spanje, en meed de caravan juist als de pest; de vakantie was een tijd om alles te doen wat thuis niet mocht. Nog steeds is deze generatie het moeilijkst onder één noemer te plaatsen wat het vakantiegedrag betreft. De derde generatie vakantiegangers vindt vakantie iets volkomen vanzelfsprekends.

Inmiddels is de vakantieparticipatie in Nederland het hoogst van Europa. Ging in 1954 20 procent van de bevolking op vakantie, nu is dat 80 procent. Volgens Heidi Dahles, die in de jaren negentig onderzoek deed naar het vakantiegedrag van Nederlanders, zijn we zo reislustig omdat ons land behalve welvarend ook klein is – even gas geven en je bent alweer een grens over. ‘Bovendien kenmerkt de historie van Nederland zich door overzeese handel, kolonialisme en emigratie’, schrijft ze in Nederlanders op vakantie – Reizen voor het genoegen in historisch perspectief.

‘Vanouds is het buitenland voor Nederlanders geen onbekende grootheid, maar maakt het deel uit van hun culturele oriëntatie. Nederlanders laten zich dan ook graag voorstaan op hun kosmopolitische houding.’ Alleen zíjn ze dat niet echt, zegt Dahles. De gemiddelde Nederlandse massatoerist is vooral op zoek naar een ‘home plus-ervaring’: alles dient te zijn zoals thuis, maar dan met mooier weer.

‘De’ Nederlander bestaat natuurlijk ook op vakantie niet. Waar de een elk jaar met zijn caravan naar dezelfde viersterrencamping in Frankrijk gaat (Frankrijk blijft de favoriete vakantiebestemming), wast de ander ’s ochtends zijn blote kont in de Indiase Ganges en drinkt hij daarna een lekker kopje boterthee. Volgens het onderzoek van Dahles zijn Nederlanders wat betreft hun bestemmingskeuze de trendsetters van Europa. Sowieso hangt vakantie erg samen met trends en status.

Dahles: ‘Maatschappelijke stijgers zetten hun statusaspiraties kracht bij door zich de vakantiestijlen aan te meten van groeperingen die een trede hoger op de maatschappelijke ladder staan. Daarmee ‘daalt’ in feite een dergelijke vakantiestijl: het trickle-down-effect doet zich gelden. De bovenlaag ziet zich door het imiteergedrag van andere maatschappelijke groeperingen gedwongen de sociale afstand ten opzichte van de nieuwkomers te herbevestigen door nieuwe, onderscheiden reisstijlen te ontwikkelen. Sociale distinctie lijkt de motor te zijn van de opkomst, verspreiding en neergang van reisstijlen.’

Dus als Henk en Ingrid naar de Noordpool gaan, zit er voor de elite niks anders op dan de caravan vol te stouwen met aardappels, pindakaas en hagelslag, en koers te zetten naar een waddeneiland.

Fijne vakantie!

Uw reacties en tips
Wat is er nog Hollandser dan een rookworst bij de Hema? Voor mij is dat een zondags bezoek aan een van de Van der Valk-filialen voor koffie met gebak of een brunch.

In de jaren zestig ging ik al met mijn ouders en grootouders naar Avifauna in Alphen aan den Rijn. Ik heb mooie herinneringen aan die familiediners aan wit gedekte tafels, de servetten gevouwen tot witte puntmutsen. Wij kinderen vonden dat het toppunt van deftig. Kip met patat. De befaamde appelmoes met kers die zich op je bord mengde met mayo en jus. Sorbet toe met een gesuikerd wafeltje en een poppetje op een stokje waar ik zo blij mee was, dat ik het altijd zou bewaren. Vogels kijken, de grote speeltuin en de rondvaart op het Braassemermeer. Allemaal herinneringen aan het bedrijf dat al zeventig jaar het familiegevoel verkoopt. Ruim veertig jaar later kom ik door mijn schoonfamilie weer regelmatig bij Van der Valk voor de verjaardagen, Pasen, Kerst.

Slechts een enkele keer kunnen we mijn schoonouders overhalen een pannenkoekhuis in de duinen te bezoeken of een wokrestaurant. Maar de verbondenheid van mijn schoonouders met de Toekan-restaurants is diepgeworteld, dus komen we weer terug.

(Quirina van Hof)

Meer over