ANALYSEFormule 1

De zorgen van Max Verstappen: sterke motor, goede tweede rijder en een winnend team

Max Verstappen finisht als derde tijdens de GP van Portugal afgelopen zondag.Beeld AFP

Met een nieuw contract en een gedreven motorleverancier begon Max Verstappen (23) met een prettig toekomstperspectief aan het seizoen. Bij de dertiende race, zondag op het circuit van Imola in Italië, is er veel veranderd. De drie grootste vraagtekens.

De motor

Het besluit van Honda om na 2021 uit de Formule 1 te stappen, heeft Red Bull opgezadeld met een enorm probleem. De Japanse aandrijving was de sleutel naar datgene wat Verstappen in zijn Formule 1-loopbaan nog miste; een topmotor.

Nu begint die zoektocht opnieuw. In de kleine maand sinds de aankondiging van Honda is duidelijk geworden dat Red Bull in die speurtocht niets cadeau krijgt.

Zonder Honda zijn er nog drie merken over die het team van motoren kunnen voorzien: Mercedes, Ferrari en Renault. Mercedes liet meteen weten niet van zins te zijn een directe titelconcurrent te helpen. Renault en Ferrari waren minder stellig. Red Bull wordt bij die leveranciers alleen wel weer ‘huurder’ bij een fabrieksteam, terwijl de Honda-motor is gebouwd met enkel het belang van Red Bull voor ogen.

Dus lijkt momenteel de beste optie om dan maar zelf een motor in elkaar te schroeven, zoals Red Bull-topman Helmut Marko onlangs verkondigde. Of meer: het behouden van de Honda-aandrijving, maar dan met een Red Bull-sticker erop. Er zitten namelijk honderden miljoenen aan ontwikkelingskosten in de Japanse krachtbron, die tot en met volgend seizoen nog zal worden verbeterd.

Marko wil dan wel dat vanaf 2022 de huidige motoren bij geen enkel raceteam meer verder verbeterd mogen worden. Red Bull heeft niet de expertise of het geld om de motoren zelf door te ontwikkelen. Het is Formule 1-politiek van het hoogste niveau. Mercedes steunt bijvoorbeeld het voorstel, omdat de Duitsers weten dat ze in 2022 waarschijnlijk nog steeds de beste krachtbron hebben.

Red Bull kan het plan voor eigen motoren gebruiken om via de F1-bazen iets af te dwingen; zij zien graag meer competitiviteit. Verstappen zal vooral hopen op snelle duidelijkheid. Voor 2022 moeten er compleet nieuwe auto’s worden gebouwd. Hoe eerder de ontwerpers weten waar ze die bolide omheen moeten bouwen, hoe beter.

Zijn teamgenoot

Een Formule 1-coureur kijkt altijd als eerste naar zijn teamgenoot. De rijder aan de andere kant van de garage moet in ieder geval verslagen worden voor succes in de koningsklasse. Maar voor Verstappen is de coureur in dezelfde auto al een tijdje niet meer een zorg.

Vorig jaar verzoop Pierre Gasly naast de Nederlander. Dit jaar ondergaat Alexander Albon hetzelfde lot. De Britse Thai is in de kwalificatie gemiddeld een halve seconde langzamer dan Verstappen. Zondag werd hij in Portimão op een ronde gezet.

Verstappen heeft volgend seizoen nagenoeg zeker weer een nieuwe naam naast zich. Wie dat wordt, maakt hem naar eigen zeggen niet uit. Zijn teambaas Christian Horner ziet dat anders. Hij wil coureurs die dichter bij elkaar zitten. Het team wordt daar namelijk beter van.

Nu heeft Red Bull enkel iets aan Verstappens racedata. Geregeld haalt hij meer uit zijn auto dan op papier voor mogelijk wordt geacht. Dat is essentiële informatie om de auto te verbeteren.

De laatste teamgenoot die Verstappen enigszins kon evenaren, was Daniel Ricciardo, van 2016 tot 2018. In die jaren bleek Red Bull aanzienlijk beter in het verbeteren van de auto gedurende het seizoen, vooral dankzij de bakken aan gegevens en feedback die de coureurs aanleverden. Daarnaast kunnen gelijkwaardige teamgenoten elkaar helpen in races.

Verstappen zou intern desgevraagd wel hebben aangegeven iets te zien in de komst van Nico Hülkenberg. De Duitser is dit seizoen twee keer in allerijl ingevlogen voor races bij Racing Point vanwege coronabesmettingen bij coureurs.

Zonder voorbereiding finishte de 33-jarige veteraan (179 GP’s) in beide races in de top-10. Dat heeft indruk gemaakt op Verstappen, die normaal gereserveerd is als het gaat om complimenten voor collega’s. Nog een pluspunt: Hülkenberg spreekt vloeiend Nederlands, omdat hij in zijn kartjaren veel tijd in Nederland heeft doorgebracht.

Het team

Sinds 2013 zit Red Bull zonder wereldtitel. Het is de langste periode van titeldroogte sinds het energiedrankmerk in 2005 de Formule 1 betrad. En dat is te lang voor een bedrijf dat zijn sponsoractiviteiten bouwt rond succes en het verleggen van grenzen. Het is dus de vraag hoelang Red Bull-baas Dietrich Mateschitz nog geduld heeft met zijn F1-project.

De renstal verlangt terug naar de jaren met Sebastian Vettel, toen het met vier titels op rij onoverwinnelijk was. De 23-jarige Verstappen moest zo’n nieuwe glorieperiode inluiden, te beginnen door Vettel af te lossen als jongste F1-kampioen. Door dat streven kan na dit jaar alvast een streep.

Verder lijkt de dominantie van Mercedes nog minimaal een seizoen aan te houden, omdat de auto’s volgend jaar nauwelijks aangepast mogen worden. Het vertrek van Honda heeft het zicht op snel, structureel succes troebel gemaakt.

Teambaas Horner uitte eerder deze maand zijn zorgen. Volgens hem moet de Formule 1 oppassen ‘geen dinosaurus’ te worden. Hij vindt de motoren te complex en te duur, zei hij in een interview met Sky Sports, waardoor ze niet meer aansluiten bij trends in de auto-industrie.

Honda verliet de F1, omdat het de sport niet in de duurzame koers van het automerk vond passen. Horner noemde het een wake-upcall. Ook omdat een niet-automerk als Red Bull, dat van derden afhankelijk is voor krachtbronnen, zo steeds minder opties heeft om competitief te zijn in de klasse.

Mateschitz’ boezemvriend Helmut Marko zei al vaker dat Red Bull de Formule 1 zal verlaten als er geen zicht meer is op succes. Als er geen akkoord komt over het bevriezen van de motorontwikkeling zou dat zo’n moment kunnen zijn, waarschuwde hij.

De kans is groot dat Verstappen het schip dan allang heeft verlaten. Als hij geen competitieve motor krijgt, kan hij op basis van een clausule in zijn contract na 2021 weg bij het team, bevestigde Marko deze maand tegenover het Duitse Auto, Motor und Sport. ‘Maar dat is ook ons uitgangspunt. Zonder motor waarmee we het wereldkampioenschap kunnen winnen, is het project niet interessant.’

Meer over