De snelste man op aarde

Op 13 oktober 1947 doorbrak de Amerikaanse straaljagerpiloot Charles 'Chuck' Yeager als eerste sterveling de geluidsbarrière. Bijna op de kop af vijftig jaar later moet de supersonische knal komen van een vehikel dat op de grond blijft....

HENK STRABBING

DE WERELD is in kaart gebracht, de polen zijn bezocht, alle bergen beklommen, de mens is op de maan geweest en loopt de honderd meter binnen tien seconden. Er is niet veel meer te ontdekken over. Het slechten van de geluidsbarrière op wielen is een van de allerlaatste dingen die je nog voor het allereerst kunt doen.

Het is zeker dat de jeugdige Franse graaf Gaston de Chasseloup-Laubat in 1898 nooit aan dergelijke snelheden heeft gedacht toen hij de eerste houder van het wereldsnelheidsrecord voor auto's werd met exact 63,158 kilometer per uur. Dat stelde nog niet veel voor. Want een Amerikaan had al bijna honderd kilometer per uur gereden. Op een fiets. Weliswaar in de zuigende slip stream van een trein, maar toch.

Chasseloup vestigde zijn record in een auto, aangedreven door batterijen. Benzinemotoren waren nog niet kwiek genoeg. Een jaar later overschreed de Belg Camille Jenatzy met de voor een recordwagen hoogst passende naam La Jamais Contente - De Nimmer Tevredene de magische grens van honderd kilometer per uur.

Het eerste ongeluk bij zo'n recordpoging gebeurde in Amerika waar de ingenieur/uitvinder Charles Baker met 125 kilometer per uur op het publiek inraasde. Eén dode en diverse gewonden. Baker en zijn bijrijder mankeerden niets, dankzij hoogst revolutionaire en tevoren danig bespotte voorzorgsmaatregelen: ze droegen veiligheidsriemen.

Na de Eerste Wereldoorlog ontstond een hausse in pogingen om het wereldrecord op de vliegende mijl en (per dezelfde rit) de vliegende kilometer te verbeteren. Er was bij het uitbreken van de vrede een surplus aan vliegtuigmotoren.

De veruit beroemdste recordrijder van het interbellum was Sir Malcolm Campbell. Tussen 1923 en 1935 schroefde hij het record op van 221 tot 484 km/u. Campbell was van huis uit al rijk en verdiende nog knap bij in het verzekeringswezen. Bovendien fungeerde hij als Londens agent voor Bugatti, hét speeltje van de superrijken. Sir Malcolm was een zeer Engelse gentleman die paarden en jachthonden bezat. Hij deed aan autoracen op Brooklands, een roemruchte kombaan ten zuidwesten van Londen.

Dit gewone racen bevredigde Campbell maar half. Zijn passie was pure snelheid. Hij wilde de rapste man ter wereld zijn en werd dat ook, zowel op het land als op het water. Hij noemde al zijn recordwagens en -boten Blue Bird. Want Campbell was een gecultiveerd man; hij had ooit zeer genoten van Debussy's en Maeterlincks opera l'Oiseau Bleu. Vandaar.

De grote recordjager stierf in 1949 aan longkanker. Zijn zoon Donald nam de fakkel over en werd in de jaren zestig ook snelste te land en te water. Bij een poging zijn eigen record te verbeteren, ontplofte junior met zijn alweer Blue Bird genaamde turbineboot bij ruim 400 km/u. Slechts een schoen, het zuurstofmasker en het teddybeertje Mr Moppit, Donalds mascotte, werden teruggevonden.

Voor een recordpoging te land is, naast geld, vooral ruimte nodig. In de jaren twintig werden de Pendine Sands gebruikt, een strand in Zuid-Wales. Oude journaalbeelden laten zien hoe Malcolm Campbell daar waanzinnig dicht langs een haag enthousiaste toeschouwers rijdt. In 1927 gebeurde hier het fatale ongeluk van tweevoudig recordhouder Parry Thomas. Zijn auto, genaamd Babs, bezat een in die tijd gangbare buitenboordse kettingaandrijving. De ketting knapte bij hoge snelheid en doorkliefde Thomas' hoofd. De treurende fans begroeven Babs, die vrijwel onbeschadigd was gebleven, ter plekke. In de jaren zestig werd zij opgedolven en gerestaureerd. Af en toe wordt de roemruchte recordauto gedemonstreerd tijdens historische races.

Toen de Pendine Sands te gevaarlijk werden voor de groeiende snelheden, verhuisden de recordpogingen via een kort tussenstation in Daytona Beach, Florida naar de Bonneville Salt Flats in Utah. Op deze zoutvlakte wordt elk jaar met een spoorrail, getrokken door twee tractoren, een baan geschaafd van zo'n tien kilometer lengte. Tijdens de speciale Speed Week kun je daar in elke denkbare categorie de snelste worden.

De laatste jaren voor de Tweede Wereldoorlog hield Malcolm Campbell zich alleen nog bezig met escapades op het water en het gevecht om het absolute record te land ging nu tussen twee andere Britten, George Eyston en John Cobb. Eyston had zich langzaam opgewerkt naar de top, via allerlei records en recordjes in kleinere klassen. De Fransen noemden hem bewonderend 'le Recordman'. John Cobb was een middelmatig coureur, maar hij was puissant rijk en had durf genoeg om zo hard mogelijk hard in een rechte lijn te rijden.

Cobb won deze tweekamp, geholpen door de Tweede Wereldoorlog die voorlopig een einde maakte aan alle recordbrekerij. De ironie wilde dat Eystons Thunderbolt in het veilige Australië tijdens de oorlog door brand werd verwoest, terwijl Cobbs Railton in het stukgebombardeerde Engeland onbeschadigd bleef. In 1947 werd de wagen uit de mottenballen gehaald en Cobb verbeterde zijn eigen vooroorlogse record. Ook hij wilde vervolgens het waterrecord verbeteren en dat mislukte jammerlijk. In 1952 kwam Cobb om op het Schotse Loch Ness. Bijgelovigen hadden Cobb voor gek verklaard dat hij juist dáár wilde varen. Nessie, het fameuze monster, zou immers kwaad de staart opsteken.

IN MEI 1945 deden de geallieerde bezetters in Zuid-Duitsland een zonderlinge ontdekking. Bij Mercedes in Untertürkheim stond een opzienbarend, gestroomlijnd vehikel, een vliegtuig zonder vleugels leek het. Het bleek een creatie van Ferdinand Porsche te zijn. Het Hitler-regime wilde er het wereldsnelheidsrecord mee verbeteren, maar de oorlog gooide roet in het eten. Enkele Mercedes-ingenieurs probeerden alsnog toestemming te krijgen maar de geallieerden waren onverbiddelijk. Duitsland verslagen en dan een zo tot de verbeelding sprekend record? Geen kwestie van. De T80 werd naar het fabrieksmuseum geduwd en daar staat hij nog.

In de jaren zestig werden de recordregels losser. In het vervolg hoefden de wielen niet meer te worden aangedreven. Dat betekende: vrij baan voor straalmotoren en raketten. De toen 24-jarige Craig Breedlove reed met zo'n straaljager-zonder-vleugels al in 1963 harder dan 400 mijl per uur. Dat werd toen niet erkend vanwege de oude aandrijfregel. Hij werd ook de eerste die sneller was dan 500 mijl. Dat werd wel een officieel record. Vervolgens doorbrak hij de 600-mijlsbarrière. Dit alles gebeurde binnen twee jaar. Breedlove trok zich voldaan terug. Hij was in totaal vijf keer recordhouder en had drie magische grenzen overschreden. Nu maakt hij als 60-jarige All American Hero een opzienbarende comeback. Hij jaagt in eerste instantie op 700 mijl per uur (oftewel 1120 km/u, ruimschoots genoeg om het huidige record te breken) maar gaat een eventuele Mach 1 niet uit de weg.

BREEDLOVE had graag op 'zijn' zoutvlakte van Bonneville willen starten, maar het zout van toen is het zout niet meer. Luchtvervuiling heeft de samenstelling zodanig veranderd dat de wielen (zonder banden!) niet voldoende grip meer hebben. Nu moet het gebeuren in de Black Rock Desert in Nevada, op een biljartlakenvlakke meerbodem die slechts een paar weken per jaar droog ligt.

De twee auto's zijn qua opzet zeer verschillend. Breedlove's Spirit of America is een driewieler die er uit ziet als een potlood. Er is één straalmotor die 48.000 pk levert en de bestuurder zit helemaal voorin. De Britse Thrust SSC moet het hebben van twee motoren en bijna twee keer zoveel pk's als de Amerikaanse concurrent. De bestuurder zit tussen de beide motoren in en betrekkelijk ver naar achteren. De Thrust heeft vier wielen en is twee keer zo zwaar als de Spirit.

De huidige snelste man op aarde staat ditmaal aan de kant, maar de Thrust SSC is ontegenzeggelijk zíjn project. Richard Noble (nu 51) haalde in 1983 op deze zelfde plek een snelheid van 1019.468 kilometer per uur. Hij bedacht en organiseerde de huidige recordpoging, overtuigde sponsors en werd de drijvende kracht achter de Thrust SSC. Noble raakte in extase toen zijn protégé Andy Green (35), in het dagelijks leven RAF-Tornadopiloot, een proefrit maakte die al heel dicht tegen zijn eigen record zat.

Noble: 'Het ging als een locomotief, heel erg stabiel. Ik had zoiets nog nooit eerder gezien, want ik zat altijd zelf in de wagen.' Andy Green zelfverzekerd: 'We kunnen het en het kan veilig. Je zult merken dat het er straks heel makkelijk uitziet. Er zijn in bijna honderd jaar van recordpogingen maar vijf fatale crashes geweest en in de laatste dertig jaar is er al helemaal niemand verongelukt. Dus als je beweert dat dit gevaarlijk is, dan ben ik het daar niet mee eens.'

Waarom begin je aan zoiets? Andy Green: 'It's one of the last firsts in this world.' Richard Noble zei het in 1983 zo, en ook dát klopt nog steeds: 'For Britain and the hell of it' Craig Breedlove ziet het nog simpeler: 'I have to'.

Meer over