Olympische Spelen

De slechtste tien minuten van de laatste drie jaar doen handbalteam struikelen

Overrompeld. Overvallen. Overlopen. Er waren geen andere termen te bedenken voor de manier, waarop de Nederlandse handbalsters woensdag in de olympische kwartfinale in tien minuten onder een Franse wals werden gegooid en hun tot dan zo veelbelovende toernooi zagen eindigen.

Een wanhopige Lois Abbingh op de bank tijdens het verloren duel tegen Frankrijk. Beeld ANP
Een wanhopige Lois Abbingh op de bank tijdens het verloren duel tegen Frankrijk.Beeld ANP

De stand na 9 minuten en 43 seconden was 10-3. Het flitsende schouwspel eindigde vijftig minuten later met 32-22 in Frans voordeel en daar was niets geflatteerds aan.

‘Dit waren de slechtste tien minuten uit mijn jaren met het Nederlands team’, was de analyse van Manu Mayonnade, de Franse bondscoach van de nationale ploeg die de speelsters van zijn opponent als geen ander kent. Hij werkt al jaren in zijn eigen Frankrijk, bij topclub Metz.

Iedereen had vooraf zijn zegje mogen doen over de manier waarop het fysiek zo sterke Frankrijk afgestopt moest worden. Alles was doorgenomen, maar binnen tien minuten lag dat plan aan stukken.

Het begon met een handblessure van toernooi-uitblinker Inger Smits na vier minuten. Drie minuten later lag Lois Abbingh, de Nederlandse schutter en organisator van de aanval, op de grond. ‘Ik gleed uit en ging in spagaat’, vertelde ze over de spierblessure die ze daarbij opliep. Abbingh, de Nederlandse topscorer, ging zitten en was niet meer in staat van de bank te komen.

Van die plek deed ze de simpelste constatering over de verloren kwartfinale: ‘Frankrijk was beter.’

Geen moment in het eigen spel gekomen

Nederland, de wereldkampioen van twee jaar eerder in hetzelfde Japan, kon geen moment in het eigen spel komen. De ploeg wil het liefst rennen, vliegen en snelle breaks maken, maar dat plan had Frankrijk deze keer ook. Ze voerden het ook veel beter uit. Alles lukte aanvankelijk. ‘Misschien hadden wij in die beginfase iets meer rust in ons spel moeten leggen’, was een veronderstelling van Abbingh.

Misschien had de ploeg wat zuiverder moeten aanvallen, was de waarneming van aanvoerder Danick Snelder: ‘We geven vier ballen weg en schieten twee keer heel slecht in.’ Daar begonnen de Franse tegenaanvallen die op een stormwind geleek die pas na het eerste kwartier luwde.

De volgende bindende conclusie kwam van Abbingh en ging over de vorm van de Franse keeper, Amandine Leynaud. Vooral van haar had Nederland verloren. Ze was ‘extraordinaire’, sprak haar coach Olivier Krumbholz, een geslepen routinier.

Leynaud, keepster van de Hongaarse topclub Györ, stopte het ene na het andere schot van Nederlandse speelsters die overhaast te werk gingen. Ze kwam over de hele wedstrijd aan een stop-percentage van 51 procent. Dat is in handbal een garantie voor de eindzege. Abbingh was het daar roerend mee eens: ‘Zoals Leynaud speelde, een op de twee schoten tegenhoudend, dan kun je vijf uur gaan handballen en dan win je nog niet.’

Matige Wester

Aan Nederlandse kant moest Tess Wester, matig begonnen, wijken voor de vaste reserve Rinka Duijndam die opeens een klasse beter bleek dan de eerste keus die al te zeer op haar reputatie - en niet op haar daden - is gaan drijven. Dat Wester het voorbije seizoen in Denemarken tweede keus was geworden, was haar aan te zien.

Na de donderende openingsfase kwam het duel in rustiger vaarwater. Eenmaal kwam Nederland door goed werk van de jonge vleugel Bo van Wetering en stop na stop van doelvrouw Duijndam binnen schootsafstand (16-11, met de kans op 16-12), maar daarna verflauwde het verweer. De rust kwam met 19-11.

Een kwartier na de pauze gaf het team met de vaak geïmproviseerde aanval - Housheer, Groot, Smits en Freriks speelden nooit samen - de achtervolging op. ‘Was het gat weer acht of negen groot geworden. Dan weet je dat, hoewel niets onmogelijk is in handbal, dat het klaar is.’

Eén eenzame strijder leek het niet op te geven. Dat was Nycke Groot, op 33-jarige leeftijd teruggekeerd in de nationale ploeg, om nog eenmaal, kort na het beëindigen van haar clubverband in Odense, de olympische droom waar te maken. In Rio werd Nederland vierde en zwoer Groot wraak. Die gevoelens was ze allang kwijt. Daarvoor was de zelfgekozen einde van haar interlandloopbaan, eind 2018, afdoende.

Bikkelen

Toen spelmaker Estavana Polman in mei voor de tweede keer met een ernstige knieblessure uitviel, liet Groot zich door coach Mayonnade overtuigen nog een keer het olympische avontuur aan te gaan. Er werd voorzichtig met haar omgesprongen, maar woensdag moest ze tegen de fysiek keiharde Françaises 55 minuten bikkelen. Het lichaam, geteisterd door zeventien jaar handbal op topniveau, hield het vol.

Vijf minuten voor tijd, bij de stand 30-20, maakte Groot zelf nog de allerlaatste goal uit haar interlandloopbaan, nummer 450 (uit 150 interlands). Na die 30-21 gaf zij het ook op. Na afloop moest ze getroost worden door de ouderen uit het team, Laura van der Heijden, Danick Snelder en Debbie Bont, vriendinnen voor het leven.

Snelder schoot vol na afloop toen haar over dat moment werd gevraagd. ‘Dit was de allerlaatste wedstrijd van Nycke’s carrière. Tien jaar hebben we met elkaar gespeeld. Je gunt haar een ander einde.’

Teleurstelling

Groot was zelf lange tijd niet tot antwoorden in staat, zo zeer had de teleurstelling van de uitschakeling de afzwaaiende routinier bij de lurven gegrepen. Uiteindelijk zei ze dankbaar te zijn geweest haar tweede Spelen te hebben meegemaakt. ‘Drie maanden geleden had ik dit niet kunnen bedenken.’

Ze was nog steeds in de strijdende modus, ze is geen opgever. ‘Vijf minuten voor tijd had ik door dat het niets meer ging worden, maar ik had iets van: vecht tot het bittere einde en geef gewoon alles. Ik vind gelukkig van mezelf dat ik dat heb gedaan. Ik vind dat we al zo snel opgeven, dat we niet hard genoeg ervoor vechten, dat we er niet in blijven geloven. Dat stelt me gewoon echt teleur.’

Haar 150ste interland levert een tweede kleine edelsteen op in de ring die zij kreeg voor de vijftigste interland. Ze zal hem dragen, maar misschien iets te vaak aan die ellendige dag van 4 augustus 2021 denken. De dag dat een olympische droom voor Nederlands handbalsters eindigde met een pak slaag van de Franse houwdegens.