De kap af en lekker boksen

Tegen de olympische regels in mogen amateurs van de Nederlandse bond boksen zonder hoofdbescherming. Misschien komt het publiek dan wel....

Purmerend Het amateurboksen mist uitstraling en allure. De fans gaan tegenwoordig liever naar het kickboksen of K-1. Mogelijk worden de gevechten waarbij amateurboksers verplicht hoofdbescherming en een shirt dragen kinderachtig gevonden. Om de sport aantrekkelijker te maken is de Nederlandse Boksbond, in overleg met de medische commissie, akkoord gegaan met een experiment waarbij de amateurs elkaar zonder kap en shirt bevechten.

‘Nu zie ik tenminste wie er in de ring staan. Als die gasten een kap dragen zijn ze onherkenbaar voor me.’ Bert Kops junior, sportschoolhouder te Amsterdam en insider in de wereld der krachtsporters, reageert enthousiast als hij in Purmerend samen met zo’n 200 bezoekers de primeur aanschouwt.

‘Een positieve ontwikkeling’, vindt ook Roel van Es nadat hij in drie ronden van twee minuten in de klasse tot 64 kilo heeft afgerekend met Karen Avdaljan. ‘Ik voel me vrijer. Misschien ben je kwetsbaarder, maar als je goed getraind bent, kun je dat wel opvangen. Met kap is het een stuk warmer en je raakt sneller vermoeid.’

Er wordt beweerd dat boksen met hoofdbescherming veiliger is. Bokstrainer Tinus Lustig uit Den Helder, tevens bestuurslid van de NBB, is het er maar ten dele mee eens. ‘Als bokser heb je dan minder zicht. Je ziet vooral de hoeken niet goed aankomen.’ Hij is een voorstander van boksen zonder kap. ‘Desnoods met iets zwaardere handschoenen. Zodat de klappen minder hard aankomen.’

Boksen met kap op, verplicht sinds 1984, is een steriele vertoning, vindt hij. Lustig: ‘Geen wonder dat de aandacht terugloopt. Zonder kap moet je scherper boksen. Dat is spectaculairder voor het publiek. Boksen is emotie. Nu zie je het gelaat van de bokser veel beter.’ Ook het shirt is niet nodig. ‘Het zijn ijdele jongens. Ze willen er goed uitzien, zijn trots hun torso. Ze voelen zich gladiatoren in de ring.’

Neem Amar Mohamed Ali, de Nederlands kampioen van 2008 in de klasse tot 69 kilo, ‘met drie of vier knock-outs’ achter de naam. Hij wint met ruim verschil van Luka Oluic uit Klazienaveen. Zoals altijd is hij ook voor deze wedstrijd bij de kapper geweest. ‘Als mijn haar niet goed zit, kan ik niet fijn boksen. ‘Dan scheer ik mijn gezicht en oksels en trim de borstharen. Dat is mooier voor het publiek.’

Minder blij is Danny Smit. Hij stapt boos uit de ring. Acht jaar bokst hij, traint elke dag en droomt van een profcarrière. Hij is het oneens met de beslissing van de jury om zijn partij tegen Andaman Daku op medische gronden verloren te verklaren. Boven zijn oog is de huid gezwollen. Uit een snee sijpelt bloed. ‘Ik kreeg twee kopstoten, maar ik had er geen last van. Ik had kunnen doorknokken. Omdat we amateurs zijn zullen de scheidsrechter en jury hebben gedacht: we moeten die jongen in bescherming nemen, stoppen nu. Jammer.’

Met bescherming zou hij hiervan verschoond zijn gebleven, beseft hij. ‘Met de hoofden tegen elkaar kan zoiets gebeuren. Dat neemt niet weg dat ik boksen zonder kap en shirt een fantastisch concept vind. Een geschikt traject tussen amateurs en profs. Je trekt veel publiek. Op deze manier houden we de sport levend.’

Boksen zonder kap en shirt heeft zeker toekomst, meent Lustig. Hij verwacht echter niet dat de proef op korte termijn tot een aanpassing van de regels leidt. ‘Boksen is een olympische sport. De boksbond wordt gesubsidieerd door NOC*NSF. De olympische spelregels van de sportkoepel schrijven kap en shirtje voor. Maar we hopen dat iedereen die het met ons eens is, helpt een forum te creëren dat krachtig genoeg is om het NOC*NSF achter ons te krijgen.’

Als dit onverhoopt niet lukt? Lustig denkt even na. ‘Dan gaan we door op de oude voet. Of we moeten een aparte bond oprichten. Maar dat gaat wel heel ver’, beseft hij ook.

Meer over