Voetbaltalenten

De hindernisrace van voetbaltalenten op weg naar hun gedroomde doel: de top

Talentvolle spelers zijn de levensader van het Nederlandse voetbal. Maar hoe maken clubs spelers beter? Wat dragen ze zelf bij? De Volkskrant volgt de komende tijd in een speciaal online project (volkskrant.nl/doorbraak) drie jonge Nederlandse spelers om inzicht te krijgen in dat proces. Het zijn Danilho Doekhi (Vitesse), Alex Bangura (Cambuur) en Peer Koopmeiners (AZ).

Sam Planting en Dirk Jacob Nieuwboer
Danilho Doekh, aanvoerder van Vitesse. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Danilho Doekh, aanvoerder van Vitesse.Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Danilho Doekhi (23)
Verdediger
Vitesse

Danilho Doekhi is zo iemand die je even moet leren kennen. Op het eerste gezicht lijkt hij zijn best te doen niet op te vallen. De aanvoerder van Vitesse kijkt rustig om zich heen, maakt zich niet zo druk als het allemaal wat langer duurt dan gepland en zijn antwoorden zijn weloverwogen en afgemeten. Zoals hij ook als sobere, soevereine verdediger geconcentreerd blijft en niet snel gekke dingen zal uithalen.

‘Riechedly Bazoer zie ik risico’s nemen die ik überhaupt nooit zou overwegen’, zegt Doekhi (23) over zijn collega in de defensie bij Vitesse. ‘Dat is precies zijn kracht, want bij hem loopt dat vaker goed dan niet goed af. Hij weet dat hij dat kan, evenals ik weet waar mijn eigen kwaliteiten precies liggen.’

Als je zo in elkaar zit, dan begin je in het Nederlandse voetbal wel op een achterstand. Want hier is er nog altijd nauwelijks aandacht voor het ‘pure’ verdedigen, de kunst van het afstoppen. Neem Virgil van Dijk, die in zijn tijd bij Groningen niet goed genoeg werd geacht voor de Nederlandse top. Voor niet al te opvallende verdedigers is de aanvoerder van het Nederlands elftal en Liverpool een voorbeeld. ‘Mijn droom?’, zegt Doekhi. ‘De Champions League en Oranje halen.’

Zo gek is die ambitie niet, want Doekhi is zonder twijfel een van de betere verdedigers op de Nederlandse velden. Met een winstpercentage van 64 procent in luchtduels en een slagingspercentage van 80 procent op zijn tackles staat de centrale verdediger van Vitesse al vier seizoenen bovenin de ranglijsten van de eredivisie.

Sinds dit seizoen is hij bovendien aanvoerder van Vitesse. Na het vertrek van routinier Remko Pasveer naar Ajax moet nu de jonge, bescheiden Doekhi in het veld leiding geven. Maar op zijn manier deed hij dat eigenlijk altijd al: de cijfers laten zien dat Doekhi’s aanwezigheid essentieel is voor de defensie van Vitesse. Sinds de start van vorig seizoen incasseerden de Arnhemmers in 57 duels met Doekhi in de basis 66 tegengoals. Voor een subtopper als Vitesse komt dat neer op een meer dan keurig moyenne van 1,16 tegendoelpunt per duel. Deed de aanvoerder niet mee, dan was de Arnhemse defensie plots onherkenbaar kwetsbaar: in de 8 duels die Doekhi dit seizoen miste door een blessure of schorsing kreeg Vitesse 15 goals tegen. Vitesse weet pas echt wat het mist als Doekhi er niet is.

De kwaliteiten van Doekhi beginnen op te vallen. Zo bericht Voetbal International kort na de jaarwisseling dat Doekhi in de belangstelling staat van PSV. Toch duurde het even voordat de geboren Rotterdammer de plek had gevonden waar hij kon doorbreken in het profvoetbal. Tussen 2016 en 2018 speelde Doekhi als tiener twee seizoenen in de jeugd van Ajax (onder 19 en bij de beloften), maar daar bleef het bij in Amsterdam.

‘In Nederland ligt de nadruk zelfs bij verdedigers vaak op aanvallen’, stelt Doekhi. ‘In de jeugd kijken ze vooral naar hoe je aan de bal bent. Het puur verdedigende aspect van het spel, het afstoppen, wordt toch als minder interessant gezien.’

Die focus op het pure verdedigen zorgt er nu gek genoeg voor dat hij begint op te vallen. En inmiddels zijn er meer voorbeelden van Nederlandse verdedigers die buiten eigen land zijn doorgebroken. Zoals Sven Botman die uitblinkt bij de Franse topclub Lille. Maar het ultieme voorbeeld blijft Virgil van Dijk. ‘Ik kijk veel naar zijn spel. Hoe hij omgaat met bepaalde wedstrijdsituaties, probeer ik op detailniveau te analyseren. Spelers zijn nooit geheel hetzelfde qua kwaliteiten, maar ik probeer in zijn spel wel dingen te herkennen die ik ook zou kunnen doen.’

Zover als Van Dijk is hij nog lang niet, dat weet hij. ‘Maar als ik me door blijf ontwikkelen zoals ik nu doe, denk ik dat ik de top op een dag aankan.’

 Alex Bangura, verdediger uitkomend voor Cambuur.
 Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Alex Bangura, verdediger uitkomend voor Cambuur.Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Alex Bangura (22)
Verdediger
Cambuur

Spelers van Cambuur hoeven normaal gesproken pas om 9 uur ’s ochtends op de club te zijn. Toch heeft Alex Bangura (22) al om kwart voor zeven de wekker gezet. ‘Dan maak ik mijn bed strak op en begin ik doelgericht aan mijn dag. Eerst lees ik boeken of luister ik podcasts, vaak over mindset en zelfgroei. Dan ga ik naar de club.’

Als de meeste andere Cambuurspelers binnendruppelen, is Bangura al ruim een uur binnen. ‘Ik zit nu dagelijks in het krachthonk, waar ik een extra programma doorloop om sneller en sterker te worden.’ Even kan hij een glimlach niet onderdrukken.

Het is zeldzame uiting van trots, want verder zul je Bangura niet snel horen opscheppen. Als je hem hoort praten over zichzelf, kun je je nauwelijks voorstellen dat hij een van de grootste verrassingen van dit eredivisieseizoen is. Ja, zijn werklust en discipline, daar zit het wel goed mee, maar dat vindt hij ook niet meer dan logisch: daar moet hij het volgens zichzelf ook vooral van hebben. Zijn verhuizing van Rotterdam-Zuid naar Leeuwarden op 19-jarige leeftijd? Zeker, een grote stap, maar het was nou eenmaal nodig om te slagen als voetballer. Net zoals het noodzakelijk was om zichzelf te transformeren van aanvaller tot verdediger.

‘Ik was niet echt een verfijnde linksbuiten. Geen buitenspeler met een swingende actie in huis, een mannetje passeren vond ik heel erg lastig.’

Aanvallers worden wel vaker omgeturnd tot verdedigers, maar meestal komt het initiatief van coaches. Toen Bangura in 2018 bij Cambuur binnenkwam, besefte hij al snel dat hij het als aanvaller niet zou redden. ‘Toen heb ik tegen René Hake, mijn trainer, gezegd dat ik linksback wilde worden.’

Dit seizoen blinkt hij bij het gepromoveerde Cambuur bijna elke week uit op die positie. Toen Cambuur laatst tegen Feyenoord moest spelen, zei trainer Arne Slot van de Rotterdammers dat hij ‘enorm onder de indruk’ van hem was.

Als jongetje was het zijn grote droom om bij Feyenoord te spelen. Toen hij 16 was, kwam hij ook in de profopleiding, maar na twee seizoenen had Feyenoord genoeg gezien. ‘Ik was toentertijd gewoon niet goed genoeg. Punt. Het zou ronduit egoïstisch zijn om nu stoer te doen dat het elders wel goed met me gaat. Zo ben ik niet gemaakt.’

Ook bij Cambuur duurde het even voordat hij zijn draai kon vinden. Toen Cambuur in 2019 een nieuwe trainer kreeg, zei hij meteen weer dat hij van positie wilde wisselen. ‘Henk de Jong vond het oké, maar benadrukte wel dat ik in zijn ogen de tweede linksback in de selectie was, achter David Sambissa. Maar hij zei ook steeds: ‘Jouw kans komt nog wel, blijf werken, blijf vechten. Jouw kans komt echt.’’

Halverwege het vorige seizoen was het zover. Cambuur stond aan kop in de Keuken Kampioen Divisie en op 22 februari mocht hij in de basis starten op bezoek bij Jong Utrecht (1-3). Bangura zal zijn plek niet meer afstaan.

‘Ik voelde op dat moment heel duidelijk dat dit mijn kans was’, zegt hij met een zeldzaam serieuze blik in zijn ogen. ‘Ik besloot dat ik meer houvast nodig had tegen de zenuwen. Dus ging ik gedisciplineerder leven.’

Dat is het moment dat de wekker op kwart voor zeven ging.

In de lijstjes met data over fysieke prestaties in de eredivisie is het resultaat te zien: met de snelheid van zijn sprints en intensiteit van zijn inspanningen staat hij bovenaan. Zijn rushes halen geregeld de samenvatting bij Studio Sport. Toch is zijn persoonlijke doel bescheiden: een seizoen volmaken als basisspeler. Over een stap naar een grotere club zul je hem voorlopig niet horen.

‘Ik denk dat mijn gehele pad hiernaartoe wel een overkoepelend thema heeft’, geeft Bangura toe. ‘Nooit opgeven is telkens de boodschap.’

 Peer Koopmeiners, middenvelder bij AZ Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Peer Koopmeiners, middenvelder bij AZBeeld Jiri Büller / de Volkskrant

Peer Koopmeiners (21)
Verdedigende middenvelder
AZ

Even blijft het stil in het gesprek met Peer Koopmeiners (21). Gek, want daarvoor rolden de antwoorden er vlotjes uit. Maar op de vraag wat hij wil worden als het niet redt als voetballer, heeft hij even geen antwoord. ‘Iets met sport’, zegt hij uiteindelijk. ‘Dat denk ik wel, maar nee, ik heb er eigenlijk nog nooit echt over nagedacht.’

Koopmeiners rolde door de jeugdopleiding van AZ, zoals hij door het vwo rolde. Een leiderstype, die met een mix van welbespraaktheid, relativeringsvermogen, humor en analytische inzicht ouder overkomt dan hij in werkelijkheid is. Al sinds zijn 11de speelt hij bij AZ en eigenlijk heeft hij het sindsdien zelden lastig gehad. ‘Het klopt, de huidige situatie is nieuw voor me’, erkent hij.

Want op dit moment zit Peer Koopmeiners vooral veel op de bank. Op 17 oktober maakte hij wel zijn officiële debuut, in een thuisduel met Utrecht (5-1), maar daarna duurde het even voor hij weer aan de bak mocht. Net voor de winterstop volgden de volgende negen speelminuten bij AZ I, ditmaal in het bekerduel met Heracles.

‘Mijn broer had het moeilijker in de jeugdopleiding’, zegt Peer over de twee jaar oudere Teun, die de afgelopen zomer AZ verruilde voor de Italiaanse topclub Atalanta Bergamo. ‘Maar hij brak sneller door in het eerste, soms moet je ook wat geluk hebben.’

De jongste Koopmeiners weet dat hij waarschijnlijk nog wel wat meer geduld moet hebben, want in de pikorde voor twee middenveldsposities staat hij op de vierde plek. De veteranen Jordy Clasie (30) en Fredrik Midtsjö (28) zijn de eerste keus en Tijjani Reinders (23) fungeert als eerste back-up. Koopmeiners speelt wel elke week in de eerste divisie met Jong AZ, waar hij is is uitgegroeid tot een van de beste spelers in de competitie.

‘Ik ben een denkend type als speler’, zegt Koopmeiners. ‘Natuurlijk wil ik altijd winnen, maar als dat niet lukt, ben ik niet het soort jongen dat stampvoetend de kleedkamer stuk wil slaan. Snel denken is mijn sterkste kwaliteit. Ik wil liever onzichtbaar domineren door precies op het juiste moment op de juiste plek te zijn dan dat ik er met een onbehouwen tackle in vlieg. Dat is ook wel een beetje mijn zwakte hoor: soms denk ik iets te lang na, dan moet je er gewoon inkleunen.’

Zoals de meeste begenadigde talentjes begon Koopmeiners als aanvaller. Waar broer Teun met links kon poeieren, deed Peer dat met rechts. Maar al snel specialiseerde hij zich op één positie: hij werd, net als zijn broer, verdedigende middenvelder. ‘Veel mensen zien het als een saaie positie, maar in werkelijkheid heb je daar het meest te doen van iedereen. Niet voor niets zegt Pep Guardiola in zijn boeken altijd dat hij daar de speler wil opstellen die hij het meest vertrouwt.’

Om de kneepjes van het vak te leren keek Koopmeiners veel naar het spel van andere spelers op zijn positie, zoals Sergio Busquets van Barcelona. In Nederland kan hij genieten van Daley Blind, net als hij zelf niet iemand die het van zijn explosiviteit moet hebben. ‘De manier waarop hij net die halve tel langer durft te wachten voordat hij een pass geeft, dat vind ik weergaloos.’ Koopmeiners mag dan als talent op de bank zitten, hij denkt al als een routinier.

‘Ik ben nu opeens een van de minst ervaren spelers in de groep’, zegt Koopmeiners. ‘Ook dat is wennen, maar het voordeel is dat ik heel veel kan afkijken van anderen.’

En leren wil hij, want zijn doelen zijn torenhoog: ‘Ik wil het maximale uit mijn eigen kunnen halen. Als dat een degelijke profcarrière van veertien jaar wordt, dan kan ik daar zeker mee leven. Maar als je me nu vraagt wat ik wil, zeg ik: Champions League, Nederlands elftal. Uiteindelijk wil ik gewoon de internationale top halen.’

Meer over