De ideale zondebok

Immoreel en dictatoriaal: de etiketten die Hein Verbruggen tegenwoordig opgeplakt krijgt, zijn weinig vleiend. Maar de erudiete sportbestuurder slaapt nog altijd rustig....

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: Nee, Hein Verbruggen heeft dit jaar geen poging gedaan om met een investeringsgroep het wielrennen in handen te krijgen. ‘Op mijn erewoord en op het hoofd van mijn kinderen, dát nooit!’

Hij wil helemaal niets meer in het wielrennen. En zeker geen tweede Bernie Ecclestone worden. ‘Ik word volgend jaar 67, dan is het tijd om op te donderen.’

Het verhaal over zijn coup in het peloton is slechts een van de beschuldigingen die de sportbestuurder voor zijn voeten kreeg geworpen. Termen als machtswellusteling en dictator vallen regelmatig als kwalificaties.

‘Ik lees niet zoveel. En ik kan op twee oren slapen’, zegt Verbruggen rustig. ‘Ik ben soms een beetje moeilijk tegen te houden. Mensen noemen dat dictatoriaal. Daar heb ik geen problemen mee.’

In het wielrennen, waar hij als voorzitter van de UCI jaren de scepter zwaaide, wordt hij als de bron van al het (doping-)kwaad gezien. Op olympisch niveau schildert men hem af als iemand die achter het beleid van de Chinese regering staat en zijn ogen sluit voor de schrijnende mensenrechtensituatie in het land. Voor de Spelen van Peking coördineert Verbruggen voor het IOC de voorbereidingen.

Hij heeft nu de strijd aangebonden met Amnesty International. Hij verwijt de organisatie het publiek met haar campagne over China en de Olympische Spelen vals voor te lichten. De wereld zal over hem heen vallen en niet de nuances zien die hij tracht aan te brengen, zucht Verbruggen. Maar hij vindt dat hij moet protesteren om de discussie eerlijk te laten verlopen. ‘Ik ben mijn hele leven lid geweest van Amnesty, dus wat dat betreft sta ik boven de verdenking.

‘Ik sta open voor andere culturen. Ik ga nooit naar een land en zeg: ze moeten het maar doen zoals bij ons. We verheerlijken ons democratische systeem maar vergeten dat het uitstekend past in Nederland. Maar er is een groot aantal landen waar de democratie niet op eenzelfde manier zou werken. Kijk maar naar de populariteit van Poetin in Rusland. Wij schoppen ertegen aan en 80 procent van de Russen zou op hem stemmen.

‘Ik kom al sinds de jaren tachtig in China. Maar ik denk dat niemand, ook niet als je er heel intensief bent geweest zoals ik, zich kan voorstellen wat het betekent om een land te besturen van 1,3 miljard mensen. Dan kun je niet zeggen: oprotten, daar laat ik een westers model op los.

‘Ik denk zelfs dat de wereld op bepaalde gebieden nog veel kan leren van China. Er zit bijvoorbeeld veel meer diepgang in het leven van de gemiddelde Chinees dan in dat van ons. Wij stellen het individu boven alles, in China is het individu ondergeschikt aan de gemeenschap. Dat is ook wat ik zie: dat deze Spelen massaal worden gesteund door de bevolking.’

Verbruggen is zich ervan bewust dat hij door zijn uitspraken zal worden gecategoriseerd als iemand die de Chinese politiek verdedigt. Dat men hem in een hoek zal drijven waarin hij naar eigen zeggen niet thuishoort. Maar breek hem de bek niet open over de media. Die strijd heeft hij opgegeven. ‘Ik heb nooit een gunst gevraagd en ik lieg nooit, maar van de pers kun je het niet winnen. Jullie willen altijd het laatste woord.’

Hij is lankmoedig geworden. Dat hij na Frankrijk ook in Duitsland wordt gezien als een incompetente bestuurder op wieler- en op olympisch niveau, neemt hij voor kennisgeving aan.

Zijn naam viel er veelvuldig na de reeks bekentenissen van bewierookte Telekom-kopstukken als Bjarne Riis en Erik Zabel. Als voorzitter van de UCI zou hij niets hebben gedaan om het dopingprobleem terug te dringen. Verbruggen verwijst naar een uitspraak van de Franse rechter in het Festina-proces in 2001. ‘Die heeft in hoger beroep vastgesteld dat de UCI heeft gedaan wat ze moest doen. Mij valt niets te verwijten.’

Zijn organisatie liep en loopt nog altijd voorop in de strijd tegen doping. Hij heeft gevochten tegen de opkomst van epo, waar hij in 1993 van op de hoogte raakte, maar zonder detectiemethode waren zijn handen gebonden. ‘Ik heb een heel gerust geweten. Ik zeg tegen iedereen die met kritiek komt: vertel ons wat we hadden moeten doen? Simpel. Daar heb ik nooit een antwoord op gehad.’

Hij is uiteindelijk degene geweest die de val van renners als Ivan Basso en Jan Ullrich heeft ingeleid, openbaart Verbruggen. De gezondheidstesten van de UCI waren de aanleiding voor het dopingonderzoek Operación Puerto. Die lieten Verbruggen zien dat er vooral in Spanje geknoeid werd met epo en bloed. Hij had bovendien de naam van dokter Eufemiano Fuentes horen vallen. ‘Ik heb voorgesteld met een paar andere bonden gezamenlijk actie te ondernemen. Er was weinig animo voor.’

Dus toog hij alleen naar Madrid voor een gesprek met de toenmalige staatssecretaris van sport. Verbruggen overhandigde hem het rapport met de verontrustende cijfers. Nadat Jaime Lissavetzky na de val van de regering Aznar in 2004 het ambt overnam, hoorde de UCI lange tijd niets uit Madrid.

‘In januari 2006 heb ik tegen mijn opvolger Pat McQuaid gezegd: je moet die zaak oprakelen. We hebben de namen, we hebben de telefoonnummers en die Spanjaarden hebben er niets mee gedaan. Toen heeft Pat een brief geschreven aan Lissavetzky en een kopie naar WADA (het wereldantidopingagentschap) gestuurd.’

In mei werden vijf verdachten aangehouden, onder wie Fuentes en ploegleider Manolo Saiz. ‘De UCI heeft toen gedaan wat ze moest doen’, zegt Verbruggen.

Ruim een jaar later noemt hij de uitkomst van het Spaanse onderzoek teleurstellend. ‘Ik begin me af te vragen of ik er wel goed aan heb gedaan. Wij hebben in onze eigen voet geschoten, terwijl Lissavetzky duidelijk tegen McQuaid heeft gezegd welke sporten er nog meer betrokken waren. Maar daar hoor je dus niets meer over.’

Onbedoeld geeft Verbruggen met zijn verhaal voeding aan de beschuldiging dat hij, ondanks zijn aftreden in 2005, in het wielrennen nog altijd aan de touwtjes trekt en dat McQuaid als voorzitter zijn marionet is. ‘Ik ben uit de wielersport weg. Ik zit nog in de Conseil Professionel van de UCI en dat is het enige wat me interesseert. En ik ben vicevoorzitter, maar alleen omdat ik anders mijn werk voor het IOC niet af kan maken.’

Bij de organisatie van de Tour de France, ASO, zeggen ze wel beter te weten. Sinds de lancering van de Protourcompetitie in 2004, bij het afscheid van Verbruggen, praten beide partijen niet meer met elkaar. Het is een strijd om macht.

In de laatste Tour liepen de gemoederen zo hoog op dat Tourdirecteur Christian Prudhomme Verbruggen ervan beschuldigde met de UCI het imago van de Tour opzettelijk te beschadigen. Op die manier zou de prijs van het evenement gedrukt zou worden. Verbruggen zou met een investeringsgroep op het vinkentouw zitten om de wielersport op te kopen, zoals Ecclestone in de Formule 1 heeft gedaan. Daar zou hij onder meer voor bij Rabobank zijn geweest.

‘Het is niet waar’, reageert Verbruggen. ‘Als ik inderdaad de Ecclestone van het wielrennen wil worden, had ik voorzitter van de UCI moeten blijven. Ik heb nooit onderhandeld met Rabobank en ook met niemand over het kopen van de Tour de France.’

Dat laatste heeft volgens hem de investeringsmaatschappij CVC Capital Partners met Wouter Vandenhaute, baas van het Belgische productiehuis Woestijnvis, getracht. ‘Wielrennen is zo verrekte goedkoop en er zitten veel commerciële mogelijkheden. De Protour is een product als de Champions League, dat hebben zij goed gezien. De enige fout die Vandenhaute heeft gemaakt is te denken dat het veel gemakkelijker zou zijn als hij alleen de Tour kon kopen.’

Verbruggen bekent dat hij in januari wel met ploegen en organisatoren rond de tafel zat om te praten over de toekomstmogelijkheden van het wielrennen. ‘Ik heb verteld dat de omzet van de sport nu 350 miljoen euro is en dat die binnen tien jaar naar 800 miljoen kan groeien. Maar ze moeten het proberen zelf te organiseren.

‘Vandenhaute en CVC wilden er vijftig of honderd miljoen instoppen. Toen werd ik al voorzichtiger. Geen enkele financier gaat ergens geld voor niets insteken. Die wil ook alles te zeggen hebben. Dat is het Ecclestone-model.

‘Het is gevaarlijk wanneer de sport in handen komt van alleen financiers. Dat zie je aan de Tour. Aandeelhouders kijken enkel naar de winst en daarop zijn alle beslissingen gebaseerd.

‘Als ik enkel naar de commercie had gekeken, waarvan ik nu word beticht, had ik nooit gratis voor de UCI gewerkt. Shit. Bij de Tour pakken ze het grote geld, en dan zou ík alleen maar geïnteresseerd zijn in commercie? Maar zo’n organisatie brengt wel naar buiten dat Verbruggen de Tour wil kopen.’

De Tour is een enorm struikelblok van de wielersport aan het worden, vindt Verbruggen. Het evenement is door iedereen op een voetstuk geplaatst. Een goede Tour is een goed wielerjaar, een slechte Tour een slecht wielerjaar. ‘Maar als je de statistieken erop begint los te laten, moet je zeggen: 1998 was een rampjaar, 2006 was een rampjaar en 2007 ook. Dat is drie keer in tien jaar: dan denk ik dat je vragen moet stellen over de rol van de Tour in het wielrennen .

‘De Tour wil alles zelf bepalen. Laat daar geen misverstand over bestaan. Het is een privéonderneming die een gigantische winst maakt. Je kunt van aandeelhouders maar een ding verwachten, en dat is dat ze die winst willen bestendigen. Dus het imago van de Tour gaat boven alles en alle besluiten die worden genomen, ook met betrekking tot de Protour, kun je niet los zien van de ambitie om nog meer geld te verdienen.’

Verbruggen zou willen dat de sponsors van de ploegen dat spel zouden doorzien en de Tour van het voetstuk haalden. Twee maanden geleden stuurde hij een brief naar zestig stakeholders in het wielrennen met de vraag: wenst u de Protour door te zetten? ‘56 zeiden er volmondig ja. Maar mijnheer Pijpers van Rabobank zegt: ik sta 100 procent achter de Protour, maar we moeten wel mee kunnen doen aan de Tour. Ja zeg, dat lezen ze in Parijs ook.

‘Op het moment dat ze in Frankrijk niet gelukkig zijn met Michael Rasmussen als geletruidrager, zeggen ze in Parijs: wat schreef mijnheer Pijpers ook alweer? Ik moet in elk geval meedoen met de Tour. En daarmee heb je het antwoord op de vraag of Rasmussen daarvan het slachtoffer is.

‘Ze weten bij de Tour niet wat ze willen. Je moet langzamerhand tot de conclusie komen dat het een wedstrijd is waarvoor renners bereid zijn risico’s te nemen. Dan zit je als organisator in de knoop en begin je zondebokken te zoeken. En de ideale zondebok ben ik.

‘De UCI moet zich beraden en zich afvragen: wat willen we? Je kunt in het wielrennen niets wanneer je blijft accepteren dat sponsors zeggen: wat er ook gebeurt, het enige dat voor ons telt is deelname aan de Tour. Dan is het over en moet je naar Parijs.

‘We moeten een Protour maken, maar in godsnaam zonder de Tour. Want met de Tour kom je nergens. De Tour is een zwak product. Ze maken ontzettend veel winst. Maar je moet niet nog twee zulke jaren hebben als dit of het dondert in elkaar.’

Meer over