sportschaatsen

De lange mars van de Chinese schaatssport begon in het ijskoude District Acht

Tingyu Gao tijdens de wereldbekerwedstrijden in het Poolse Tomaszow Mazowiecki op 12 november 2021. Tingyu was de snelste man op de 500 meter. Beeld Erik Pasman / Pro Shots
Tingyu Gao tijdens de wereldbekerwedstrijden in het Poolse Tomaszow Mazowiecki op 12 november 2021. Tingyu was de snelste man op de 500 meter.Beeld Erik Pasman / Pro Shots

Voor een gastland van de Olympische Winterspelen heeft China een opvallend hiaat: het land heeft traditioneel amper iets met wintersport. Maar dat geldt niet voor de noordoostelijke stad Harbin, met de legendarische ijsbaan District Acht.

Leen Vervaeke

Of er een ijzige noordenwind blies of striemende hagel viel, of het -20 graden was of -30, als kind bracht Yu Jing elke avond na school en elke dag van de wintervakantie door op de openluchtijsbaan van District Acht. Urenlang trainend op de legendarische 400-meterbaan in het centrum van Harbin, in de noordoostelijke provincie Heilongjiang, droomde ze ervan kampioen te worden, net zoals zo veel leerlingen van de schaatsschool van District Acht voor haar.

‘Mijn hele vakantie bracht ik daar door, dag in dag uit’, zegt Yu, een van de succesvolste langebaanschaatsers van China. De 36-jarige (inmiddels met pensioen) brak twee wereldrecords en werd in 2012 wereldkampioen sprint. ‘We trainden ’s ochtends, speelden ’s middags en trainden dan weer verder. Voor ontspanning renden we de trappen op, en sprongen naar beneden, op stapels oude turnmatten. We hadden zo veel plezier, het leek alsof ik in die dagen nooit moe werd.’

Yu, tegenwoordig schaatsdocent aan de Sport Universiteit van Harbin, haalt graag herinneringen op aan haar kinderjaren op de ijsbaan van District Acht. Het was een harde tijd, van scherpe selectiecriteria, van strenge sportinternaten, van presteren voor het land. Maar het waren ook jaren van ongelimiteerd schaatsplezier.

‘Toen District Acht later gesloten werd, mochten we trainen op de grote ijsbaan van Heilongjiang Indoor Rink, de baan van de profschaatsers’, zegt Yu. ‘De temperatuur daar was een stuk aangenamer, maar het was er ook druk en wij kinderen mochten maar twee uur per dag trainen. Het voelde nooit zo goed als in District Acht. Daar hadden we de baan voor onszelf en schaatsten we de hele dag.’

Voor een gastland van de Olympische Winterspelen heeft China een opvallend hiaat: het land heeft traditioneel amper iets met wintersport. Als onderdeel van zijn campagne om de Winterspelen binnen te halen, beloofde Beijing daar verandering in te brengen. In 2015 lanceerde het een ambitieus initiatief om 300 miljoen Chinezen aan het skiën en schaatsen te brengen, en 650 ijsbanen en 800 skiresorts te bouwen.

Michel Mulder en Yu Jing in Nagano, Japan, op 19 januari 2014. Beeld Kimimasa Mayama / EPA
Michel Mulder en Yu Jing in Nagano, Japan, op 19 januari 2014.Beeld Kimimasa Mayama / EPA

Maar in één deel van China was geen campagne nodig. Het noordoosten, met zijn eindeloze winters en extreem lage temperaturen, heeft een lange traditie van sneeuw- en ijssport. Neem de stad Harbin: daar wordt ’s winters geschaatst en gehockeyd op de bevroren Songhuarivier, en gesleed in de parken. Scholen gieten ijs op hun speelplaatsen, en schaatshallen organiseren tal van wedstrijden. Een kind dat niet kan schaatsen, aldus lokale inwoners, is geen kind van het noordoosten.

Kampioenenfabriek

Een ijkpunt in de schaatsgeschiedenis van Harbin is de ijsbaan van District Acht, waar tal van Chinese schaatskampioenen hun eerste stapjes op het ijs zetten. Olympisch kampioen kunstschaatsen Shen Xue leerde er op haar 5de schaatsen, haar partner Zhao Hongbo werd tijdens een basketbalpartij door een coach van District Acht ontdekt. Tweevoudig Olympisch shorttrackkampioen Yang Yang verhuisde op haar 12de naar Harbin om in District Acht te trainen. En Yu Jing, die schaatste er haar hele jeugd.

‘Heel veel ouders wilden dat hun kinderen in District Acht trainden’, zegt Yu. ‘Ze zagen dat de leerkrachten van District Acht voormalige profschaatsers waren, en dat er onder de leerlingen heel veel kampioenen waren. Dat wilden ze ook voor hun kinderen.’ In 1995 werd Yu op haar 9de voor het jeugdprogramma van District Acht geselecteerd. Op haar 15de trad ze toe tot het provinciale profschaatsteam, en verhuisden haar trainingen naar de Heilongjiang Indoor Rink.

In China werd al geschaatst tijdens de Songdynastie (960-1279) en Qingdynastie (1644-1912), maar de eerste kunstijsbanen kwamen er onder buitenlandse invloed. In 1910 werden twee buitenbanen in Harbin opgericht, waar toen vooral medewerkers van de Russische Spoorwegen woonden. De Russen speelden er ijshockey of hielden er gemaskerde bals, terwijl orkesten in een verwarmde hut naast het ijs polka’s en walsen speelden, en Chinese masseurs bevroren voeten warmwreven.

Pas na de machtsovername van de Communistische Partij van China in 1949 brak schaatsen door als een volkssport. Elk stadsdistrict in Harbin kreeg een atletiekstadion, en dat van het Achtste District kreeg ’s winters een laag ijs. In 1953 kwam daar een houten tribune voor twintigduizend toeschouwers rond, ter gelegenheid van het Eerste Nationaal Schaatskampioenschap. De ijsbaan werd omgedoopt tot Volksstadion, met een groot portret van Mao boven de eretribune en spandoeken met: ‘Werk hard voor records, win eer voor het land.’

Provinciale kampioenschappen in zomer 1957 in atletiekstadium van District Acht in Harbin. 's Winters werd op de atletiekpiste een ijsbaan gegoten. Beeld Fotoboek Harbin, 1958
Provinciale kampioenschappen in zomer 1957 in atletiekstadium van District Acht in Harbin. 's Winters werd op de atletiekpiste een ijsbaan gegoten.Beeld Fotoboek Harbin, 1958

‘Het was er vooral heel koud’

Veel luxe was er niet op de ijsbaan van District Acht. Onder de tribunes zaten kleedkamers, een gymzaal, een kantine en ontspanningsruimte, en kantoren voor de coaches en ijsmeesters. ‘Het was er vooral heel koud’, zegt Jin Peiyu, een voormalig nationaal sprintkampioen die er vanaf haar 6de trainde. ‘We schaatsten altijd buiten, dus het was koud, er was veel wind en het ijs was keihard. We konden geen dikke pakken dragen, want dat zou onze bewegingen en snelheid beïnvloeden.’

Wat District Acht legendarisch maakte, was het hoogstaande opleidingsprogramma, als voorportaal van het Chinese staatssportsysteem. De ijsbaan telde twintig tot dertig coaches, allemaal voormalige profschaatsers. Zij zochten op scholen van Harbin naar kinderen met talent of een geschikte lichaamsbouw, en boden die gratis training. Wie goed presteerde, kon doorstoten naar stads- en provincieniveau, en profschaatser in overheidsdienst worden. De allerbesten werden uitverkoren om het land te vertegenwoordigen.

‘Het doel van onze school was: talent ontwikkelen voor het land’, zegt Wang Yujuan (60), een schaatscoach van District Acht, die onder meer Yu Jing en Jin Peiyu opleidde. ‘We besteedden heel veel aandacht aan selectie. En we zorgden dat de kinderen een heel goede basis kregen, zodat ze later makkelijk konden doorgroeien.’

Voor jonge schaatstalentjes bood District Acht een fantastische basis, maar het opleidingssysteem had ook een keerzijde. Kinderen werden op jonge leeftijd geselecteerd, soms al op hun vijfde, en wie doorstootte, werd al vroeg geacht zijn leven in dienst van de sport te stellen. Vanaf provincieniveau – ergens tussen hun 12de of 14de – moesten schaatsers op internaat, in een gebouw van District Acht. In de ochtend kregen ze gewone schoolvakken, maar die hadden geen prioriteit.

IJshockeywedstrijd in 1957 op de ijsbaan van District Acht in Harbin. Beeld Fotoboek Harbin, 1958
IJshockeywedstrijd in 1957 op de ijsbaan van District Acht in Harbin.Beeld Fotoboek Harbin, 1958

Wang ziet District Acht vooral positief, als een uitdagende omgeving voor kinderen met passie en talent. ‘We bouwden een basis, maar we pushten ze niet’, zegt ze. ‘En we speelden ook vaak tijdens het trainen. Op sneeuwdagen konden we niet schaatsen, en verstopten de kinderen zich tussen de sneeuwhopen. Of we speelden tikkertje op het ijs. Zo trainden we ook hun reactievermogen. We konden zo lang schaatsen als we maar wilden, en we trainden al spelend. Het was een mooie tijd.’

Ook Yu Jing en Jin Peiyu kijken met genoegen terug op hun jeugd in District Acht. ‘Ik heb bloed, zweet en tranen vergoten tijdens de trainingen, maar ik heb ook veel goede herinneringen’, zegt Jin. ‘Het selectiesysteem heeft mij enorm geholpen, net als veel kampioenen van de oudere generaties. Als kind van 6 of 7 heb je geen idee wat je interesses zijn. Maar ik vond het leuk om te trainen en mijn scores te verbeteren.’

Reliek van het verleden

District Acht is een iconische naam in de Chinese schaatsgeschiedenis, maar ook een reliek van het verleden. Eind jaren negentig raakte het stadion in verval, in 2003 werd het afgebroken, in 2015 herbouwd maar enkel als atletiekstadion. Harbin had intussen zo veel overdekte ijsbanen dat nog een extra buitenbaan overbodig werd geacht. Zo staat naast de vroegere piste een grote hal met drie wedstrijdbanen, voor ijshockey, kunstschaatsen en shorttrack, goed voor 6.000 vierkante meter ijs.

Ook het opleidingssysteem dat in District Acht zo veel kampioenen opleverde, is in onbruik geraakt. Van de twintig tot dertig coaches van vroeger zijn er nog maar enkele over, zegt Wang, één voor elke schaatsdiscipline. Ouders sturen hun kinderen nu liever naar private schaatsclubs, die beter aansluiten op het moderne leven en snappen dat school voorgaat. Maar die clubs rekenen ook stevige bedragen: voormalige profschaatsers die coach worden, doen dat tegenwoordig als ondernemer en niet als ambtenaar.

‘Ouders hechten nu veel meer belang aan het onderwijs van hun kinderen’, zegt Jin Peiyu, die zelf naar de Verenigde Staten verhuisde om haar twee kinderen een kans op beter onderwijs te geven. ‘Ze moedigen hun kinderen aan om na school op muziek- of tekenles te gaan, wat later gebruikt kan worden om extra punten te krijgen op hun eindexamen. Kinderen hebben tegenwoordig heel strakke schema’s.’

Ook Yu Jing beaamt: kinderen die op hun 5de door een coach worden geselecteerd of op hun 12de op sportinternaat gaan, dat pikken ouders niet meer. Een goed diploma is prioriteit, ook in een sportcarrière. ‘Alleen als ouders merken dat hun kind niet goed kan studeren, laten ze het nog naar een schaatsinternaat gaan. Maar meestal zijn ze dan al 14 of 15 jaar, en hebben ze minder trainingsjaren.’

Coach Wang mist de vroegere tijden weleens. De eindeloze trainingsdagen, het zien opgroeien van jonge schaatsers, het samenspel van training en plezier. Maar de ijsbaan van District Acht zelf, nu een atletiekpiste waar ’s winters nauwelijks iemand komt, op wat wolkjes blazende joggers na: nee, daar heeft ze geen heimwee naar. ‘We hebben nu veel meer binnenbanen, dat biedt veel meer comfort. Waarom zou je iets ouds heropbouwen als je inmiddels veel beter hebt?’

De Chinese schaatsers Zhongyan Ning, Hanahati Muhamaiti en Alemasi Kahanbai strijden in de ploegenachtervolging tijdens de wereldbekerwedstrijden in het Poolse Tomaszow Mazowiecki. Beeld Dean Mouhtaropoulos / Getty
De Chinese schaatsers Zhongyan Ning, Hanahati Muhamaiti en Alemasi Kahanbai strijden in de ploegenachtervolging tijdens de wereldbekerwedstrijden in het Poolse Tomaszow Mazowiecki.Beeld Dean Mouhtaropoulos / Getty

Gao Tingyu en Ning Zhongyan, beiden afkomstig uit het koude Heilongjiang, kunnen in Beijing voor China het eerste langebaangoud bij de mannen binnenslepen. Gao is topfavoriet op de 500 meter. De 24-jarige sprinter reed de snelste opening ooit, 9,32, bij de eerste wereldbeker van deze winter in Polen. Daarna kampte hij met een rugblessure en bleef op één zege steken. Het maakt de verwachtingen niet minder hooggespannen. Op de 1.000 en 1.500 meter moet de 22-jarige Ning het doen. In 2019 was hij de eerste Chinese man die een wereldbeker over 1.500 meter won, en afgelopen december presteerde hij hetzelfde op de kilometer in Calgary.

China was in 1980 voor het eerst present op de Winterspelen, maar pas vier jaar geleden greep een Chinese man een schaatsmedaille. Gao gleed op de 500 meter in Pyeongchang naar brons. De vrouwen scoorden eerder. Ye Qiaobo werd in 1992 tweemaal tweede (500 en 1.000 meter). Wang Beixing veroverde brons op de 500 meter in 2010. De enige olympische langebaantitel behaalde Zhang Hong, ook op de 500 meter, in 2014. In de aanloop naar de Spelen in eigen land, haalde China veel schaatskennis van buiten. Meerdere Nederlanders werkten er, niemand bleef er lang. Toch is de opmars van de Chinese schaatsers onmiskenbaar, zeker bij de mannen.

Erik van Lakerveld

Meer over