De liefde voor sterke spieren gaat boven alles

Topsport is een kwestie van veel én hard trainen; van leven onder permanente prestatiedruk. Dat vraagt in zowel lichamelijk, geestelijk als sociaal opzicht veel van de topsporter en zijn omgeving....

JOHN VOLKERS

DE OFFERS die het leven van de topsporter vraagt, zijn groot. Martine Hekman, middenopbouwspeelster, zeg maar de spelmaker van de nationale handbalploeg, ondervindt dagelijks hoe haar privé-leven lijdt onder haar sportieve ambitie. 'Een normale relatie kun je in deze situatie haast niet onderhouden.'

Hekman, 22, studente pabo voor halve dagen ('de sport gaat voor'), heeft daarbij een extra handicap. Haar vriend is ook werkzaam in de topsport. Henk Groener, oud-international en bezeten coach, is tegenwoordig trainer van de Duitse Tweede-Bundesligaclub Emsdetten. Hij woont ruim over de grens en geeft dagelijks training. Zijn vriendin heeft een huis in Emmen, maar is daar vrijwel nooit.

'Ik train vijf dagen per week in Zeist, Henk net zo veel in Emsdetten. Met de meiden van de nationale ploeg zijn we collectief uit de competitie gestapt. Alleen op zondag zijn we vanaf het begin van dit seizoen beiden vrij. Als er geen Europa Cup-trip of landentoernooi tussen komt, kunnen we elkaar dan zien.'

Veel doorzettingsvermogen is vereist om de liefde bloeiend te houden. Is een relatie pril, dan houdt zij onder topsportomstandigheden vrijwel nooit stand. Teamgenote Heidi Veltmaat ging met schaatser Erben Wennemars, haar dorpsgenoot. Ze hebben hun telefoonrelatie maar beëindigd.

Hekman, voor intimi Hekkie: 'Henk en ik hebben allebei een sterke persoonlijke ambitie. Hij wil omhoog als trainer, de mogelijkheden daartoe liggen vooral in Duitsland. Ik weet dat ik dít wil, haast volledig met handbal bezig zijn, beter worden, de top proberen te halen. Ik zal dit ook niet opgeven.'

Het witblonde meisje uit Emmen was niet vanaf het begin bij het Oranje-plan betrokken. 'Ik maakte wel altijd deel uit van dezelfde teams, Jong Oranje, Oranje en E & O, als de meiden die nu bij het Oranje-plan zitten. Maar ik was niet mee op de overzomering van '96 in Atlanta waar dat plan is gesmeed.

'Ik wilde dat jaar per se mijn school afmaken, havo. Het duurde al een beetje te lang. Als jij weer zin en tijd hebt, had Bert Bouwer gezegd, kun je altijd bellen. Na die zomer en met het diploma op zak heb ik gevraagd of ik er weer bij kon zijn. Op de eerste training in Zeist kwam die aankondiging dat we ons per 1 mei volledig op de nationale ploeg wensten te concentreren.

'Ik was op de hoogte, we waren immers met zijn achten van E & O. De meiden hadden het me verteld. Trainer Harrie Weerman is toen in woede uitgebarsten. Hij raakte een heel team kwijt: Marlie Menten, Kristel van Goor, Heidi Veltmaat, Monique Feyen, Olga Assink, Saskia Mulder, Gea Kregmeijer en ik. Het was niet leuk voor E & O, maar als we iets wilden bereiken, dat was me wel duidelijk, dan moesten we een andere route kiezen. Die kans pak je.'

Anders is vooral meer trainen. Ooit begon ze als talentvol Emmens meisje met een uurtje extra per week. 'Peter Jansen runde de handbalschool bij E & O. De besten van alle groepen, jongens en meisjes door elkaar, kregen een uur specialistische training op vrijdagmiddag.'

Daarna volgden de selectietrainingen, van de afdeling Drente, later voor de Noord-Oost selectie, 'en op dertien, veertienjarige leeftijd zat ik al bij Jong Jong-Oranje. Dat was het echte begin. George van Noesel trainde ons, op zaterdag op sportcentrum Papendal. In die tijd zat ik al bij de selectie van dames 1 van E & O.

'Onder Weerman zijn we veel gaan trainen bij de club, ten minste voor wat toen gangbaar was in het clubhandbal. Vier dagen per week anderhalf à twee uur, met heel veel aandacht voor het teamspel, de systemen. Als middenopbouwster geef je het systeem aan, midden links, midden rechts, swing, hoeken nakomen, opbouw halen.

'Nee, we houden de namen simpel, ze moeten iets zeggen over het systeem. Ik speel nog steeds op die middenpositie. De mensen kijken bij handbal vaak naar wie de goal maakt, maar ik heb net zo veel plezier aan het gevoel van ''jij bent de regisseur van die goed geslaagde aanval''.'

Bij de nationale ploeg is trainen een halve dagtaak geworden. 'Maandag trainen we vier uur in Zeist. Dinsdag net zo, met na afloop nog drie kwartier lopen in het bos. Woensdagmiddag weer vier uur trainen en op donderdag zijn we vrij. Vrijdagmiddag training van twee tot zes en zaterdag verdelen we de training in twee sessies, een van tien tot twaalf en na de pauze van drie tot vijf.

'Drie keer per week is bovendien de oud-bokser Michel van Halderen erbij, voor de krachttraining. Bij E & O was dat nog iets vrijblijvends, gezellig een uurtje aan de halters trekken. Bij de Nederlandse ploeg zijn we echt spieren aan het kweken. We werken veel met gewichtjes aan de armen en aan de benen.

'We werken vaak in drietallen. Eén doet kracht, de ander loopt en de derde doet buikspieroefeningen. Ik ben veel sterker geworden in de benen en nu werk ik aan mijn werparm. Ik heb niet echt een moordend schot. Voorheen schoot ik nooit uit de tweede lijn. Maar nu word ik sterker en zie ik dat ik het ook zelf kan.'

Wat veel geholpen heeft aan Hekmans betere vorm, is het werken aan een beter gewicht. De McDonald's is een gepasseerd station, nu de dictatuur van de huidplooimeter geldt. 'Van onze arts Simone van der Putten mogen we een vetpercentage van 20 procent hebben. Bij mij was het 26,2. Het is nu gezakt naar 23,1. Je merkt het bij lopen en springen, je hebt minder kilo's mee te sjouwen.'

Als enige van de veertien speelsters woont Hekman ver van de centrale trainingsaccommodatie. Ze rijdt dagelijks 350 kilometer woon-werkkilometers in haar sponsor-autootje. 'Het is me afgeraden in Emmen te blijven wonen, maar voorlopig gaat het goed. Op vrijdag blijf ik over bij een stel speelsters dat samen een huis in Amersfoort bewoont. Dan slaap ik op een luchtmatras. Als het deze winter slecht weer wordt, kan ik altijd nog uitwijken.'

Dit is de laatste aflevering uit een serie over topsport en training.

Meer over