Reportage

De kameraadschap van de koempels

Roda JC is de club van koempels, Limburgs voor mijnwerkers. Trainer Kalezic dirigeerde zijn spelers naar een Belgische mijn. 'Je moest op elkaar letten en wat voor elkaar over hebben.'

null Beeld Jiri Buller
Beeld Jiri Buller

Zoef. Daar vliegt de joelende selectie van Roda JC naar beneden. Dertig meter onder de grond komt de lift met een schok tot stilstand. De spelers schuifelen voorzichtig naar buiten. Daar staan ze dan, de voetballers van Roda JC.

Op hun hoofden gele veiligheidshelmen en over hun trainingspak een blauwe mijnwerkersjas. In de smalle, donkere gang ruikt het naar klei, nat hout en kolen. 'Welkom in de mijn van Blegny', zegt gids Johan Hintjes.

Roda JC is de club van koempels, Limburgs voor mijnwerkers. Elke thuiswedstrijd hangt het stadion vol met vlaggen van hamers en beitels.

Bijna iedere fan heeft wel een connectie met de mijnen. Als ze er zelf niet hebben gewerkt, heeft een vader of opa dat wel gedaan.

Daarom neemt trainer Kalezic zijn spelers mee naar de Belgische mijn van Blegny, één van de weinige mijnen die nog open is voor publiek.

Roda JC wil bekendstaan als de club van koempels, maar dan moeten de spelers wel weten wat er in de mijnen gebeurde.

En zo lopen de voetballers achter gids Johan Hintjes aan. Hintjes, zijn naam staat geborduurd op zijn overall, werkte zestig jaar in de mijnen rondom Limburg. Hij brengt de sfeer er gelijk in. 'Weet je waar het hier vol mee zat?' 'Het zag hier zwart van spinnen en ratten.'

Edwin Gyasi, aanvaller van Roda JC, doet van schrik de bovenste twee knoopjes van zijn mijnwerkersjas dicht.

Gyasi loopt met verbazing rond. Hintjes heeft net verteld dat de temperatuur in de mijn kon oplopen tot 38 graden. 'Alles is hier smal, en dan die hitte. Ik heb respect voor de mensen die hier hebben gewerkt.'

Wat de dokwerkers voor Feyenoord zijn, zijn de koempels voor Roda JC. De omgeving rondom Kerkrade werd gevormd door de steenkolenmijnen. Toen aan het einde van de 19de eeuw de vraag naar steenkolen sterk toenam, was er volop werk in de regio.

Het gebied verstedelijkte in rap tempo. Tot aan de jaren zeventig bleven de mijnen de levensader van Kerkrade. De hele week stond in het teken van zware arbeid in de mijn, maar op zondag gingen de koempels naar het voetballen.

Harde voetballers

De mijnen zijn altijd belangrijk geweest voor fusieclub Roda JC. Eerst stonden de mijnwerkers zelf op het veld en later, vanaf de jaren zeventig, had Roda JC succes met Groninger Dick Nanninga. Maar ook met Gène Hanssen, Leo Degens en Leo Ehlen, jongens uit de streek.

Roda JC stond bekend als een goede en harde ploeg met voetballers die ervan hielden om hun mouwen op te stropen. Het waren spelers die pasten bij het arbeidersimago van de club.

Na de degradatie van twee jaar geleden lijken de Limburgers zich sterker dan ooit met dat imago te willen identificeren.

De mascotte Lucky, een hond, werd vervangen door Koempeltje en de de Westtribune is omgedoopt in de Koempeltribune.

Roda JC bezoekt de mijn in het Belgische Blegny Beeld Jiri Buller
Roda JC bezoekt de mijn in het Belgische BlegnyBeeld Jiri Buller

Eigen ogen

Bij Roda JC voetballen nu nog drie Limburgers. Één van hen is Jorrit Smeets. Hij blijft net wat langer staan bij een supersmalle gang waar de koempels vroeger op hun buik doorheen moesten kruipen. 'Mijn opa heeft in de mijnen gewerkt. Hij vertelde er wel eens over, maar dit is toch wel heftig om te zien.'

Het Roda JC van nu wordt geleid door tactisch brein Kalezic, een strikte trainer met Bosnische roots. Zijn ploeg bestaat uit harder werkers en voorin beweeglijke aanvallers. 'Na de wedstrijdbespreking zijn er nooit vragen', zegt Roda's routinier Nathan Rutjes over de trainer. 'Hij geeft iedereen een taak en legt dat tot in elk detail uit.'

Rutjes heeft zijn veiligheidshelm achterstevoren op zijn hoofd gezet, ware het een baseballpetje. 'Supporters hebben het altijd over de mijnen. Het is goed om het nu eens met eigen ogen te zien.' Kalezic hoopt dat zijn spelers zijn geïnspireerd door de collegialiteit van de mijnwerkers.

Aan het einde van rondleiding, als de voetballers weer voor de liftkooi staan, roept Hintjes de spelers voor de laatste keer om zich heen. 'Het draaide om kameraadschap in de mijn. Als iemand ziek was, deed de rest harder zijn best. Je moest op elkaar letten en wat voor elkaar over hebben.'

'Als jullie dat ook op het veld doen, eindigen jullie op de vijfde plaats', zegt Hintjes over de dertiende plek waar Roda JC nu staat.

Meer over