Analyse

De methode-Hendriks als basis voor de opmars van de topsportland Nederland

Maurits Hendriks tijdens de openingsceremonie in Rio de Janeiro. Beeld epa
Maurits Hendriks tijdens de openingsceremonie in Rio de Janeiro.Beeld epa

Maurits Hendriks werkt nog een jaar voor NOCNSF, na de Winterspelen stopt hij. In zijn periode van twaalf jaar als technisch directeur behaalde Nederland 91 olympische medailles. De methode-Hendriks in vijf hoofdstukken.

De Nederlandse olympische topsport maakt bijzondere tijden door. De nationale ploegen voor de Olympische Winterspelen en de Zomerspelen hebben grote resultaten geboekt en worden voor de komende twee Spelen, Tokio 2021 en Peking 2022, hoog ingeschat. De winterploeg zal opnieuw bij de beste vijf van de wereld behoren. De zomerploeg schuift van plaats elf eindelijk de geambieerde toptien binnen, stellen voorspellers op basis van resultaten uit het verleden.

De man achter die opmars der Nederlanders is Maurits Hendriks, zoon van een kapitein op de grote vaart. De voormalige gouden hockeycoach nam in 2009 de technische directie van sportkoepel NOCNSF over van atletiekman Charles van Commenée. Hij werkte twaalf jaar als een bezetene en meent dat volgend jaar, na de Winterspelen van Peking een natuurlijk einde is gekomen aan zijn greep op die Nederlandse topsport.

Hendriks (60) hanteerde de voorbije jaren een methode die nog nadrukkelijker dan zijn voorgangers Alberda en Van Commenée op grenzeloze ambitie en uitputtend perfectionisme was gebaseerd. Hij deed niets half. De methode-Hendriks was vooral op structuren gebouwd, op het nauwgezet werken met de relatief beperkte middelen aan geld en talent die Nederland ten opzichte van de rest van de wereldtop heeft.

1. Focus

De Nederlandse sport en de overheid spraken al voor de aanstelling van Hendriks af dat de Nederlandse topsport tot de toptien van de wereld diende door te dringen. De nieuwe technisch directeur liet een studie schrijven met dat doel. Het werd een nauwkeurige momentopname van het topsportklimaat van 2010 en wat er nodig was om ‘de structurele positie in de top 10’ te bereiken, stond te lezen in de inleiding. Van Johan Cruijff tot Pieter van den Hoogenband werden denkkracht en creativiteit gevraagd.

Het voornaamste principe van het hele plan was dat er ‘focus’ was op resultaat. Indikken, concentreren, afgekeken van de Nieuw-Zeelanders. Van de 209 topsportprogramma’s van 60 Nederlandse sportbonden werden er meer dan 150 afgevoerd. De aandacht ging naar medaillewinnaars en toekomstige kanshebbers. Er werden acht medaillesporten aangewezen: paardensport, hockey, judo, roeien, schaatsen, wielrennen, zeilen en zwemmen. Wel bleef er ruimte voor potentials, sporters en projecten met perspectief voor een podiumplaats. Turnkampioenen als Epke Zonderland en Sanne Wevers komen voort uit die aanpak.

2. Professionalisme

Het codewoord van Hendriks, ook de titel van zijn biografie, luidt presteren, maar eigenlijk is zijn hele aanpak vooral doordesemd van professioneel werken. Hendriks werkt, met een uitgebreide staf, om de Nederlandse sporters en hun coaches te helpen om elke dag beter te worden. De dagen naar de volgende Spelen worden afgeteld met een groot bord op Nationaal Sportcentrum Papendal. ‘We slaan hier niet elke dag een kruisje in de hoop dat het beter gaat. Er liggen realistischer plannen aan ten grondslag’, zo beschreef hij dat in zijn boek Presteren!

Onder professionalisme verstaat Hendriks de fondswerving, waardoor de Nederlandse topsport fulltime als prof zijn of haar sport kan bedrijven. Het topsportersstipendium, al van de vorige eeuw, vormt daar een groot onderdeel van. Professioneel is ook de ultieme voorbereiding op een volgend groot evenement. Hendriks reisde bijvoorbeeld twintig keer naar Rio, om alles voor de olympische ploeg van 2016 tot in de punten geregeld te hebben. Dat bleek door Braziliaanse sabotage anders te liggen, maar de technisch directeur, toen ook nog chef de mission van de olympische ploeg, had er alles aan gedaan.

Maurits Hendriks en Olympische medaillewinnaar Marit Bouwmeester ontvangt tijdens de huldiging van de prijswinnende sporters in de Ridderzaal. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Maurits Hendriks en Olympische medaillewinnaar Marit Bouwmeester ontvangt tijdens de huldiging van de prijswinnende sporters in de Ridderzaal.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

3. High Performance Team

De technisch directeur heeft als allrounder tal van specialisten om zich heen verzameld en noemt die ploeg van vooral mannen het High Performance Team. Hij draagt het logo op zijn eigen trainingspak. Naast Hendriks zijn er drie vrouwen en vijftien mannen actief in het HPT. Het zijn prestatiemanagers als Jan van Veen en Arjen Boonstoppel, ex-topcoaches, maar het merendeel bestaat uit experts, op het gebied van sportmedische begeleiding, voeding, kracht, prestatiegedrag (mentale ondersteuning vooral), innovatie en technologie. Van hen zijn de Belgische psycholoog Paul Wylleman en voedingsdeskundige Asker Jeukendrup de bekendste.

Naast dat prestatieteam heeft Hendriks na 2012 een klasje van oud-sporters gevormd dat hij opleidt voor de positie van chef de mission. Zwemmer Pieter van den Hoogenband leidt de olympische ploeg voor Tokio, schaatser Carl Verheijen die voor Peking. Mark Huizinga en Marianne Timmer zijn ook chefs.

4. Centra

Onder Maurits Hendriks is het Nationaal Sportcentrum Papendal het werkelijke centrum van de Nederlandse topsport geworden. Dagelijks zijn er vijfhonderd sporters en begeleiders actief op een van de best geoutilleerde sportcampussen ter wereld. Naast tal van sporthallen, velden en banen (BMX en atletiek) zijn er academies voor talenten, restaurants waar voeding op de atleet toegesneden is en hotelkamers voor de volledige concentratie op de sport. Reizen is vermoeiend. Prof zijn betekent de rust kopen die een semi-prof of amateur niet bezit. Papendal, ook wel Arnhem, is de kern waar nog vier andere CTO’s (centrum voor topsport en onderwijs) als satellieten omheen draaien: Noord (Heerenveen, Drachten en Groningen), Amsterdam, Metropool (Den Haag en Rotterdam) en Zuid (Eindhoven en Den Bosch). Daar worden 77 topsportprogramma’s gedraaid. De naam is sinds kort gewijzigd in TeamNL Centra.

5. TeamNL

Wat voorheen Nederlands team of Nederland heette, is onder Hendriks TeamNL geworden. Het is een marketingterm die in 2010, bij het ontstaan van al zijn toptien plannen, nog niet bestond maar die er sinds 2016 is ingeramd. Sporters geven interviews waarin van TeamNL wordt gesproken. Het is officieel de overkoepelende organisatie van 29 Nederlandse sportbonden die hun reclamerechten hebben ondergebracht bij NOCNSF. Hendriks heeft het merk gepousseerd om meer inkomsten te genereren. Zijn kracht in dat wervende bereik is dat hij in Den Haag, bij de rijksoverheid, een sterke invloed heeft, waardoor de laatste jaren telkens verhogingen van subsidies met tien miljoen per keer zijn afgesproken. Voor 2021 is in totaal 71 miljoen euro beschikbaar. In 2010 leverden de sportbonden projecten in voor 215 miljoen.

Meer over