AnalyseNederlands Elftal

De flanken renderen al tijden niet bij het Nederlands elftal

De aanvallende flanken vormen een probleem voor Oranje. Drie jaar na het afzwaaien van Arjen Robben zijn er nog steeds geen duidelijke kandidaten opgestaan voor de vleugels. In het uitduel met Bosnië en Herzegovina (0-0), waarbij aanvalsleider Memphis Depay door een schorsing ontbreekt, is het op haast pijnlijke wijze merkbaar.

Quincy Promes in duel met Darko Todorovic.Beeld BSR Agency

Het is inmiddels drie jaar geleden dat Robben het oranje tricot voor het laatst droeg. Op 10 oktober 2017 waren zijn twee treffers tegen Zweden (2-0) niet genoeg om Nederland last minute toch nog naar het  WK te loodsen. Het was de laatste interland voor de linksbenige superster op de vleugel.

Hoewel Oranje nu betere resultaten behaalt dan in de laatste jaren met Robben – kwalificatie voor het EK werd onder Ronald Koeman immers afgedwongen – is het probleem van de aanvallende buitenspelers nooit opgelost sinds zijn vertrek.

De oefeninterland tegen Mexico (0-1) en het Nations League-duel met Bosnië vormen interland nummer 25 en 26 sinds het afzwaaien van Robben. Frank de Boers keuze op de flanken voor Steven Berghuis en Ryan Babel in zijn eerste interland als bondscoach, en Donyell Malen en Quincy Promes in de tweede, brengt het aantal verschillende startende flankenkoppels sinds het afzwaaien van Robben op twaalf. En dan te bedenken dat Oranje in 4 van deze 26 interlands zonder echte buitenspelers speelde, toen het in de eerste maanden onder Koeman nog in een 5-3-2-formatie stond opgesteld.

Ook koppel nummer twaalf in het post-Robben-tijdperk, Malen en Promes, lijkt niet het antwoord op de flanken bij Oranje. Bij afwezigheid van aanvalsleider Memphis Depay staan de vleugelspitsen tegen Bosnië symbool voor het moeizame spel van Nederland.

Malen, bij PSV spelend als centrumspits, komt relatief vaak aan de bal in de 69 minuten die hij meedoet tegen Bosnië (37 keer), maar komt geen enkele keer tot de dreiging die hij in Eindhoven doorgaans wel sticht (nul schoten). Malen moet op de rechtervleugel in een dienende rol spelen, door zich telkens aan de binnenkant van de flank uit te laten zakken, zodat rechtsback Denzel Dumfries de diepte kan zoeken. Het resultaat van deze kunstgreep is niet best. Niet één van Dumfries vijf voorzetten komt aan bij diepste spits Luuk de Jong. Twintig minuten voor tijd vervangen Steven Berghuis en Hans Hateboer de PSV’ers op de rechterflank.

Promes mag langer blijven staan. Hij krijgt tot de 86ste minuut de kans van De Boer om met een individuele actie het verschil te maken: in de eerste helft op de linkerflank, na rust op rechts en na het inbrengen van Berghuis in de slotfase weer op links. Op geen van beide flanken komt het bij de Ajax-aanvaller tot echte dreiging. Slechts één keer passeert hij een directe tegenstander met een dribbelactie; ook zijn twee schotpogingen eindigen niet in de buurt van het Bosnische doel.

Na de doelpuntloze remise in Bosnië staat Oranje sinds het aanbreken van het tijdperk-Koeman (maart 2018) op 36 doelpunten in 16 Nations League- en kwalificatieduels. Spits Memphis is bij precies de helft van deze productie (18 keer) direct betrokken als afmaker of aangever. Ook de meest aanvallend ingestelde middenvelder Georginio Wijnaldum (13 goals of assists) is in deze periode aanwijsbaar effectief. Voor de vele kandidaten op de flanken valt dit niet te zeggen: bij liefst 22 van de 36 goals is geen van beide buitenspelers betrokken.

Woensdag is Memphis er tegen Italië weer bij. De zoektocht naar een juiste invulling van de posities aan zijn zijde zal dan doorgaan.

Lees ook 

Machteloos Oranje vervalt in gruwelijk gebrei en scoort weer niet
Het was een uitputtingsslag, de zondagse avondwedstrijd van Oranje. Om naar te kijken, wel te verstaan. Het Nederlands elftal strompelde in Zenica naar een opvoering van vijf kwartier afzichtelijkheid en een kwartiertje troost. Het duel in de Nations League met Bosnië-Herzegovina bleef zonder doelpunt.

Meer over