ColumnSam Planting

De Spaanse spitsen moeten hopen op de ketchuptheorie van Van Nistelrooij

null Beeld

Gonzalo Higuaín, goed voor 31 interlandgoals bij Argentinië, 121 goals bij Real Madrid en zelfs 165 goals bij Italiaanse topclubs, heeft in interviews meermaals aangegeven Ruud van Nistelrooij eeuwig dankbaar te zijn voor zijn advies.

In de tijd dat de Argentijn als jonkie met hem samenspeelde bij Real Madrid, maakte Van Nistelrooij hem bekend met de ketchuptheorie. ‘Ruud vergeleek scoren met een fles ketchup’, aldus Higuaín. ‘Soms doe je ontzettend je best en komt er niets uit en op een ander moment gaat het ineens vanzelf.’

Vanuit die instelling maakte de goedlachse spits uit Brabant zich zelden druk om het maken van doelpunten. Ze komen wel, wist hij, die goals. Als je maar kansen blijft krijgen. Kortom, blijven schudden die ketchupfles.

Het advies van Van Nistelrooij aan zijn onzekere ploeggenoot vormt nog altijd een poëtische remedie voor de grootste denkfout in het voetbal: dat de groten op aarde geen kansen missen. Want dat doen ze juist.

166 keer leidde een schot van Messi afgelopen seizoen niet tot een goal. Dat zijn 59 missers meer dan de speler met de op-één-na grootste hoeveelheid gemiste kansen in de Spaanse competitie. Lewandowski was afgelopen seizoen goed voor 41 goals, het hoogste doelpuntentotaal ooit in de Bundesliga, maar leidde de competitie ook in schoten die niets opleverden. En het laat zich dan raden hoeveelste Cristiano Ronaldo stond in het lijstje van Serie A-spelers met de meeste gemiste kansen.

Nog meer dan bij het afmaken van de kans, onderscheidt de steraanvaller zich door het herhaaldelijk krijgen van de kans. Op naar de volgende. Blijven schudden.

Maar dan moet de ketchup wel komen. Zo hopen ze ook vurig in Spanje. Qua veldspel zijn de Spanjaarden dominant dit toernooi. Met een gemiddelde van 67,5 procent balbezit heeft aanzienlijk meer de bal dit toernooi dan de andere drie halve finalisten dit EK gemiddeld lieten noteren (54 procent). Bondscoach Luis Enrique zet vol in op de heropleving van tiki-taka, het balbezitsspel met de eindeloze hoeveelheid korte passes.

Ook qua schotenbalans (+13,4) staat Spanje ruim bovenaan dit toernooi: tegenover gemiddeld slechts 6,4 doelpogingen per wedstrijd van de opponenten, komt het zelf per duel tot gemiddeld 19,8 doelpogingen. Aanstaand tegenstander Italië (+12,4) kan qua schotenbalans nog wel aanhaken, maar het contrast met Denemaken (+9,2) en vooral Engeland (-1) is groot.

Maar waar de onderliggende cijfers van hun spel prima blijken, mogen de Spanjaarden alsnog van geluk spreken dat ze in de halve finale staan. Slechts één van de vijf EK-duels wonnen ze binnen de reguliere speeltijd. Dat was de 5-0 tegen Slowakije, toen Spanje écht moest.

In de duels met Zweden (0-0), Polen (1-1) en Zwitserland (1-1 n.v.) bleef het maar schudden geblazen. Spitsen Álvaro Morata en Gerard Moreno staan respectievelijk eerste en vijfde qua kwantiteit aan kansen dit toernooi, en eerste en derde qua kwaliteit aan kansen. Maar goals, ho maar. Tot dusver leverden 32 doelpogingen van Morata (2) en Moreno (0) welgeteld twee treffers op.

Tegen Italië moeten de Spaanse spitsen onder hoogdruk hun innerlijke Van Nistelrooij vinden. Hopen dat de kwak ketchup er op een allesbeslissend moment toch uitkomt.

Meer over