Reportage

Debutant Van der Poel is trots op derde plek in helletocht

null Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Hij had gehoopt dat hij het meest fris zou zijn van het leidende trio, na een slopende koers over spekgladde kasseien. Maar Mathieu van der Poel moest genoegen nemen met een derde plek bij zijn debuut in Parijs-Roubaix. Toch overheerste de tevredenheid. ‘Als ik dan moet verliezen, ga ik het liefst strijdend ten onder.’

Rob Gollin

Hij probeert het nog, Mathieu van der Poel (26), als hij voor het eerst van zijn leven de wielerbaan van Roubaix oprijdt, na 257 slopende kilometers in de Hel van het Noorden, in de regen, door de modder, over besmeurde kasseien. Maar als hij aanzet om de demarrage van de Belg Florian Vermeersch (22) te beantwoorden, blijkt dat de helletocht de laatste restjes buskruit in de dijen heeft opgeslokt.

Hij nadert, maar niet snel genoeg en ziet hoe de Italiaan Sonny Colbrelli (31), regerend Europees kampioen en net als hij nieuw in de koers, vlak voor hem de zege kaapt in de klassieker die hij in zijn carrière het liefst op zijn erelijst zou hebben. Zelfs Vermeersch, ook al debutant, blijft hem voor. Van der Poel: ‘Ik had gehoopt dat ik in de sprint het minst kapot van ons drieën was, maar blijkbaar zat ik het kapotst van allemaal.’

Hij stuurt de baan af, laat zich van zijn fiets vallen en blijft minutenlang op zijn buik in het gras liggen. Dan krabbelt hij overeind en beent naar de tent waar de nummers één, twee en drie worden opgefrist voor de huldigingsceremonie. Het oogt alsof hij de teleurstelling al heeft verwerkt. ‘Ik ben blij dat ik heb kunnen koersen zoals ik wilde, in de aanval. Als ik dan moet verliezen, ga ik het liefst strijdend ten onder. Ik ben er trots op dat ik op het podium sta.’

Op de kasseienstrook van Camphain-en-Pévèle Mathieu van der Poel en Florian Vermeersch met links de latere winnaar Sonny Colbrelli en achter Tom van Asbroeck. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Op de kasseienstrook van Camphain-en-Pévèle Mathieu van der Poel en Florian Vermeersch met links de latere winnaar Sonny Colbrelli en achter Tom van Asbroeck.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

De sprint van de stervende zwanen is de verschroeiende apotheose van de eerste doorweekte Parijs-Roubaix sinds 2002. Overvloedige regen had op sommige secteurs pavé de kasseien volledig ondergedompeld in modderwater en drab. Op sociale media kwamen al vroeg in de ochtend onheilspellende foto’s voorbij, waarop de renners een behouden vaart kregen toegewenst en het advies kregen duikbril en snorkel mee te nemen. Dylan van Baarle zei dat hij het idee had dat hij door een sloot ging fietsen.

De voorspelde totale apocalyps blijft uit. Natuurlijk zijn er valpartijen, zoals in elke Parijs-Roubaix veel wordt gevallen. Renners gaan pardoes onderuit, zowel op de keien als op het asfalt, en collega’s die achter hen rijden, gaan met ze mee. Massale tuimelingen blijven uit, ook al omdat het veld in een vroeg stadium uiteen wordt getrokken en de renners veelal pal achter elkaar blijven rijden op het schaarse nog enigszins berijdbare spoor. Een slagveld wordt het wel, met uiteindelijk 81 van de 175 renners die Roubaix niet halen of te laat binnenkomen. Dat gaandeweg de deelnemers door het slijk op lijf en leden de gedaante van frontsoldaten uit de Eerste Wereldoorlog aannemen, draagt bij aan het idee van een krijgstoneel. In de middag, met zowaar wat zon, droogt de prut op het gezicht op in korsten, doorsneden door spoortjes snot en spuug.

Er waren twijfels geweest over de conditie van Van der Poel, over de ernst van zijn rugproblemen. Op het WK vorige week zondag in Leuven, moest hij zich verzoenen met een bijrol. Maar hij ontpopt zich deze zondag tussen de favorieten als de grote animator om vroeg weggereden groepen en groepjes te achterhalen. Hij versnelt voor het eerst in het Bos van Wallers. Hoe groot zijn dadendrang is, etaleert hij niet lang daarna. Op 74 kilometer van de finish wisselt hij van fiets. Op 71 kilometer sluit hij weer aan bij kanshebbers als Wout van Aert, Yves Lampaert en Zdenek Stybar. Één kilometer later volgt een nieuwe aanval, op de Tilloy à Sars-et-Rosières. Het is de plek waar Van Aert c.s. moeten passen.

null Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Hij begint de vluchters op te vegen, van wie de meesten graag het kopwerk aan de Nederlander overlaten. Colbrelli was een van hen. Hij had, zegt de winnaar achteraf, maar één tactiek: Van der Poel volgen. Die probeert de concurrentie af te schudden. Vooral in de bochten weet hij telkens wat afstand te nemen, als wereldkampioen veldrijden heeft hij een surplus aan fietsvaardigheid. Maar altijd weer klampt er iemand aan. Colbrelli en Vermeersch zijn de laatste overblijvers.

Van der Poel had het van tevoren gezegd: in zo’n koers, met deze omstandigheden, heb je ook wat geluk nodig. Het valt deze dag ook zijn kant op. De enige vluchter die ze met z’n drieën maar niet te pakken krijgen is de Italiaan Gianni Moscon. Pas nadat de renner van Ineos Grenadiers een lekke band krijgt en niet veel later onderuit gaat, wordt de achterstand overbrugd. Achter hen stuitert op de kasseienstrook Camphin-en-Pévèle een motor de berm in en wordt de groep met Van Aert, die op dat moment terrein aan het terugwinnen is, opgehouden.

Het is op de baan niet alleen Van der Poel die ter aarde zijgt. Florian Vermeersch barst zittend in tranen uit. Hij zat in een groep die al na 40 kilometer was weggereden. Kramp had hem in de laatste meters op het velodroom parten gespeeld. ‘De ontgoocheling overheerst. Misschien dat ik er over enkele uren trots op kan zijn.’ Colbrelli viert schreeuwend zijn triomf ruggelings op de grond. ‘Het was een droom om een keer een monument te winnen. Dit is mijn jaar.’

Verderop zit nog iemand zwaar teleurgesteld op het gras. Het is Nils Eekhoff, 23 jaar, in dienst van Team DSM. Hij is 44ste, op 12.24 van Colbrelli. Tientallen kilometers heeft hij met een ander op kop gereden. Die staat nu op het podium, het is Vermeersch. Als Eekhoff weer staat, heeft hij moeite de ogen te openen, ze gaan bijna schuil achter de opgedroogde korsten. Hij baalt, ja. Hij heeft onderweg moeten overgeven, hij heeft met diarree aan de kant gestaan. ‘Ik voelde me niet top en dat bouwde maar op. Dit voelt als een gemiste kans. Ik had daar kunnen staan.’ Hij is er graag weer bij, volgend jaar april. Met één aantekening: ‘Het hoeft er niet elk jaar zo bij te liggen.’

Meer over