De jonkies doen het uitstekend bij Amsterdam

Voor de wedstrijd Tilburg - Amsterdam neemt Amsterdam-aanvoerder Taeke Taekema de jonge aanvaller Jan-Willem Buissant even apart. Na de korte tête-a-tête volgt een krachtige handdruk....

Van onze hockeymedewerker Maarten van de Schaaf

Coach Sjoerd Marijne kijkt tevreden toe. ‘De ervaren spelers nemen me veel werk uit handen’, zegt de coach na de met 6-4 gewonnen uitwedstrijd. Marijne: ‘Niet dat het zo is afgesproken, maar veel oudere jongens coachen hun jonge teamgenoten. Dat werkt heel goed. Toen ik zelf nog speelde, heb ik ook het meest geleerd van mijn ploeggenoot Ronald Jansen – meer nog dan van mijn coaches.’

Marijne heeft dit seizoen veel jonge spelers opgenomen in zijn selectie. Jan-Willem Buissant, Billy Bakker, Valentin Verga, Sander ’t Hart en Mirco Pruiser; ze moeten allemaal nog twintig worden, maar ze krijgen al geregeld speelminuten in het eerste elftal.

Marijne: ‘We hebben enorme talenten in de ploeg. Ik heb grote verwachtingen van ze. Drie zitten al bij Jong Oranje, maar alle jonkies hebben veel potentie.’

Volgens de coach, die in het verleden bij de hockeybond werkte met diverse jeugdelftallen, krijgt veel talent bij andere clubs geen kans. Marijne: ‘Nederlandse talenten worden veel te snel afgeserveerd. Veel clubs kiezen liever voor het aantrekken van buitenlandse internationals, waardoor er geen plek meer is voor jeugdspelers.

‘Zonde, want veel jonge spelers kun je makkelijk beter maken. Je moet een omgeving creëren waarin ze optimaal tot hun recht komen. Dan kunnen ze snel doorstromen naar het hoogste niveau. Als coach is er niks mooiers.’

Marijne wijst erop dat hij niet de enige hoofdklassecoach is die jong talent een kans geeft. ‘Neem bijvoorbeeld Robbert Kemperman van Den Bosch. Hij heeft zich kunnen ontwikkelen omdat er geen buitenlander op zijn plek staat.’ De 18-jarige Kemperman debuteerde deze zomer als international tijdens de Speling in Peking.

Hoewel Marijne kiest voor de jeugd, steunt zijn ploeg vooral op de inbreng van ervaren spelers als Taeke Taekema, Geert-Jan Derikx en Timme Hoyng. Daarmee heeft de Amsterdamse ploeg een stevig fundament. Marijne: ‘We hebben nu een prachtige mengelmoes. De ploeg is echt in balans.’

Dat bleek zondag nog niet uit het spel van zijn ploeg. Amsterdam domineerde tegen Tilburg de hele wedstrijd, maar het team had het aan zichzelf te wijten dat het de beslissing niet eerder forceerde. Bij vlagen speelden de Amsterdammers prachtig, maar het elftal liet verdedigend ook veel steken vallen.

Na vijf minuten nam Amsterdam de leiding via Teun Rohof, maar al snel kwamen de Tilburgers op gelijke hoogte door een strafcorner van specialist Wouter Hermkens. Telkens wanneer Amsterdam op voorsprong kwam, zakte de ploeg in en liet het initiatief aan de Brabanders.

Tilburg slaagde er tot vier keer toe in de stand gelijk te trekken. Maar hoewel de thuisploeg stiekem hoopte op een punt, zag het er geen moment naar uit dat Amsterdam op de eerste competitiedag onderuit zou gaan.

In de tweede helft zette de ploeg aan. Geert-Jan Derikx maakte 5-4 uit de rebound van een strafcorner en Teun Rohof besliste het duel met een fraaie tip-in.

‘De wedstrijd vandaag was niet best, maar het belangrijkste is dat je zo’n eerste competitiewedstrijd wint’, zei Amsterdam-middenvelder Floris Evers na afloop. ‘Normaal krijgen we weinig tegengoals, nu krijgen we er vier. Dat is veel te veel.’

De 25-jarige Evers is al één van de ervaren spelers bij Amsterdam. Op 19-jarige leeftijd maakte Evers zijn debuut in het Nederlands elftal, maar deze zomer viel hij buiten de olympische selectie. ‘Ik heb veel vertrouwen in de jonge spelers. Als ze met plezier hockeyen, worden ze vanzelf beter. Voor de grap hebben we het met elkaar weleens over de Olympische Spelen van 2012 in Londen.

‘Over vier jaar zijn die jongens 23, dus dat moet kunnen. Elke andere doelstelling zou eigenlijk een laffe ambitie zijn. Maar goed, ik heb geleerd dat je niet te ver vooruit moet kijken. Je hebt het toch niet allemaal zelf in de hand.’

Meer over