Column

De oplaaiende liefde voor Feyenoord

Een paar weken geleden keek ik op de 32ste verdieping van een appartementencomplex in het centrum uit over Rotterdam en omstreken, samen met zangeres en actrice Joke Bruijs. Ze is geboren en getogen in Rotterdam.

Beeld anp

Het uitzicht was formidabel. Bruijs wees de bruggen over de Maas aan, het havengebied, de Kralingse Plas, Katendrecht en het Luxor theater. En dáár, zei ze, plotseling met stemverheffing, de Kuip!

We keken naar de Kuip. Het stadion glinsterde in de zon. Mooi hè, zei de zangeres. Dat vond ik eigenlijk ook wel.

Donderdag speelde Feyenoord een bekerwedstrijd tegen FC Oss. De Kuip was uitverkocht. Feyenoord won, moeizaam, en op doel bij FC Oss stond de zoon van Ronald Koeman die ook Ronald Koeman heet.

Het Algemeen Dagblad bleek een liveblog bij te houden over Feyenoord - FC Oss, iets wat gewoonlijk is voorbehouden aan grote gebeurtenissen. Kennelijk is een thuiswedstrijd van Feyenoord tegen de nummer vijftien van de eerste divisie dat tegenwoordig ook.

Het leverde schitterende observaties op. Derde minuut: 'FC Oss! Doelpunt Tom Boere. Wat een sensatie!' De beste observatie deed de liveblogger van het AD in de 19de minuut: 'Berghuis schiet wat knullig medespeler Kramer omver. Hij had een voorzet in gedachten.' Zo'n wedstrijd was het dus.

Wat me het meest verbaasde, was dat de Kuip was uitverkocht; dat op een donderdagavond meer dan vijftigduizend mensen de moeite nemen om een bekerwedstrijd te bezoeken tegen een niet erg tot de verbeelding sprekende club uit Oss. Het is alsof Coen Moulijn weer terug is, de publiekslieveling die alleen maar op de middenstip hoefde te gaan klaverjassen om de Kuip vol te laten lopen, zoals destijds in Rotterdam zonder een spoor van ironie werd gezegd.

De vraag is hoe het komt.

Het heeft zonder twijfel met de sterke seizoensstart van Feyenoord te maken. De supporters voelen dat er iets te halen valt. Ik merk het in mijn eigen kennissenkring. Ze krijgen weer praatjes, er hangt iets in de lucht. Het kan.

Feyenoord is de onbegrijpelijkste club van Nederland, voor wie geen supporter is. De adoratie is on-Nederlands, Zuid-Amerikaans bijna. Sinds ik een foto zag van een vrouw die de Kuip op haar rug had laten tatoeëren, gedragen door Pippi Langkous, kijk ik nergens meer van op, maar vreemd is het wel.

Michel van Egmond kwam in de buurt van een verklaring, in een verhaal dat De liefde voor Feyenoord heet. Hij schreef het in 2008, lang voordat hij met Gijp en Kieft doorbrak als bestseller-auteur. Het is opgenomen in een bundel die veel duidelijk maakt, De snor van József Kiprich.

Het begint al meteen goed, met Ajax - Feyenoord in 2004. Het is ook de dag dat Arjan Erkel terugkeert in Rotterdam, na een zenuwslopende gijzeling van anderhalf jaar in Dagestan.

Hoe voel je je, vraagt een journalist op het vliegveld van Rotterdam. Nou, wel goed, zegt Erkel, alleen jammer dat Feyenoord niet heeft gewonnen van Ajax.

Verderop in het verhaal heeft een vrouw een kat die Van Loen heet. Als ze met haar gezin naar de Kuip gaat, zet ze haar radio aan zodat haar hond op Radio Rijnmond naar het wedstrijdverslag kan luisteren. Ook steekt ze voortdurend kaarsjes aan voor Feyenoord.

Peter Blokdijk, een supporter die meerdere boeken over de club schreef, noemt het gevoel van de underdog; de underdog die nooit opgeeft en door hard werken obstakels te boven komt. Ook dicht hij Feyenoorders een bepaalde karakterstructuur toe. Het zou kunnen.

Maandag drong tekenaar Hein de Kort in Het Parool tot de kern door. Op de vraag wat de grootste kutclub ter wereld is, antwoordt een Ajax-fan (ineengedoken, handen in het haar): Ajax. Rechts op de tekening zit een montere Feyenoord-fan. Aan hem wordt gevraagd wat de mooiste club ter wereld is.

Feyenoord, zegt hij. Zoiets moet het zijn.

Reageren? p.onkenhout@volkskrant.nl

Meer over