De onbegrijpelijke werkelijkheid

Achttien dagen voor de opening van de Winterspelen zijn de bobsleeërs er nog niet uit. Arend Glas twijfelt over zijn toekomst, de vrouwen raken het er maar niet over eens wie de beste remster is en de bondscoach hakt geen knopen door....

De jetset is geschokt en de burgemeester van Sankt Moritz in rep en roer. Laster, noemt hij het. En een leugen. Het woord jaloezie valt ook. Alles in zijn dorp staat voor exclusief, duur, chique en extravagant, dat brengt afgunst met zich mee. Dat begrijpt hij wel. Maar waar is het verhaal zeker niet.

Een onderzoek heeft uitgewezen dat het mondaine Sankt Moritz dé drugsstad van Zwitserland is. In de urine van de plaatselijke bevolking, die via de riolering zou zijn afgetapt, werden meer dan gemiddelde sporen van cocaïne aangetroffen. De overdadige luxe heeft kennelijk zijn prijs.

In een hoek van de garage van hotel Alte Brauerei kunnen de bobsleeërs er slechts om lachen. Ze bevinden zich weliswaar in Sankt Moritz, maar blijven ver van de sprookjeswereld vandaan. Om de kou te verdrijven en de levensduur van hun slee te rekken, staan er ondergronds tal van kachels en lampen opgesteld.

Alleen de tweemansbob van pilote Eline Jurg is voor de EK veilig opgeborgen in een ander hotel, namelijk in dat van Rob Geurts. Dat is in hun wereld een andere realiteit. Dat een buitenstaander daar niets van begrijpt, kunnen ze zich wel indenken. Niets is zo veranderlijk als de werkelijkheid, zeggen ze in het bobsleeën.

Vorige week dacht Kitty van Haperen nog zeker te zijn van deelname aan de Olympische Spelen. Bij de kwalificatie in Oberhof had ze zich begin januari verrassend in de slee van Jurg gewerkt en dier vaste partners Urta Rozenstruik en Christel Bertens het nakijken gegeven.

Liever was ze bij de ploeg van pilote en vriendin Ilse Broeders gebleven. Maar ze was van reserve- ineens basisspeler geworden, dus wat had ze verder te klagen?

Inmiddels is Van Haperen weer boos en teleurgesteld. Broeders, achtste bij de EK, snapt er weinig van en ook Jurg had gedacht eindelijk in alle rust naar de Spelen toe te kunnen werken.

Maar de bondscoach durft geen knopen door te hakken. Na de zesde plaats van Jurg en Rozenstruik in Sankt Moritz heeft Harald Czudaj besloten tot een tweede ‘bob-off’. Donderdag moeten Van Haperen en Rozenstruik opnieuw in duel in Altenberg.

Hoe dat komt? De verklaring is voor een leek behoorlijk ingewikkeld, maar heeft vooral te maken met de rentree van Rob Geurts. Hij werd twee weken geleden door Jurg in ere hersteld als coach en door die beslissing leefden de pilote en haar team op.

Het boterde niet tussen Jurg en bondscoach Czudaj, waardoor de bobsleester binnen een paar maanden van een zelfbewuste sportvrouw in een aarzelende, onzekere pilote was veranderd. Maar Geurts heeft op zijn beurt weer geen beste relatie met de Bob en Slee Bond Nederland.

Vorig seizoen werd Jurg door de bondsbestuurders gedwongen de samenwerking met de voormalige bobsleeër te beëindigen. Anders zou de financiële steun aan haar team worden stopgezet. Dus viel te verwachten dat de bond de honorering van Jurgs verzoek gepaard zou laten gaan met een lijst met veel plichten en een paar rechten.

Zo mag Geurts zich niet in het hotel van de bobsleeërs vertonen, dient hij zoveel mogelijk uit het zicht van de bondscoach te blijven en moet hij Turijn onmiddellijk na het olympische optreden van Jurg verlaten. Ook is het hem verboden andere bobsleeërs dan Jurg en haar remsters (Rozenstruik en Bertens) aan te spreken. Pas als ze hem iets vragen, mag hij antwoord geven.

‘Rob moet af en toe zijn tong afbijten, want hij wil graag iedereen helpen. Maar we hoeden ervoor dat hij een misstap maakt’, vertelt Jurg. ‘In het contract is namelijk ook opgenomen dat als ‘‘ze’’ vinden dat het niet goed loopt, hij onmiddellijk wordt weggestuurd.’

Geurts zelf reageert laconiek: ‘Soms is het lastig. Het doet me ook pijn dat het zo moet. Maar ik houd me aan de afspraken. Anders wordt Eline de dupe. En haar wil ik nu juist helpen.’

Is de olympische voorbereiding bij de vrouwen onrustig, de mannen kunnen in alle stilte hun gang gaan. Maar uitgerekend piloot Arend Glas gedijt slecht in die situatie. Bij de EK verbleef het boegbeeld in de achterhoede. In de tweemansbob wordt hij dertiende, in de viermansbob achttiende. ‘Gewoon waardeloos’, vindt Glas.

De frustratie krijgt de overhand. Als zijn toekomst ter sprake komt, zegt hij: ‘Het moet wel professioneel gebeuren. Ik ben 37, heb nooit een cent serieus verdiend, heb nul reserves, geen pensioen opgebouwd, het is voorbij met de lol. Ik wil graag topsportcoördinator worden, maar fulltime. Vrijwillig doe ik in deze sport niets meer.’

Maar wat is professioneel? Een olympische kwalificatie houden en de uitslag een maand later ter discussie stellen, als bondscoach nota bene.

Broeders: ‘Dit creëert een hoop onrust. Ik baal er vreselijk van. Als je bij de Spelen wilt presteren, moet je je wel optimaal kunnen voorbereiden.’ Jurg: ‘Ik zit er een beetje tussenin. Dat voelt heel ongemakkelijk.’

Donderdag krijgt ze duidelijkheid. De combinatie met de snelste starttijd gaat naar de Olympische Spelen. Denken ze.

Meer over