De politicus, de voetballer en de utopist

Het is een misverstand te denken dat je voetbalt met je voeten. Voetballen doe je met je hoofd...

Een grote voetballer overziet het spel, 'leest' de wedstrijd, weet waarhij moet lopen, waar hij moet staan, zoekt de vrije ruimte, klaar omonmiddellijk toe te slaan op het moment dat hij ziet dat de vijandelijkedefensie even een gaatje laat vallen. Technisch is hij zo bedreven dat hijgeen omkijken heeft naar wat zijn voeten met de bal doen.

De allergrootsten, de Cruijffs, de Pelés en de Beckenbauers, bewegenzich als een veldheer over het gras, met rechte rug en opgeheven hoofd, hetstrijdtoneel scherp in het vizier houdend, terwijl ze de bal bijnaachteloos aan de voet meenemen, al was die slechts bijzaak. Het gaat er omwat de ogen registreren en de hersenen bedenken en beslissen, bewust ofintuïtief.

Naarmate de fysieke kracht van de stervoetballer afneemt, wordt hethoofd belangrijker. De aanvaller verhuist bij het verstrijken der jarennaar achteren om vanaf het middenveld of zelfs vanuit de laatste linie delijnen uit te zetten. Uiteindelijk blijft er slechts het hoofd over: devedette wordt trainer. Dan komt het aan op het scouten van de talentvolstespelers en het smeden van een hecht team, waarbij de juiste man op dejuiste plek staat en iedere speler met een heldere opdracht het veldbetreedt op grond van een uitgekiend systeem, dat ertoe moet leiden dat hetgeheel meer is dan de som der delen.

Het is hier dat de werkzaamheden van de beroemde trainer gaan lijkenop die van andere leidinggevenden. Bij herhaaldelijk succes loopt hij zelfsde kans te worden gepromoveerd tot rolmodel voor managers en politici.Marco van Basten overkomt dit nu. Weliswaar kwam de legendarische spitsvanwege een enkelblessure nooit toe aan de hem door Cruijff toebedachte rolals spelmaker op het middenveld, maar als bondscoach heeft hij inmiddelszo'n indruk gemaakt dat de politiek hem weet te vinden.

Onlangs noemde Wouter Bos hem een voorbeeld door de manier waarop hijde teamgeest heeft teruggebracht in het Nederlands elftal. Dat wil de jongePvdA-leider, als hij minister-president wordt, ook doen voor de Nederlandsesamenleving. 'Bindend leiderschap', noemt hij dat. 'Eenheid smeden waarverdeeldheid heerst.'

Vrijages tussen politiek en voetbal zijn niet nieuw. Pelé was in dejaren negentig een tijdje minister van Sport. De Braziliaanse presidentCardoso zag hem als een onmisbare bondgenoot. Parlementariërs enburgemeesters stonden voor hem in de rij. Allemaal wilden zij met hem opde foto, al of niet als bijdrage aan hun herverkiezing.

Pelé was het voetbal ontstegen, concludeerde de journalist GarryJenkins in een boek over wat er geworden is van de spelers van hetBraziliaanse wonderelftal van 1970. 'In een uitgestrekt, multicultureelland, dat worstelt met de integratie van zijn bevolking, was hij eenbindende kracht, een lachend symbool van de hoop. Iedereen hield van hem.'

Bindende kracht, bindend leiderschap. Het is die functie die depolitiek kennelijk graag op de voetbalgrootheden projecteert. Maar kunnendie dat ook waarmaken?

De wereld van het voetbal, of de sport in het algemeen, is een anderedan die van de politiek. In de kleedkamer regeert de wil van één man,over de opstelling wordt niet gestemd, en zeker niet door de leden van declub op een maanden van tevoren voorbereid congres. Een van de bijnamen vanRinus Michels was de Generaal, niet de Premier.

Die solitaire, bijna militaire sfeer van leidinggeven, is ook te zienbij Cruijff. Die zei ooit dat spelers bij hem als trainer helemaal nietste vertellen hebben. 'Wat hun opinie is, interesseert me helemaal niets.Als ik erbij zou zijn in Amerika (als bondscoach bij het WK van 1994,red.), dan is er maar één wet: en dat is de mijne.'

Cruijff is de leermeester en souffleur van Van Basten. Dat hoeft niette zeggen dat deze zijn voorbeeld in alles zal volgen, maar Van Bastenheeft inmiddels wel laten zien dat wie fouten maakt of niet luistert, erook bij hem meteen uitvliegt. Het is een autoritaire vorm van leiderschap,primair gericht op presteren en niet op binden. Als het bindend effectzich al voordoet in de voetballerij, is het kortstondig. De wereldtitel vanhet veelkleurige Franse nationale elftal in 1998 heeft per saldo weinigveranderd aan het minderhedenprobleem in dat land. Bos zoekt dus iets inVan Basten wat deze niet zal kunnen leveren: een methode om saamhorigheidte creëren in de chaotische vrijheid van de moderne samenleving, met alhaar dynamiek, individualisme, competitie en rivaliteit. Dat ligt niet aanVan Basten, een volmaakt harmonieuze maatschappij is een illusie.Tegenstellingen zullen er altijd bestaan. Het enige wat we kunnen (enmoeten) doen, is de gevolgen van de botsing van tegenstrijdige waardenverzachten en compromissen sluiten.

Met zijn keus voor Van Basten als profeet van een nieuwe eenheidverraadt Bos dat in deze moderne sociaal-democraat ook nog iets van eenouderwetse utopische socialist schuilgaat.

Meer over