Nieuws

De Nederlandse medailleoogst bereikt in Tokio recordomvang

Het Nederlanse medaillerecord voor de Olympische Spelen is donderdagavond in Tokio scherper gesteld. Baanwielrenster Shanne Braspennincx won goud en in de zevenkamp behaalden Anouk Vetter en Emma Oosterwegel een zilveren en bronzen medaille.

Shanne Braspennincx hangt de gouden medaille om tijdens de huldiging van de keirin in het Izu Velodrome op de Olympische Spelen in Tokio.  Beeld ANP
Shanne Braspennincx hangt de gouden medaille om tijdens de huldiging van de keirin in het Izu Velodrome op de Olympische Spelen in Tokio.Beeld ANP

In het sportjaar 2000 bereikte het Nederlands olympisch team in Sydney de recordscore van 25 medailles. Nederland eindigde als achtste in het medailleklassement en sindsdien is het officiële streven van de nationale topsport om tot de mondiale toptien te behoren.

Dat record uit Sydney, een verbetering van het aantal van Amsterdam 1928 (23), is donderdagavond in Tokio uit de boeken gegaan. De gouden medaille van baanwielrenster Shanne Braspennincx, plus het zilver en brons in de zevenkamp, door Anouk Vetter en Emma Oosterwegel, deed de teller voor Nederland naar 26 springen.

En de teller gaat nog een tijdje doorlopen. Er kunnen virtueel al drie medailles bij worden gerekend, die van het vrouwenhockeyelftal dat de finale speelt, van bokser Nouchka Fontijn (minimaal brons) en een van de sprinters op de wielerbaan (minimaal één bronzen medaille, voor Hoogland dan wel Lavreysen).

Het totaal mag dan het hoogste worden aller tijden, in de officiële rangschikking is de huidige ploeg die van Sydney niet voorbij. In de olympische medaillespiegel wordt gerekend naar de volgorde goud, zilver, brons: een land met tien gouden medailles op een totaal van twintig wordt geklasseerd boven de sportnatie met veertig plakken, waarvan er negen goud zijn. Nederland heeft nu zevenmaal goud, in Sydney was dat twaalf keer.

Rangschikking

Die manier van rangschikken gaat volgens de sporthistorici terug op de oude Grieken, waar slechts de winnaar de laurierkrans kreeg omgehangen. Door de jaren is er veel discussie over de medaillespiegel. In het olympische charter wordt dat landenklassement niet eens erkend. In de traditionele aanpak, met goud als bepalende factor, leidt nu China voor de Verenigde Staten: 34 om 29. In 2008, bij de Spelen van Beijing, was daar al strijd over. De Amerikanen rangschikken naar totaalaantal. Zij hebben er 90, China 74.

Reuters, het Britse persbureau, hanteert de goudmethode; AP, de Amerikaanse tegenvoeter, doet het op aantal medailles. The New York Times kwam met de oplossing om medailles te waarderen met punten: 4 om 2 om 1. Oud-voorzitter Wouter Huibregtsen van NOCNSF ontwikkelde een manier om ‘de anomalie’ van de rangschikking te corrigeren. Hij bouwde met sportinformatiebureau Infostrada (nu Gracenote) aan een systeem waarbij goud, zilver en brons één, een half en eenderde punt opleveren.

Leuk bedacht, maar het is nooit gerealiseerd. Het telraam wordt intussen nog altijd driftig gehanteerd in de olympische sport. Er komen ook steeds meer medailles. In Tokio zijn het er 1.081, in Sydney was het nog 927. Nederland haalde in Australië 2,7 procent van dat aantal binnen, becijferde Nu.nl. Dat percentage zou in Tokio een score van iets voorbij de 27 medailles betekenen. Ook op dat vlak geldt het record van donderdag.

Amsterdam 1928 met zijn 327 medailles was toch van een andere orde. Er waren 19 sportmedailles (5,8 procent) en vier culturele medailles, waaronder de gouden voor architectuur. Die was voor Jan Wils, met zijn ontwerp van het Olympisch Stadion.

Meer over