Achtergrond

De keerzijde van de regenboogtrui: vloek, verraad en ontgoocheling

Het wielrennen viert deze week in België de 100ste verjaardag van de WK. In 1921 was de eerste editie, een wedstrijd in Kopenhagen, toen nog voor amateurs. Vanaf 1927 azen ook profs op de titel. Favorieten winnen lang niet altijd. Drie dramatische ontknopingen.

Een eerbetoon aan Kaers bij het criterium de Acht van Chaam. Beeld
Een eerbetoon aan Kaers bij het criterium de Acht van Chaam.

Leipzig, 18 augustus 1934

Kampioen: Karel Kaers (Bel)

Het Volkspark im Scheibenholz, zuidwestelijk van het centrum in Leipzig, vormde het decor van de WK in 1934, waar 26 renners op een vlak circuit van 9,4 kilometer 24 ronden moesten afleggen. Een van hen was de Belg Karel Kaers uit Vosselaar. Hij was 20 jaar, nog geen jaar prof, en tot dan vooral actief op de baan. Hij werd opgenomen in de selectie wegens zijn uitzonderlijke sprinterscapaciteiten.

Er stond in Duitsland meer op het spel dan de wereldtitel. Volgens de Vlaamse schrijver Patrick Cornillie, die in zijn pas verschenen boek Het WK wielrennen een hoofdstuk wijdt aan de race in Leipzig, gebruikte het naziregime het evenement als een generale repetitie voor de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. Dat evenement bood de kans wereldwijd de nationaalsocialistische idealen uit te venten. In het park in Leipzig was op doeken en vaandels langs het circuit de swastika te zien.

De wedstrijd eindigt in een tumultueuze sprint. Learco Guerra, meervoudig Italiaans kampioen en dat jaar winnaar van de Giro, rijdt op 400 meter van de finish aan kop, met Kaers vastgebeten in het wiel. Ze zwenken over de weg. In het gedrang komen een Fransman en een Duitser ten val. Na 200 meter zet een landgenoot van Kaers, Gustave Danneels, vol aan. De debutant komt eroverheen en klopt de meestrijdende Guerra met een fietslengte verschil. Danneels wordt derde.

De Vlaamse journalist Karel Van Wijnendaele - de grondlegger van de Ronde van Vlaanderen - maakte gewag van uitzinnige taferelen. Kaers ging op de schouders. ‘Gust Danneels weende van spijt, omdat hij niet gewonnen had, maar ook van vreugde, omdat een der ‘onzen’ de zege behaalde, waaraan hij ten slotte zooveel had geholpen!’ Een protest van Guerra - Kaers zou hem hebben gehinderd - werd afgewezen.

In archieven stuitte Cornillie op een foto uit die tijd: Kaers draagt tijdens de huldiging een lauwerkrans waaraan een hakenkruis is bevestigd. De schrijver schrok er een beetje van. ‘Het ziet er toch wat ongemakkelijk uit.’ Volgens hem is de renner, die later vooral successen op de baan zou boeken, er nooit publiekelijk op teruggekomen.

Kaers is met zijn 20 jaar en 46 dagen nog altijd de jongste wereldkampioen. De oudste is een Nederlander. Joop Zoetemelk was 38 jaar en 272 dagen, toen hij in 1985 in Giavera del Montello won. De manier waarop leidde tot uitbreiding van het wielervocabulaire. Wie zoals hij op die dag wat verdoken, in het zadel zittend, demarreert, doet dat ‘op z’n Zoetemelks’.

Ottenbros wordt in Zolder wereldkampioen, vlak voor de Belg Julien Stevens. Beeld ANP
Ottenbros wordt in Zolder wereldkampioen, vlak voor de Belg Julien Stevens.Beeld ANP

Zolder, 10 augustus 1969

Kampioen: Harm Ottenbros

Uit een grijze nevel duiken twee wielrenners op. Gerrie Knetemann en Harm Ottenbros rijden over de Zeelandbrug. De eerste zou twee jaar later wereldkampioen worden, de tweede was het al geweest, in 1969. Ottenbros stapt af en tilt zijn fiets omhoog. Dan zwiert hij het rijwiel de Oosterschelde in.

Het fragment uit het VPRO-programma Het Gat van Nederland uit 1976 markeert het einde van zijn wielercarrière die vanaf het behalen van de wereldtitel vooral in mineur is verlopen. Weinigen hebben zo geleden onder de vloek van de regenboogtrui als Harm Ottenbros.

Hij behoort in 1969 niet tot de kanshebbers op het circuit van Zolder. Tot dan heeft hij als voornaamste resultaten twee etappes in de Ronde van Zwitserland op zijn naam geschreven. Vooral Belgen zijn favoriet. Rik van Looy was al twee keer eerder wereldkampioen. Eddy Merckx heeft net zijn eerste zege in de Tour de France op zak. Roger De Vlaeminck is Belgisch kampioen. Ze kijken die dag vooral naar elkaar. Het is Ottenbros die samen met de Belg Julien Stevens ontsnapt, op 25 kilometer van de finish. Met z’n tweeën rijden ze op de eindstreep af. Na een bijna-surplace zet Stevens zijn sprint te vroeg in. De Nederlander wint met vijftien centimeter verschil.

Het is meteen de opmaat tot langdurige deceptie. Ottenbros wint bijna niks meer. Volgens hem accepteert het peloton niet dat een modale renner de wereldtitel heeft gegrepen. In De Telegraaf blikt hij terug. ‘Ze hebben me kapotgemaakt. Er is van alle kanten fanatiek geprobeerd mij geld afhandig te maken. Er is op mij gekoerst, zo fel, zo gemeen, dat ik soms dacht: ik stop er maar mee. Zo hoeft het niet meer.’ Zeker in België wordt hij onthaald op fluitconcerten. Hij is een kleine coureur in een te grote trui.

Zijn huwelijk strandt. Hij loopt een maagzweer op. Nadat hij is gestopt, neemt hij zijn intrek in een kraakpand en laat zijn baard staan en zijn haar groeien. Hij gaat geestelijk gehandicapten begeleiden. ‘Daar was ik mens’, vertelt hij in 2017 tegen Erik Dijkstra van Bureau Sport. ‘Daarvoor was ik wielrenner. Dat is een verschil.’ In 2002, als het WK terug is in Zolder, knipt hij voor het oog van de tv-camera nog een regenboogtrui in tweeën.

Intussen zijn de scherpe randjes er vanaf. Ottenbros, nu 78, kan weer trots zijn op de titel. Die dag in augustus was hij toch de beste geweest. Niet gewenst misschien, ja, maar wel degelijk wereldkampioen.

Maurizio Fondriest komt solo over de streep na de val van Claude Criquielion. Beeld
Maurizio Fondriest komt solo over de streep na de val van Claude Criquielion.

Ronse, 28 augustus 1988

Kampioen: Maurizio Fondriest (Ita)

Het verleden bevatte een waarschuwing. In 1963 was het WK in Ronse chaotisch geëindigd. De Belgische selectie had afgesproken Rik van Looy in eigen land aan een derde wereldtitel te helpen. In de eindsprint trok Benoni Beheyt er zich weinig van aan. Van Looy, aan kop, zwiepte van rechts naar links. De naast hem opkomende landgenoot stak zijn arm uit om hem af te houden - om zichzelf te beschermen, verklaarde hij na afloop - en kwam als winnaar over de streep. De race staat sindsdien bekend als het verraad van Ronse.

25 jaar later zal er worden gesproken over de vloek van Ronse. Claude Criquielion, in 1984 wereldkampioen, is met Eddy Planckaert kopman bij de Belgen. Hij kent het parcours als zijn broekzak, hij woont op vijftien kilometer afstand. In de straten van Ronse rijdt hij in de slotfase aan kop, samen met de Italiaan Maurizio Fondriest. Met een uiterste krachtsinspanning sluit de Canadees Steve Bauer aan, op zevenhonderd meter van de finish. Ze draaien de Kruisberg op.

Daar gaat het mis. Bauer begint de sprint. Criquielion, de betere afmaker, springt in zijn wiel. Zijn snelheid ligt hoger. Op honderd meter wringt hij zich tussen de dranghekken en de Canadees. Die wijkt verder uit naar rechts. De Belg komt in de knel, schampt een politieagent, botst tegen een betonnen voet van de hekken en smakt tegen het asfalt. Fondriest wordt tot zijn verbazing wereldkampioen, de stilgevallen Bauer is tweede. Woedend, de linkerarm in protest machteloos geheven, komt Criquielion lopend over de finish, de kapotte fiets aan de rechterhand. Na de finish: ‘Hij duwde me tegen de omheining. Ik ben de winnaar.’

Maar op de titel van de Italiaan valt weinig af te dingen, hij heeft niks misdaan. Wel wordt de Canadees gediskwalificeerd. Bauer is verbaasd. Hij vindt dat de Belg een onnodig risico heeft genomen door de binnenkant te kiezen. Omgeven door rijkswachters verlaat hij het terrein.

Criquielion begint een juridische procedure tegen Bauer. Hij eist een schadeloosstelling van 1,5 miljoen dollar. De rechter oordeelt dat er geen bewijs is van het ‘opzettelijk en onopzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen’, zoals de aanklacht luidt. Na vier jaar vangt hij ook in hoger beroep bot. De Belg, overleden in 2015, heeft het altijd dwarsgezeten dat zijn naam voorgoed was verbonden met die val in Ronse. Over zijn zege in 1984 hoorde hij niemand meer.

In het voorjaar van 1989 klopt Criquielion Bauer nipt in de Amstel Gold Race. Maar dan is het een sprint voor de tweede plaats.

Landen met de meeste winnaars (amateurjaren 1921-1926 meegerekend):

België: 27; Italië: 20, Frankrijk: 11, Nederland: 7;

Nederlandse winnaars:

Theo Middelkamp (1947), Jan Janssen (1964), Harm Ottenbros (1969) Hennie Kuiper (1975), Gerrie Knetemann (1978), Jan Raas (1979), Joop Zoetemelk (1985).

Renners met drie wereldtitels: Alfredo Binda, Italië (1927, 1930, 1932); Rik van Steenbergen, België (1949, 1956, 1957); Eddy Merckx, België (1967, 1971, 1974); Oscar Freire, Spanje, (1999, 2001, 2004); Peter Sagan, Slowakije (2015, 2016, 2017).

Meer over