Autosport

De gezichten van Zandvoort: van levensgevaarlijke hogesnelheidsbaan naar gevarieerd duinspektakel

De Formule 1 keert zondag terug naar een circuit, dat sinds de laatste GP in 1985 flink is gewijzigd. De duinenbaan is altijd een spiegel van de tijd geweest. De gezichten van Zandvoort door de ogen van de Nederlandse coureurs die er hebben gereden.

Eerste officiële race op het circuit van Zandvoort in 1948. Beeld ANP
Eerste officiële race op het circuit van Zandvoort in 1948.Beeld ANP

1948-1972: hogesnelheidsbaan voor waaghalzen

‘Heel listig, maar ook heel spannend’, zegt race-icoon Gijs van Lennep over het circuit zoals het in originele staat was. De 79-jarige Van Lennep reed drie keer de Nederlandse GP. Eentje, in 1971, reed hij op de baan zoals die was aangelegd in 1948, op het puin van de Zandvoortse boulevard die in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers was gesloopt voor de Atlantikwall.

De 4,2 kilometer lange asfaltstrook volgde het glooiende duinlandschap en was daarmee direct uniek in zijn soort. Twee jaar na de oprichting van de Formule 1, in 1952, trok de raceklasse al naar de badplaats.

‘Ik reed er voor het eerst in 1958, zegt Van Lennep. ‘Met wat vriendjes reden we daar met Kevertjes. Je moest heel precies rijden om de gang erin te houden. Zo leerde je het circuit goed kennen. Het was belangrijk om de auto bijvoorbeeld goed over het heuveltje te zetten tussen Bos In en Bos Uit’, zegt hij over het deel dat vernoemd is naar een inmiddels gekapt dennenbos.

Volgens Van Lennep was baankennis op het oude Zandvoort cruciaal. ‘Het ging op en neer, dus je moest voortdurend naar boven of naar beneden remmen. Dat maakte het lastig, want naar boven kun je later remmen dan naar beneden.’

Wie crashte, had een probleem. De auto’s waren gebouwd om hard te gaan, niet om veilig te zijn. Het gevaar schuilde in die jaren in elke bocht, zegt Van Lennep. Vooral op Zandvoort. Soms blies de wind zand over de baan, wat het circuit extra listig maakte.

Michael Bleekemolen (71), die één F1-race reed en in de jaren 70 twee keer deelnam aan de prekwalificatie op Zandvoort, herinnert zich dat er opeens een baksteen op zijn racelijn lag tijdens een Formule 1-test. ‘Ik kon er nog net voor uitwijken. Maar als dat onder mijn auto was gekomen, was ik er niet meer geweest. Ik ben meteen gestopt en zagen nog wat jongetjes wegrennen.’

Gijs van Lennep: ‘Die oude omloop was natuurlijk veel te gevaarlijk. Er waren geen uitloopstroken of bandenstapels en je reed overal loeihard. Natuurlijk wist je dat wel. Maar het motto was in die tijd: gewoon gaan.’

‘Tunnel Oost was denk ik het gevaarlijkst’, zegt Van Lennep over de beruchte knik naar rechts na het Scheivlak, vernoemd naar de tunnel die onder de bocht doorliep. ‘Dat was randje vol gas. Daar zijn ook de zwaarste klappers geweest’, zegt hij, doelend op dodelijke ongelukken van Piers Courage (1970) en Roger Williamson (1973). Die crashes zouden Zandvoort voor altijd veranderen.

Het wrak van de auto waarin Roger Williamson in 1973 verongelukte.  Beeld Getty Images
Het wrak van de auto waarin Roger Williamson in 1973 verongelukte.Beeld Getty Images

1973-1988: strijd tegen de tijd

Na de dood van Courage, die een wiel van een crashende voorligger tegen zijn hoofd kreeg, was duidelijk dat het niet langer zo kon. De auto’s werden sneller en krachtiger, maar bleven net zo onveilig als in de beginjaren. Hetzelfde gold voor de circuits. Drievoudig kampioen Jackie Stewart leidde begin jaren 70 met succes een coureursprotest. De F1 zou niet meer terugkeren in Zandvoort tot het veiliger was. De race van 1972 werd geschrapt.

De simpelste manier om de baan veiliger te maken, was sleutelen aan het loeisnelle karakter. Om de snelheid er na het Scheivlak enigszins uit te halen, werd daarom een chicane - de Panoramabocht - toegevoegd aan de baan, op de plek van Bos In en direct na Tunnel Oost.

De chicane maakte het circuit uitdagender, beaamt zowel Van Lennep als Bleekemolen. ‘Je hebt een extra rempunt. Dat is heel belangrijk. Op tijd remmen is en blijft het moeilijkste wat er is voor een coureur’, zegt Van Lennep. Volgens Bleekemolen was de originele omloop van Zandvoort ‘niet zo spannend’. Bleekemolen: ‘Het was bijna allemaal vol gas, dus eigenlijk een beetje te simpel. De Panoramabocht was een verbetering. Er kwam een hard en hoog rempunt bij. Daardoor is het beslist een ander, moeilijker circuit geworden.’

Jan Lammers (65) groeide als Zandvoorter op met het Zandvoortse asfalt. Hij reed twee Nederlandse GP’s (1979, 1982). De chicane gaf het circuit meer sfeer, zegt hij. ‘Het werd een soort arenaatje waar alle locals stonden. Als je de bocht uitreed, zag je precies welke van je vrienden er stonden.’

Het maakte het circuit alleen nauwelijks veiliger. Drie jaar na de dood van Courage knalde Roger Williamson door een lekke band eveneens bij Tunnel Oost tegen de vangrail. Hij vloog over de kop en zijn auto vatte nagenoeg meteen vlam. Williamson stierf in zijn wrak. De ongetrainde, slecht uitgeruste marshalls keken hulpeloos toe.

Ondertussen ging de race door en zagen coureurs een rijder die Williamson wanhopig poogde te redden - David Purley - aan voor Williamson. Een van die coureurs was Gijs van Lennep, die de race finishte als zesde en zo zijn eerste WK-punt scoorde. Na de finish hoorde hij pas over de dood van Williamson. Het hoorde bij autoracen in die jaren, zegt hij. Drie jaar later, bij zijn tweede zege in de 24 uur van Le Mans, verongelukte er een Fransman voor zijn neus. ‘Dan zie je iemand voor je ogen verbranden en als ik er dichter achter had gezeten, was ik er ook niet meer geweest. Het scheelde in die tijd vaak niets. We reden in een bak met benzine.’

Michael Bleekemolen kan zich het ongeluk van Williamson nog goed heugen: ‘Het werd live uitgezonden op tv, dus dat had wel impact. Maar vergeet niet: die ongelukken gebeurden overal. Je kunt niet direct Zandvoort als schuldige aanwijzen.’

Zo’n beetje overal loerde de dood. Zo vloog Williamsons auto nagenoeg meteen in brand door de harde klap tegen de fonkelnieuwe stalen vangrails die hem juist moestem beschermen. Het alternatief in die jaren - een vanghek van gaas met daartussen houten palen - was niet veel beter. Bleekemolen: ‘Hans Georg Bürger (Formule 2-coureur die in 1980 verongelukte op Zandvoort, red.) kreeg zo’n paal tegen zijn helm.’

In 1980 kwam er als extra veiligheidseis vanuit de Formule 1 nog een chicane bij, nu voor Tunnel Oost: de Marlborobocht. Uiteindelijk kon Zandvoort niet meer aan de eisen van de F1 voldoen. Het circuit geraakte verouderd, het publiek bleef weg en het geld was op. Ieder jaar groeide de ergernis bij Formule 1-baas Bernie Ecclestone over de noodlijdende GP. ‘Stoffige bende’, waren zijn afscheidswoorden in 1985.

1961. Stirling Moss (Lotus) wordt afgevlagd voor Richie Ginther (Ferrari).  Beeld Getty Images
1961. Stirling Moss (Lotus) wordt afgevlagd voor Richie Ginther (Ferrari).Beeld Getty Images

1989-1998: de anonieme jaren

Zonder Formule 1 kwam het circuit in een soort limbofase terecht. De armlastige baan kon eind jaren tachtig niet anders dan instemmen met de verkoop van een deel van het circuitterrein aan een bungalowpark. Het betekende het einde van onder meer de Marlboro- en Panoramabocht, het originele Bos Uit en de beruchte Tunnel Oost.

Een paar jaar later maakt het circuit een herstart met ongeveer de helft van de originele omloop nog intact. Op de Hunserug, oftewel de opmaat naar het Scheivlak, werd de ‘oude’ baan afgebroken met een bocht naar rechts. Het Scheivlak bleef ongebruikt boven de baan liggen. Op het resterende minibaantje van zo’n 2,5 kilometer werd wel volop geracet. Zo vond er ieder jaar de Masters of Formula 3-race plaats, jarenlang een van de belangrijkste wedstrijden voor aanstormend racetalent.

Coureur Tom Coronel won in 1997 op het interim-circuit die wedstrijd. ‘Het ging in die jaren slecht met het circuit’, zegt hij. ‘Ik weet dat er overal stickers waren geplakt, met daarop de tekst: ‘Red Circuit Park Zandvoort’. Die interim-baan was echt een tussenoplossing, maar niemand had een idee hoe lang en op welke manier het circuit weer zou terugkeren. Aan de andere kant was het wel een goede baan om het racen te leren. Het was heel moeilijk om er het verschil te maken, omdat je er zo weinig bochten had.’

Jan Lammers reed er in 1992 een ronderecord in een F1-auto. ‘Voor het publiek waren de races ontzettend leuk’, zegt hij. ‘De auto’s kwamen heel vaak voorbij en vanaf één plek kon je bijna de gehele baan overzien.’

Hij benadrukt dat wijlen oud-circuitdirecteur Hans Ernst in deze jaren een cruciale rol speelde in het levensvatbaar houden van Zandvoort. ‘Hij heeft ontzettend goed werk verricht. Circuits worden vaak geleid door passie en ambitie, maar dat is meestal een slechte leidraad voor de economische leiding. Ernst was de eerste die daar een gezonde balans in bracht. Hij was ambitieus, maar zei ook: we moeten het eerst verdienen voordat we het uitgeven.

‘Het zag er cosmetisch misschien niet altijd even denderend uit, maar Zandvoort was wel een van de best draaiende circuits van Europa. Dat heeft hij voor elkaar gekregen met de middelen die hij had, want er was toen geen Max.’

1979. Gilles Villeneuve in een Ferrari. Beeld Getty Images
1979. Gilles Villeneuve in een Ferrari.Beeld Getty Images

1999-nu: wederopstanding

Gestaag voerde circuitbaas Ernst in de jaren negentig renovaties door, lobbyde hij bij politici en zocht hij naar investeerders. In 1998 kreeg hij definitief groen licht: de schop kon de grond in. Zoveel mogelijk werd gepoogd de originele omloop weer in ere te herstellen of te hergebruiken. Daarbij moest wel rekening gehouden worden met de veranderingen in het omliggende gebied, zoals het bungalowpark.

Het circuit is tegenwoordig nog ongeveer de helft van de oude baan en aanzienlijk bochtiger. Via de restanten van de Marlborobocht werd bijvoorbeeld afgebogen naar een nieuw deel met eveneens nieuwe bochten, zoals de Kumhobocht en de Hans Ernstbocht. Iconische stukken zoals het Scheivlak keerden terug.

Racetalent Richard Verschoor (20), die rijdt in de Formule 2, zegt dat hij er als klein jongetje nooit van droomde ooit op Zandvoort te racen. ‘Want je weet als Nederlandse coureur dat je er toch wel een keer gaat rijden.’ Hij racete er in 2016 voor het eerst, in de Formule 4. Hij won meteen een van de zes races en werd twee keer tweede. ‘Ik vond het meteen een heel leuke baan, maar dat hebben coureurs vaker als ze er goed gaan’, grapt Verschoor. ‘Maar met name de verschillende bochten en het vele up and down maken het uitdagend.’

Max Verstappens eerste herinneringen aan Zandvoort gaan terug naar begin 2000, toen hij als jongetje meekwam met zijn vader Jos. Zelf racete hij er zelden. Enkel in 2014, toen hij er in de Formule 3 de prestigieuze Masters of Formula 3 won. Hij bewaart er goede herinneringen aan. ‘Het circuit is echt old school gebleven. Als je een fout maakt, word je meteen gestraft’, zegt hij over het genadeloze karakter.

Om de komst van de Formule 1 mogelijk te maken, is Zandvoort enigszins aangepast. Grootste wijzigingen zijn de twee bochten waar zogenoemde kombochten van zijn gemaakt, met een hellingspercentage van zo’n 32 procent: de krappe, langzame Hugenholtzbocht en de laatste bocht voor het rechte stuk, de Arie Luijendijkbocht.

Die laatste bocht is aangepast om de moderne F1-auto’s langer vol gas te laten rijden op het rechte stuk. Zo wordt er sneller op de Tarzanbocht afgereden, om meer inhaalacties te stimuleren. De Hugenholtzbocht moest het circuit een unieke, extra dimensie geven.

Dat is gelukt, vindt Tom Coronel, die stelt dat er ‘een heel raar bochtje’ is ontstaan. ‘Je moet een beetje radius pakken, een beetje zoals een baanwielrenner, en dan laag erin schieten. Dat is heel onnatuurlijk voor een autocoureur. Geen circuit ter wereld heeft dat.’ Max Verstappen verwacht dat er meerdere lijnen in te rijden zijn.

Of het circuit nu beter is dan ooit? Jan Lammers kan er geen eenduidig antwoord op geven: ‘De variatie die nu in de baan zit, is speciaal. Maar het circuit in zijn originele, pure vorm was ook bijzonder. Dat was alleen een waanzinnige periode. Je wist toen in de ochtend niet of je in de avond weer thuiskwam.’ Het is door die verschillende racetijdperken lastig vergelijken, zegt hij. Voor hem heeft Zandvoort altijd zijn charme gehad. In welke vorm dan ook.

Meer over