De logische overstap, de auto in

Een kwart eeuw geleden droomde hij ervan ooit in de voetsporen te treden van Joop Zoetemelk. En nu zijn carrière op het eind loopt, zal Erik Dekker daar eindelijk in slagen....

Het was nauwelijks een verrassing dat Dekker overstapt van de fiets naar de ploegleidersauto. Hij fungeert al jaren als wegkapitein van de enige Nederlandse Protourploeg en kondigde vorig jaar aan dat hij na 2006 zou stoppen als renner. ‘Ik ben altijd geïnteresseerd in mijn ploeggenoten. Ik wil ze altijd helpen om beter te worden. Bij mij zit dat er gewoon in’, zei hij donderdag.

Dekker (35) zegt geen tijd nodig te hebben om van de rust (en zijn geld) te genieten, en de dingen te doen die hij tijdens zijn carrière nooit kon. De afstand die Marco van Basten van het voetbal nam en de ruimte die bijvoorbeeld ook Erik Breukink zich gunde na zijn afscheid, leek Dekker onnodig. ‘Ik houd van deze sport. Het ploegleiderschap ligt in het verlengde van mijn sportieve ambities.’

Hij hoefde niet allerlei opties uit te proberen om te ontdekken wat hij werkelijk leuk zou vinden om zijn dagen mee te vullen. Toen Theo de Rooij hem vorig jaar maart duidelijk maakte dat de bank hem na zijn carrière wilde behouden voor de ploeg, twijfelde Dekker geen moment. ‘Ik kan niet stilzitten, ik moet iets doen.’

Vorig jaar werd Dekker nog even genoemd als nieuwe bondscoach bij de Koninklijke Nederlandsche Wielerunie (KNWU). Voor die functie bedankte hij omdat hij dan tijdens de WK’s een dubbelrol zou moeten vervullen als renner/coach. Dekker voelde er weinig voor kop van Jut te worden.

Hij verwacht dat het afscheid hem de komende maanden geen problemen zal kosten. ‘Ik word er door anderen mee geconfronteerd, zelf ben ik net zo fanatiek bezig als de voorgaande jaren. En het zal ook echt niet zo zijn dat ik in huilen uitbarst elke keer als ik aan het einde van een koers ben.’

De wegkapitein zei dat hij zelfs nog een keer de Tour de France wil rijden. ‘Als de ploegleiding vindt dat ik van nut kan zijn, stel ik me graag beschikbaar. Nu Armstrong er niet bij is en de ronde Valkenburg aandoet, zijn er genoeg ingrediënten die het voor mij weer spannend maken.

Maar het afscheid is onafwendbaar, beweerde Dekker. Op dat besluit komt hij niet terug. ‘Tenzij ik komend seizoen zeven klassiekers win’, riep hij gekscherend in Ahoy’, waar de Rabobank de 25 renners tellende ploeg voor komend seizoen presenteerde.

De Colombiaanse klimmer Maurizio Ardilla en de Spaanse klassiekerspecialist Juan Antonio Flecha zijn de belangrijkste nieuwelingen in 2006. De Australische sprinter Graeme Brown moet voor ritzeges zorgen. En Marc de Maar krijgt de tijd om de overstap van de beloften- naar de profploeg te maken. Halverwege het seizoen sluit ook het grote talent Kai Reus zich aan.

Dekker gaf toe dat de samenstelling van de ploeg heeft meegespeeld in zijn beslissing om direct na zijn actieve carrière ploegleider te worden. Naast Dekker zelf zijn oudgediende Michael Boogerd, de van een chronische blessure herstelde Oscar Freire, Vuelta-winnaar Denis Mentsjov en bergkoning Michael Rasmussen de speerpunten voor komend seizoen.

Maar de ervaren Dekker denkt vooral een rol te kunnen spelen in de begeleiding van het ongeduldige talent Thomas Dekker, die zijn contract tot 2007 verlengde, Joost Posthuma, Pieter Weening en Theo Eltink. ‘Dit is een fantastische lichting Nederlandse wielrenners. Tel daarbij de buitenlanders en dit is waarschijnlijk de sterkste ploeg die we ooit hebben gehad.’

Meer over