De 'oudjes' van OSC doen het nog best

Vrouwen behoor je, zo leert de etiquette, nooit naar hun leeftijd te vragen. De handbalsters van OSC doen daar niet moeilijk over....

De warming-up van zaterdagavond in de Ookmeerhal verraadt direct al de aard van het team. De kinderen mogen bij het inlopen mee aan de hand. Rik loopt mee met moeder Janny van Eyl (39), nichtjes Krista en Rianne vergezellen Hanneke van Eyl (41). Janny Dinkgreve en Sylvia Witbraad spannen de kroon qua leeftijd: 43 en 42.

Aan de overkant rennen Westlandse handbalsters rond die de dochters van deze Amsterdamse zussen hadden kunnen zijn. In de vergelijking van jong en oud komt de rekenmachine er zelfs bij. De speelsters van Quintus zijn gemiddeld 19,7 jaar oud. Bij OSC ligt het moyenne op 35,7: 393 jaar in totaal.

Het veteranenteam dat de afgelopen jaren furore maakte onder de naam OSC 3, lijkt totaal verdwaald in de hoogste klasse van Nederland. OSC, de Ookmeer Slotervaart Combinatie, beschikte de laatste jaren juist over uitbundig veel jeugdig talent, onder de hoede van trainers als Vaassen en Van der Wel, maar deze zomer nam de uittocht van kwaliteit onrustbarende vormen aan.

Sommigen fluisteren het: het is allemaal de schuld van de nationale ploeg. Enkele jaren geleden verdwenen Nicole Heuwekemeijer en Diane Lamein naar het Oranjeplan van bondscoach Bouwer. Deze zomer deden geruchten over een Jong Oranje-team dat onder de naam OSC voor de competitie zou inschrijven, vele speelsters vluchten.

Manager Ton Stroosnijder: 'Die verhalen gingen ook over DES, Nieuwegein en Swift Roermond. Dat is van nadeel geweest voor het bij elkaar houden van ons team.'

Er was in Amsterdam-West sprake van een 'domino-effect': Thompson naar Hellas, de twee Hofmannetjes naar Kwiek, Zonneveld naar VZV, Heus, Munnik en Groot naar SEW. Begin augustus stond slechts een vijftal speelsters klaar voor de eerste training. Ter vergelijking: twee jaar eerder werd nog met 22 speelsters het seizoen aangevangen.

Aanvankelijk werd overwogen tal van nieuwe handbalsters te werven. Stroosnijder: 'Maar je weet hoe vrouwenhandbal is. Haal je er een bij, dan gaan er weer twee weg, omdat ze niet met die ene willen spelen.'

Er was een veel gemakkelijker oplossing. OSC beschikte over een bijzonder ervaren team, vol echte clubmensen. Dat naar de eerste divisie gepromoveerde veteranenteam werd gepolst voor een optreden op het hoogste niveau. OSC 3 had kwaliteit, zij het zeer belegen, was vorig seizoen in de tweede divisie met vijftien punten voorsprong kampioen geworden en had twee jaar lang met sensationele bekeruitslagen vertrouwen gekweekt.

Toen besloten werd het avontuur met de 'oudjes' definitief aan te gaan, bracht de club allereerst zijn laatste vijf jeugdtalenten elders onder, bij NEA en Oriento. OSC 3 werd vervolgens OSC 1, kreeg een trainer, Frank van Weerdenburg, maar weigerde concessies te doen aan de grotere eisen die de eredivisie stelt.

Aanvoerster Hanneke van Eyl, een grootheid uit het fraaie verleden van de fusieclub: 'We zijn met een voorbereiding van drie trainingen en een toernooitje de eredivisie ingegaan. Dat wilden we ook niet veranderen. We doen alles precies hetzelfde als toen we in de lagere divisies speelden. Dus blijft er wintersport, meiden die verre reizen maken of zwanger worden. Want het moet wel leuk blijven.'

De terugkeer van OSC 35plus op het hoogste niveau wordt in handballand als bijzonder ervaren. Het vrouwenteam beschikt met het tweetal Van Eyl, Dinkgreve en Witbraad over het geraamte dat in de jaren zeventig en tachtig Ookmeer, vóór de fusie, naar de landelijke top stuwde. Als de teamfoto uit 1985 in de kantine op tafel komt, is dat het feest der herkenning. 'Wat hadden we toen nog strakke koppies', is de heersende mening.

Van dat gouden team, landskampioen in 1985 en 1986, zijn de gouden handjes van de zusjes Georgina en Sandra van Iersel en de fenomenale pols van rechteropbouwer Marianne Bult niet meer beschikbaar. Ook de keepsters Bruins en Seur, twee legendarische sluitposten, vertoeven elders.

Maar het grootste verschil met 'toen' is het ontbreken van coach Frans van Iersel. De automonteur met de twee talentvolle dochters werd van autodidact tot autoriteit. Hij stuwde Ookmeer van afdelingspeil op naar het hoogste niveau. En verdween vervolgens naar Aalsmeer en later Volewijckers, met in zijn kielzog de talenten die Ookmeer en OSC groot maakten.

'Ik heb daar nooit behoefte aan gehad', zegt Hanneke van Eyl. Zij is altijd bij OSC gebleven. 'Behalve de jaren van mijn twee zwangerschappen ben ik altijd blijven handballen. Verslaafd? In elk geval verslaafd aan dit team. Dit is zo'n leuke groep.'

Het sociale wordt in het veld verruild voor het fanatieke. OSC speelt zaterdagavond alle troeven uit om het jeugdige Quintus te verslaan. Na de rust verschijnt Jeanette Wouters, de befaamde oud-international van PSV, plots op de linkeropbouw en dan wordt Quintus klem gezet. Er komt zelfs een voorsprong (11-10) op het bord, maar in de slotfase gaat het toch mis (15-17).

Wouters had best eerder op haar beste positie willen verschijnen. 'Maar we hebben ook nog Hanneke van Eyl en Els Heemeijer voor die positie. Iedereen moet zijn speeltijd hebben. Ach, vorig jaar ben ik naar deze club gekomen om een avond per week af te trainen. Toen vroegen ze: doe mee in de competitie, joh. En nu sta ik weer in de eredivisie.'

Wouters heeft nog het niveau en de leeftijd (33) om redelijk mee te kunnen. Ze zegt zich te verbazen over speelsters van boven de veertig die zich nog volop in de strijd werpen. 'Ik vind het knap hoor, maar ik denk niet dat ik dat over tien jaar zou kunnen.'

De net gemiste overwinning wordt in de kantine snel weggespoeld. De mannen gaan met de kinderen naar huis, de vrouwen nemen er een. Hanneke van Eyl zegt de hernieuwde kennismaking met de eredivisie leuk te vinden. 'Maar als we na tien wedstrijden nul punten hebben, denk ik daar misschien heel anders over.'

Lol en verbazing strijden om voorrang bij Van Eyl, die in haar glanzende loopbaan wereldkampioenschappen speelde. 'Het is best leuk, maar wees eerlijk, in mijn tijd had dit toch niet gekund? Dat zo'n team op leeftijd het een jonge ploeg moeilijk kon maken. In onze tijd zouden we er op tempo overheen geknald zijn.'

De herinneringen aan vroeger blijven rondspoken. Hanneke van Eyl ziet daarom op tegen de confrontatie met stadgenoot Volewijckers over twee weken. 'Daar coacht Frans van Iersel. Ik vind het niet leuk competitie te moeten spelen tegen zijn team. Hij is zo vertrouwd, Frans hoort zo bij OSC. Ik kan me niet voorstellen hem op de andere bank aan te treffen.'

Meer over