ColumnWillem Vissers

De glimlach van Virgil van Dijk, het basale geluk op een veld in Riga

null Beeld

Het hele interview van bijna vier minuten lang bij de NOS danst een glimlach over het gezicht van Virgil van Dijk. Het is mooi om het loopje van die lach langs zijn gelaatstrekken te volgen, als voorvertoning van ingehouden vreugde.

Want eerst heeft hij serieuze vragen te beantwoorden. Hij staat voor zo’n spuuglelijk bord met sponsornamen. Daarachter zingen de bomen van Riga een slaapliedje op de late avond. Op de achtergrond schreeuwen supporters namen van voetballers, of zomaar wat. Van Dijk analyseert de zege en trekt conclusies: dat het om de punten gaat, dat Letland stug weerstand bood, bleef rennen en op de tweede bal loerde, om dan opportunistisch de lange spits te zoeken.

Op het eind, als de verslaggever vraagt of het ooit leuk wordt voor een topvoetballer, dit soort avonden op een veldje achteraf tegen een matig land, antwoordt hij, na de opmerking dat het erbij hoort: ‘Ik geniet enorm.’ Drie keer spreekt hij dat zinnetje uit in de laatste tien seconden, als een bezwering, alsof hij een boodschap te verkondigen heeft: ‘Ik geniet enorm.’ En: ‘Het is geweldig, ik ben heel blij en trots.’ Hij doelt dan ook op zijn aanvoerderschap van Oranje.

Hij wil maar zeggen dat hij helemaal terug is. Hij kan alles weer meedoen, ook tegen Letland. De trainer hoeft hem niet meer te sparen voor de echt grote wedstrijden. Hij is fit genoeg om ook tegen Letland te voetballen. Een jaar geleden scheurde hij een knieband bij Liverpool, na een drieste actie van doelman Pickford van Everton. Het herstel duurde best lang, zeker als je het vergeleek met bijvoorbeeld Memphis Depay een jaar eerder. Heel misschien had Van Dijk aan het EK kunnen meedoen, maar hij nam geen enkel risico. Hij is 30 jaar en wilde topfit zijn na het herstel van de blessure die pakweg vijftig jaar geleden onherroepelijk het einde van een loopbaan betekende.

Die laatste seconden van dat interview, daar draait het allemaal om. Het gaat om het geluk van een voetballer, hoe rijk en gelauwerd ook, om de omhelzing van het kleine, om de puurheid. Het verhaal is simpel, voor een deel van de buitenwereld. Voetballers verdienen te veel. Ze zijn arrogant. Ze staan een beetje buiten de normale wereld. Sommigen zien de pers als slecht geklede, vervelende kerels, meestal kerels, die zelf nog geen bal over dertig meter kunnen trappen, die ze nauwelijks serieus kunnen nemen. Topvoetballers houden zich soms zichtbaar in, want ze horen ook een soort modelburgers te zijn die omzichtig hun weg zoeken in de jungle. Maar uiteindelijk vertelt hun lichaamstaal soms het hele, onverbloemde verhaal. Daarin telt gewoon de basis, zoals bij ieder mens. Gelukkig zijn. Of ook, voor een topsporter: vrij van blessures.

Virgil van Dijk liet voor dat bord zien, heel subtiel, in een paar tellen, dat ook een wedstrijd op een winderig veld in Riga bijdraagt aan dat basale geluk. Dat zo’n wedstrijd, hoe onbenullig ook, oneindig veel mooier is dan herstellen van een blessure in eenzaamheid.

Meer over