Columnpaul onkenhout

De kwibus van Vitesse en de lelijke helft van de Marokkaanse trots

null Beeld

In het programma Voetbalpraat van ESPN ging het deze week over Marokkaanse trots. Niet over het boek van Thomas Rijsman en Nordin Ghouddani met die titel dat vorig jaar verscheen, maar over trots van voetballers met een Marokkaanse achtergrond in het algemeen.

Er was een goede aanleiding voor, de breuk van Oussama Tannane met Vitesse. Tannane is een typische Studio Sport-voetballer. Aan een samenvatting van een paar minuten heb je ruim genoeg om te zien dat hij bovengemiddeld getalenteerd is, ondanks - teken aan de wand - zijn te zware postuur.

Vitesse is Tannane zat, en hij Vitesse. Trainer Thomas Letsch zei dat zijn houding hem niet aanstond en zette hem tijdelijk uit de selectie. Willem van Hanegem kon dat wel begrijpen. Hij noemde Tananne een kwibus (‘Dwaas’, ‘hansworst’, ‘malle vent’). Er is altijd gezeur met hem, zei Van Hanegem.

Ook bij Voetbalpraat ging het over Tannane. Nasser El Khayati, ex-ADO en ook een echte Studio Sport-voetballer, maar dan afgetraind, roerde het onderwerp ‘trots’ aan. Wij zijn heel trots, zei hij met een lachje. Juist omdat hij zich bewust leek van de generalisatie, was het zo opvallend.

De lelijke kant van die trots, volgens hem: ‘Wij kunnen echt heel slecht tegen kritiek.’ De mooie: ‘De trots is ook goed, want als voetballers voelen we ons altijd de beste.’

Tannane is international. Hij ontbrak deze week in de ploeg van Marokko die met 5-0 van Guinee-Bissau won. Ook Hakim Ziyech van Chelsea en Noussair Mazraoui van Ajax waren er niet bij. Ze hebben bonje met de Bosnische bondscoach, Vahid Halilhodzic. De kwestie is smeuïg. Volgens Halilhodzic is Ziyech ongemotiveerd en toont hij onvoldoende discipline.

Ziyech sloeg vorige maand terug met een bericht op Instagram. Hij liet weten dat de bondscoach de waarheid eens moet gaan spreken en zette er een emoji van een clown bij. Ervan uitgaand dat Halilhodzic geen kwibus is en ook maar gewoon zoveel mogelijk wedstrijden wil winnen met spelers die doen wat hij zegt, kan worden aangenomen dat hier Marokkaanse trots in het spel is.

Intussen probeert Mohamed Ihattaren er in Italië het beste van te maken. Nadat iedereen bij PSV had geconcludeerd dat hij voortdurend verzaakte, werd hij verkocht aan Juventus dat hem meteen stalde bij Sampdoria. Daar zit hij op de tribune.

Een van de meest getalenteerde jongens met wie ik heb gespeeld, zei PSV-veteraan Eran Zahavi vorige maand in de Volkskrant over hem. Zijn analyse van het gedrag van Ihattaren was beleefd verwoord, maar desondanks meedogenloos. Je moet je gedragen zoals de club en de coach dat willen, zei Zahavi. ‘En altijd naar jezelf kijken als je niet speelt.’ Wat Ihattaren niet deed, klaarblijkelijk.

Voor een beter begrip van de zaak is er Marokkaanse trots van Rijsman en Ghouddani. Ik schreef er al eerder over. Het boek is een lofzang op wat ze, terecht, de ‘smaakmakers in de eredivisie’ noemen. En het gaat dus over de twee kanten van trots. Enerzijds wakkert het de bewijsdrift aan, volgens het duo. Anderzijds zorgt het voor ‘lange tenen’, is de voorzichtige suggestie.

Adil Ramzi (ex-PSV) in het boek: ‘Wij worden nu eenmaal snel boos’. Ook zijn Marokkanen volgens hem ‘te trots om sorry te zeggen’.

En zo is trots in veel gevallen een excuus geworden voor onprofessioneel gedrag. Omdat niemand wordt geboren met een overdaad aan trots, is het de vraag wat de bron is. Het beeld van verwende prinsjes doemt op, geadoreerd door hun naasten. Kritiek krijgen ze niet, want daar kunnen ze heel slecht tegen.

Trots, je kan er maar beter niet te veel van hebben. Voor je het weet word je uitgemaakt voor kwibus en gooi je snoeihard je eigen glazen in.

Meer over