ColumnPaul Onkenhout

‘De sport is content geworden’: een akelige zin, maar niet onjuist

null Beeld

Eind vorig jaar stond er plotseling een foto van een Nederlandse voetballer in een van de beroemdste kranten ter wereld, The New York Times. De voetballer had een eivormig hoofd en rood-roze haar. Het was Ryan Babel, international en sinds januari weer terug bij Ajax en, volgens de Times, de man met wie alles is begonnen.

De foto was geplaatst bij een verhaal over het voetbal buiten de stadions; over de opkomst van de sociale media in de sport en de enorme veranderingen in het afgelopen decennium. De sport is content geworden, was de bewering – een akelige zin zoals alle zinnen waarin het woord content voorkomt, maar niet onjuist.

Rory Smith, chef van de voetbalredactie, betoogde dat het begin van de moderne tijd in het voetbal is aangezwengeld door Babel, met een tweet op 9 januari 2011. Smith gebruikte grote woorden om zijn punt te maken. ‘Het was op die plek en op dat moment dat alles veranderde; dat de oude wereld in één klap opging in de nieuwe.’

Ik herinnerde me die tweet nog, Babel had er veel last van gehad. Hij speelde destijds bij Liverpool. Na een 1-0 nederlaag in een bekerwedstrijd tegen Manchester United zette hij een foto van de scheidsrechter op Twitter, Howard Webb. Hij had Liverpool ernstig benadeeld, vonden Babel en vele anderen.

Babel knutselde een foto van Webb in het shirt van Manchester United in elkaar en schreef dat het een grap is dat Webb een van de beste scheidsrechters ter wereld wordt genoemd. Hij sloot de tweet af met een afkorting, SMH, wat shaking my head, betekent. Zoiets was niet eerder vertoond.

Sindsdien, schrijft Smith, is de manier waarop clubs communiceren met supporters, fundamenteel veranderd. Hetzelfde geldt voor de interactie tussen voetballers en het publiek en de manier waarop sport wordt geconsumeerd. Elk doelpunt of opvallend moment wordt in korte clips verspreid. Alles wat wordt gezegd, wordt bekend. De kans op nepnieuws is groot.

Zaterdagavond zag ik op Twitter dat supporters van ADO Den Haag zich hadden misdragen tijdens de wedstrijd tegen PSV. Hun mikpunt was Mohamed Ihattaren, de jonge PSV’er wiens vader vorig jaar overleed. Mo, waar is je vader nou, zouden de supporters hebben gezongen volgens voetbalflitsen.nl, een van die contentfabriekjes die de sociale media gebruiken voor een verdienmodelletje.

Er was geen houden meer aan. Twitter sprak schande van het Haagse tuig. In de studio van FOX Sports ging het ook los. PSV-trainer Ernst Faber pakte de ADO-supporters aan in een tv-interview met dezelfde zender. Er was een fikse rel, totdat er plotseling aan werd getwijfeld of de tekst wel echt was gezongen.

Van ‘walgelijke spreekkoren ADO-fans’ werd het op voetbalflitsen.nl snel ‘Ging het toch niet ergens anders over?’ Mogelijk was de tekst ‘homo’s vieren carnaval’ geweest, maar niemand was meer zeker van zijn zaak. Omdat het nu eenmaal een thema was, schreef het Eindhovens Dagblad maandag toch maar een stuk over wat de ‘kwetsrel’ werd genoemd. De nuance is vergiftigd, concludeerde de krant.

Sinds iedereen zijn eigen medium is, is het er niet overzichtelijker op geworden, al suggereert de rijkdom aan informatie het tegendeel. ‘Elk klein aspect van het spel, elke korrel nieuws, elk gesproken woord, elke handeling wordt opgeblazen’, vatte Rory Smith in The New York Times het samen. Het levert een dubbel gevoel op. Het is fijn om alles te zien en te weten, maar tegelijkertijd heeft het voetbal een groot deel van zijn magie verloren.

De man met wie het allemaal begon, Ryan Babel, kreeg in 2011 van de Engelse voetbalbond een boete van 12 duizend euro. Sindsdien neemt hij geen risico’s meer. Op Instagram plaatst hij vooral foto’s van zichzelf, met roze haar, maar daar is iedereen aan gewend.

Meer over