ProfielAssistent bij Oranje

De zeven gezichten van Henk Fraser: goed met alle culturen, inclusief de Nederlandse

Henk Fraser zit sinds kort naast bondscoach Louis van Gaal op de bank bij het Nederlands elftal. Enkele kopstukken uit de selectie mengen zich stevig in het racismedebat. Assistent Fraser zoekt altijd de nuance, ook al kent hij de verschrikkingen van discriminatie.

Assistentcoach Henk Fraser luistert tijdens Nederland  - Turkije beleefd naar de vierde official.  Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Assistentcoach Henk Fraser luistert tijdens Nederland - Turkije beleefd naar de vierde official.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Inheemse moeder

Om zijn spelers te prikkelen zegt Henk Fraser soms: ‘Jullie zouden het niet redden in de jungle.’ De voetbaltrainer weet waar hij over praat. Fraser (55) kreeg bekendheid als meedogenloze verdediger bij Feyenoord en als succesvolle trainer. Naast Sparta-coach is hij sinds kort assistent van Louis van Gaal bij het Nederlands elftal.

Fraser beweegt zich makkelijk tussen culturen, hij woonde lang in het Rijnmondgebied en alweer enige decennia op het Brabantse platteland. Maar hij werd geboren in Paramaribo, en groeide op aan de rand van de Surinaamse hoofdstad vlak naast het oerwoud. Daar speelde hij als klein jongetje tussen de slangen en spinnen, hoorde hij het gegrom van een jaguar.

Hij vindt nog steeds rust in het oerwoud, trekt er in de zomer met zijn neven dagenlang rond, hun eigen maaltje bij elkaar jagend, hoewel hij sinds zijn achtste in Nederland woont. ‘Wij zeggen: ‘Je kan de indiaan uit het bos halen, maar het bos nooit uit de indiaan’,’ vertelde Fraser bij RTV Rijnmond.

Zijn moeder behoort tot de inheemse bevolking, voorheen getypeerd als indianen. Fraser: ‘Indianen zijn over het algemeen rustig, bescheiden en afstandelijk. Dat heb ik in het begin heel erg gehad.’

Dat indianen van hun land zijn gejaagd, onderdrukt en vermoord worden, raakt hem. ‘De geschiedenisboeken zijn niet door indianen geschreven. Dus in werkelijkheid zal het nog vele malen erger zijn. En de onderdrukking speelt nog steeds. In Brazilië worden ze weggejaagd en afgeschoten. Het doet me veel, omdat ik weet dat ik daarvan afstam.’

De baas

Frasers Surinaamse vader werkte in het leger. Hij is zijn grote rolmodel, respect voor ouderen en leidinggevenden zit er heel diep in bij de trainer. En ook: niet zeiken, incasseren, gewoon doorgaan, discipline. Die opvoeding vormde hem, stelde hij meermaals.

Al was zijn idee als tiener: gezellig voetballen bij amateurclub RFC met neven en vrienden en doordeweeks in de garage sleutelen aan auto’s. Belangstelling van Sparta wimpelde hij de eerste keer af, totdat zijn vader stelde dat hij voor zijn kans moest gaan.

De hoofdtrainer Fraser is in een bepaald opzicht old skool; hij is de baas, die vaak bezigt dat zijn spelers veel meer uit zichzelf moeten halen. Fraser kan enorm tekeergaan op het trainingsveld en in de rust van een wedstrijd. Vooral als lef, initiatief en ‘mannelijkheid’ ontbreken, afspraken niet worden nagekomen, als spelers teveel twijfel tonen of elkaar niet de waarheid zeggen. Dan spuwen zijn ogen vuur, kan hij zijn frustratie moeilijk verbergen. ‘Sommige spelers hebben daar moeite mee,’ zegt Mo Rayhi, die trainde onder Fraser in de jeugd van PSV en bij Sparta. ‘Ik heb hetzelfde karakter, ik wil winnen. Hij is heel straight, heel direct. Daarmee wint hij respect.’

Naast het veld kan hij jongensachtig enthousiast uit de hoek komen, hij spreekt de taal van de jeugd, is naar eigen zeggen een kei op de Xbox. Zijn deur staat altijd open om ergens uitleg over te geven, maar niet met iedere speler bouwt Fraser een persoonlijke band op. Met Rayhi wel. Toch wisselde hij de middenvelder eens voor de rust na een aantal matige corners. Rayhi: ‘Ik was niet blij, maar ik weet wat ik aan hem te danken heb.’

Na een wedstrijd voor de camera legt Fraser de vinger ongenadig op de zere plek, waarbij hij ook zichzelf niet spaart. Vaak besluit hij met: ‘Misschien heb ik het niet goed gedaan.’

De ontzettend relaxte peer

‘Ik ken niemand die Henk Fraser een lul vindt.’ En KRO-NCRV-presentator/filantroop Sander de Kramer kent een hoop mensen, vooral in Rotterdam waar hij een aantal boeken en honderden columns over schreef. Zo leerde hij Fraser kennen die deels opgroeide in Schiedam en Rotterdam-West.

De Kramer snapt wel dat bondscoach Louis van Gaal Fraser binnenhaalde als assistent, los nog van zijn prima prestaties als coach bij ADO, Vitesse en Sparta. ‘Henk is een ontzettend relaxte peer. Als ik een wedstrijdje of iets anders organiseer voor het goede doel is Henk er altijd bij. Maar hij smeert ook lachend wat extra sambal op mijn Surinaamse broodje. Terwijl ik mijn mond verbrand, helpt hij me mijn oude auto op te starten.’

De loyale strijder

‘Karate Henk’ noemen Feyenoordsupporters Fraser nog steeds. Het is liefkozend bedoeld. Fraser maakte na omzwervingen langs FC Utrecht en Roda JC in de jaren negentig naam bij Feyenoord, de favoriete club van zijn vader als meedogenloze verdediger.

‘Hij was superloyaal,’ zegt oud-ploeggenoot Regi Blinker. ‘Als hijzelf een trap kreeg, liet hij het gaan. Maar als ik werd neergeschopt, zei Henk in het Surinaams: ‘niks terugdoen, ik pak hem voor je.’ En dat gebeurde dan ook.’

Fraser kon meer dan hij zelf dacht. Huizenhoog keek hij op tegen middenvelder Peter Bosz, coach Van Hanegem en libero Metgod. Blinker: ‘Op het veld was hij een strijder. Dat hij ook goed kon voetballen sneeuwde daarbij onder. Daarbuiten was hij introvert, poeslief, nederig. Ik verbaas me erover hoe goed hij nu communiceert voor de camera.’

De vernieuwer

Hoewel hij zijn trainersopleiding bloedserieus nam, voelde Fraser zich lang senang bij een rol in de luwte als jeugdtrainer of assistent. Maar na het ontslag van hoofdcoach Maurice Steijn bij ADO, die hij assisteerde, werd hij ineens voor de leeuwen gegooid. Ook in de voetbaljungle vond Fraser zijn weg door zich te blijven ontwikkelen. ADO loodste hij uit de degradatiezone, met Vitesse won hij de beker en Sparta hielp hij promoveren.

Qua trainingsvormen, analyses, tactisch inzicht en moderne terminologie wordt hij hogelijk geprezen door spelers, collega’s en technisch directeuren. Jonge spelers verbeteren zichtbaar onder Fraser, ondertussen bijten tegenstanders zich stuk op zijn ploeg, die hij desnoods defensief vechtvoetbal laat spelen om tot een resultaat te komen.

Steeds meer werkt Fraser op gevoel, trekt hij zich minder aan van de heersende mening. Twee jaar geleden kwam hij met het duo-aanvoerderschap op de proppen. Het werd vooral uitgelegd als een statement, omdat er een witte en een gekleurde aanvoerder werden benoemd. Maar Fraser vond het vooral ook praktisch in hiërarchisch opzicht: de jonge spelers moesten nu naar twee man luisteren. Bovendien kon de ene aanvoerder bij de scheidsrechter protesteren, terwijl de ander het team organiseerde. Hij kon bovendien een aanvoerder die uit vorm was passeren.

Ook een noviteit: een speler (liefst de doelman) een blessure laten simuleren zodat hij zijn ploeg kon instrueren. En bij ADO liet hij zijn zoon met zijn drone over het veld vliegen om opnames van de training te maken.

De gematigde activist

Fraser is voorzitter van de stichting Suriprofs, maar staat in de voetbalwereld niet bekend als de meest fanatieke activist in het racismedebat aankomt. Hij houdt zich het liefst afzijdig, omdat hij niet in een hokje geduwd wil worden, vertelde hij aan Trouw. Zijn zaakwaarnemer Hakim Slimani, van Marokkaanse komaf: ‘Henk is net als ik. Wij zien geen kleur.’

In het AD sprak Fraser de wens uit dat de scherpe randen van het racismedebat af gaan. ‘Ik zie mensen op televisie verschijnen die zich werkelijk overal gekwetst over voelen. Ze zijn slachtoffer van dit, van dat, van zus en zo. Ik kan niet tegen dat gejank. Tegen die extremelingen aan de andere kant van het racismedebat evenmin, trouwens. Juist ook omdat het averechts werkt, dat gebrek aan nuance. In plaats van begrip kweken ze ergernis.

‘Begrijp me niet verkeerd, hè. Ook ik werd als tiener voor een nachttent door de portier geweigerd, terwijl mijn blanke rijgenoot wel binnenkwam. Maar denk je dat ik mijn trots op zo’n moment liet krenken door zulke zielige types? Je moet je nooit als slachtoffer willen gedragen.’

Hij wil het racismeprobleem ook niet bagatelliseren; constateert dat er nog heel weinig profvoetbalcoaches van kleur zijn. ‘Er is genoeg werk aan de winkel.’ Zijn genuanceerde blik wordt hem niet altijd in dank afgenomen. Hij krijgt soms mails dat hij zich harder moest opstellen.

Zijn vader leerde hem incasseren en in zijn spelerstijd bij Feyenoord was racisme geen thema. Oud-ploegmaat Blinker: ‘Er waren geen tafeltjes met alleen zwarte of alleen witte spelers, alles zat door elkaar, had lol met elkaar. Als je een keer racistisch benaderd werd door het publiek, trok je je dat niet aan. Dacht je: als ik rood haar had gehad, hadden ze me ‘rooie’ genoemd. Dat was toen de tijdsgeest.’

Ruud Gullit vindt dat de tijd van wegkijken inmiddels voorbij is. ‘Natuurlijk moet je niet overdrijven, maar op een gegeven moment moet je zeggen: nu is het genoeg! Zeker als je daar een podium voor hebt. Ik hoorde ook steeds: je moet erboven staan. Het is hetzelfde als iemand aangerand wordt en dat er dan gezegd wordt: ja, maar ze had ook wel iets heel erg uitdagends aan.’

De assistent

Veel spelers van het huidige Oranje zich wel stevig uit in het racismedebat, net als eerder Gullit, Stanley Menzo, Winston Bogarde en Clarence Seedorf dat deden.

Memphis Depay en Denzel Dumfries deden mee aan Black Lives Matters-demonstraties, Georginio Wijnaldum maakte een aantal scherpe statements en onder aanvoering van Virgil van Dijk werd programma Veronica Inside geboycot omdat het naar de smaak van de spelers meermaals ‘ver over de grens’ ging.

Met Fraser hebben ze er op dat vlak niet direct een fanatieke bondgenoot bij. In meerdere interviews verwierp Fraser ook de suggestie dat hij vanwege zijn afkomst was aangesteld. ‘Ik ben goed met alle culturen, inclusief de Nederlandse cultuur.’

Gullit is alsnog benieuwd naar de rol die Fraser daadwerkelijk binnen de staf van het Nederlands elftal bekleedt. ‘Mag hij trainingen leiden of alleen met spelers spreken? Dat is nogal een verschil. Is zijn aanstelling puur een gebaar of heeft hij echt invloed?’

Fraser stelt zich volgens ingewijden vooralsnog bescheiden op bij Oranje. Hij zei ook zelf na zijn eerste interlands tegen de Volkskrant: ‘Mijn rol is heel anders dan bij Sparta. Ik praat veel met spelers.’ Hij is ‘ondergeschikt aan Van Gaal’ voor wie hij bewondering heeft. ‘Maar dat is wat anders dan dat ik ontzag heb. Dat heb ik alleen voor mijn vader.’

CV

Henk Fraser

(7 juli 1966, Paramaribo)

De voetballer

Sparta (1984-1986)

FC Utrecht (1986-1988)

Roda JC (1988-1990)

Feyenoord (1990-1999)

6 interlands, 2x landstitel, 4x KNVB beker

De trainer

ADO Den Haag (2014-2016)

Vitesse (2016-2018)

Sparta (2018-heden)

Nederlands elftal (assistent 2021-heden)

1x bekerwinnaar, 1x kampioen eerste divisie

Meer over