De grote dromen van bondscoach Groener

EK-kwalificatie..

Almere De groei is onmiskenbaar, maar verloopt zo traag dat de ambitieuze Nederlandse handbalsters de toplanden niet spoedig zullen achterhalen, laat staan passeren. Voor bondscoach Henk Groener tijd om het proces te versnellen. ‘Wil je echt wat bereiken, dan moet je de sport serieus nemen en fulltime aan de slag gaan.’

Zo ver is het nog niet, maar met het EK van 2012 in Nederland in het verschiet en lonkend naar WK en de Spelen van Londen blijken de doelstellingen van het handbalverbond en de eerzucht van de speelsters elkaar te raken. Het gevolg is dat na het Oranjeplan van Bert Bouwer uit 1996, de handbalsters van nu wederom bereid zijn als ‘meiden met een missie’ extra inspanningen te leveren.

‘We komen ruim achter de wereldtop’, weet Groener. ‘Landen als Rusland, Roemenië en Denemarken kunnen we met inzet en creativiteit bestrijden, maar uiteindelijk kom je tegen ze te kort. We gaan wel vooruit, maar niet genoeg. Om aansluiting te vinden met die landen moeten we meer doen dan wat die landen doen.

‘Zelfs als we de programma’s van die landen volgen, worden we niet beter dan hen. Hooguit net zo goed. Kies je niet voor dit traject en je hebt toevallig een paar goeie speelsters bij elkaar, kan het resultaat een keer meevallen. Maar als je zegt, we gaan meer doen dan de rest, mag je er ook wat van verwachten.’

Momenteel beschikt hij over talentrijke, en internationaal gezien zeer jeugdige speelsters die in de ontwikkeling wordt geremd door een aanpak die niet met hun motivatie harmonieert. Vorige week traden ze aan voor het EK-kwalificatieduel in Litouwen. Voorbereiding: anderhalve training en een paar oefenpotjes in november. ‘Dit is natuurlijk niet de weg die je moet bewandelen als je ambities hebt’, vindt ook Groener.

Hij wil elke dag trainen met de internationals. Net zoals Bouwer, die de pech had dat hij geen speelsters achter de hand had. Groener heeft die wel: de talenten van de Handbalacademie. Komend seizoen komt te vroeg. Toch is er dan wat ruimte voor de plannen gecreëerd.

De clubs hebben namelijk ingestemd met een wijziging in de competitieopzet. Dan kan hij zes tot acht weken trainen met de in de eredivisie uitkomende internationals en misschien ook met speelsters die in het buitenland niet voor topclubs uitkomen. ‘Niet genoeg, wel een begin.’

Zoals het er nu naar uitziet, gaan Groener en de nationale selectie in 2011 van start met een dagelijks trainingsprogramma. ‘Speelsters zullen keuzes moeten maken en niet tevreden zijn met een leuke carrière in het buitenland en een beetje doorgroei.’ Hij heeft er al met ze over gesproken. ‘Zij zien dat ook zo.’

Contractuele verplichtingen hoeven het plan niet te dwarsbomen. Alle verbintenissen lopen volgend jaar af. Degenen die dit jaar naar het buitenland gaan – Loïs Abbingh, Danick Snelder, Laura van der Heijden en Marcella Deen staan in de belangstelling van Duitse clubs – zullen een contract voor een jaar tekenen. Dan hebben ze de handen vrij om in het programma te stappen.

Handbal is een sport van afspraken en ingeslepen automatismen. Zoiets heeft afstemming nodig. ‘Hoe vaker je traint, des te meer kan vanuit de eigen waarneming worden gespeeld’, zegt Groener. ‘Als je moet nadenken ben je te laat. Die tijd heb je niet. Zeker internationaal niet.’

Na twee opeenvolgende trainingsdagen wint het Nederlands team de return tegen Litouwen zondag in het Almeerse Topsportcentrum: 34-20. De dekking staat goed, het tempo is doorgaans hoog en de tegenstanders worden stevig aangepakt. Maura Visser, in dienst van het Deense KIF Vejen, is zeker in de eerste helft de motor van een ploeg die op sommige momenten met vier junioren, Snelder (19), Van der Heijden (19), Abbingh (17) en Debbie Bont (17) speelt.

Groener berekent dat in de resterende duels tegen Kroatië en Macedonië een zege en een gelijkspel genoeg is voor plaatsing voor het EK. ‘Wat we nog nodig hebben is een fulltime programma, tijd en geld.’

Meer over