InterviewDusan Tadic (32), Ajacied

‘De duels tegen PSV waren cruciaal. Twee keer stonden wij achter, twee keer kwamen we terug’

Dusan Tadic in duel met Jordan Lefort van Young Boys. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Dusan Tadic in duel met Jordan Lefort van Young Boys.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Dusan Tadic (32) is een bezeten voetbalprof. De aanvoerder kan dit weekeinde opnieuw kampioen worden met Ajax. ‘Als je mij slaat, zal ik je eens terugslaan.’

Dusan Tadic heeft een ritueel. Als zijn medespelers naar de kleedkamer lopen, voor de laatste woorden na de warming-up, blijft hij nog even op het veld. Hij dribbelt en schiet een paar keer. Niet voluit, lekker ontspannen. Links, rechts. Een schaar onderweg.

‘Ik neem altijd nog een paar ballen. Dribbel en schot’, zegt hij, op de zonovergoten tribune van De Toekomst. Donderdag, voor het duel met Utrecht, schuift hij de bal met rechts net naast het doel. Hij lacht, de volgende ochtend. ‘Soms probeer ik de paal te raken. Voor het gevoel. Het is moeilijker om de paal te raken dan het lege doel.’ Met publiek is het trouwens mooier, zijn ritueel, want dan zingen duizenden supporters ‘Tadic on fire’, op de melodie van Freed from desire, de discoknaller van Gala.

De bouw van het kampioenselftal van trainer Erik ten Hag begon met linksbuiten annex spits Tadic uit Servië, in juli 2018 overgenomen van Southampton. Ten Hag klonk een paar maanden eerder bitter toen hij in zijn eerste half jaar bij de club de kansen op de titel definitief verspeelde bij PSV: 3-0. Hij sprak van gebrekkige weerbaarheid. Nu zegt Ten Hag, over Tadic: ‘Hij is mentaal een voorbeeld. Hij heeft winnaarsmentaliteit, hij bewaart de rust en toont weerbaarheid. De jonge groep miste ervaring. Ik wilde spelers die grote competities hadden beleefd en nog niet over de top waren.’

Gezocht: een killer

Tadic kende al mensen bij Ajax, ook vanwege zijn eerste club in Nederland, FC Groningen. Ze wisten hem te overtuigen. ‘Ajax was mijn droomclub als kind, met Real Madrid.’ Alfred Schreuder, voormalig assistent van Ten Hag, was eerder zijn trainer bij FC Twente: ‘Dusan is een heel professionele, gedreven jongen. We wilden een leider die het voortouw nam, die gegroeid was in het buitenland. Iemand die snapte dat bij winnen meer komt kijken dan mooi voetbal. Dat het soms gaat om vechten. We zochten een killer.’

In zijn eerste seizoen was Matthijs de Ligt aanvoerder. Na diens vertrek naar Juventus werd dat Tadic, de modelprof. ‘Natuurlijk heb je kwaliteiten nodig, maar als ik die wil tonen, moet ik werken. De fitste zijn, de best mogelijke. Ik kan mijn ploeggenoten niet voor de gek houden. Zij vertrouwen mij, dat vertrouwen geef ik ze terug. Alleen ik draag verantwoordelijkheid voor mezelf en moet ervoor zorgen dat ze altijd op mij kunnen rekenen. Elk team, elke club, heeft mensen nodig op wie je kunt bouwen. Zomaar relaxen, dat kan niet. Je moet scherp zijn en proberen een totaalpakket te bieden. Nooit tevreden zijn, altijd gaan voor meer.’

Ajax speelt deze donderdag matig tegen FC Utrecht, al heeft Tadic een assist op de gelijkmaker van Edson Alvarez. Zijn rapportcijfers zijn indrukwekkend. Qua goals, assists en gecreëerde kansen behoort hij bij de beste spelers van Europa (zie kader). ‘Ik ben daarop best trots, maar ik ben slechts een link van het team.’ Zondag kan dat team weer kampioen zijn, bij een zege op AZ en puntenverlies van PSV tegen Groningen. En anders is de titel een weekeinde later wel binnen. ‘Het team is de sleutel tot succes. Als iedereen zijn rol accepteert en speelt vanuit die rol, kun je veel bereiken. Soms kun je bijvoorbeeld niet mooi winnen. Mooi voetbal is altijd Ajax’ doel, maar dat lukt niet altijd. Nou, dan moet het maar een beetje lelijker. Dat levert ook drie punten op.’

Ruzie met Dumfries

Ajax leek in februari te verliezen bij PSV. Tadic benutte in de blessuretijd de strafschop voor 1-1. Collega-aanvoerder Denzel Dumfries provoceerde hem en noemde hem een pussy. Tadic riep na de goal iets lelijks over de moeder van Dumfries. De twee gingen bijna op de vuist. ‘Ik ga hem niet bedanken dat hij mij een pussy noemt. Je moet dit ook nooit doen bij Serviërs. Wij putten kracht uit provocaties’, zei hij destijds na afloop. Nu voegt hij toe: ‘Die twee wedstrijden tegen PSV waren cruciaal. Twee keer stonden wij achter, twee keer kwamen we terug tot een gelijkspel. Dat was ook mentaal.’

Het zag er vervelend en lelijk uit, die ruzie. ‘Zo kan voetbal ook zijn. Ik snapte de provocaties van PSV, al was het misschien meer dan noodzakelijk. Dumfries maakte een zwembadje van de strafschopstip, maar oké, ik probeerde me te concentreren. En natuurlijk, als hij lelijke woorden zegt, wacht ik op mijn moment voor een reactie. Zo is mijn karakter. Als je mij slaat, zal ik je eens terugslaan, in plaats van te vragen: sla me nog maar een keer?’

Ja, hij weet dat in de Bijbel staat om na een klap op de ene wang ook de andere toe te keren, maar dit is voetbal. ‘Als aanvaller van Ajax krijg je wel eens een schop. Dat is oké. Ik zeg vaak tegen tegenstanders: je kunt zo hard het duel aangaan als je wilt. Schop me maar. Die tegenstander vecht voor zichzelf, ik vecht voor mezelf. Geen probleem. Vermoord me maar, figuurlijk gesproken, dat zal ik ook bij jou doen.’

Aai van de aanvoerder

De aanvoerder hoort de leider te zijn, in en naast het veld. ‘Ik kijk altijd naar wie ik even moet omhelzen en wie ik een beetje moet stimuleren. Na een paar wedstrijden en trainingen weet ik hoe jongens zijn als persoon, door ook met anderen te praten. Wat vinden ze leuk, hoe gedragen ze zich. Uit wat voor familie zijn ze afkomstig. Elk detail is belangrijk. Ja, ik weet dat van alle spelers. Ik maak goede analyses. De coaches trouwens ook, en andere ervaren spelers.’

Hij noemt Ryan Gravenberch, die bij hem in de buurt staat als linkshalf. ‘Hij heeft verbazingwekkende kwaliteiten. We praten alleen niet meer over een jongen met talent. Hij is onderweg een internationale topspeler te worden. Dat moet ook zijn doel zijn. Ryan is slim, hij komt uit een echte voetbalfamilie met slimme ouders. Hij maakt grote stappen en die zullen nog groter worden, maar ik weet ook dat ik hem soms extra moet motiveren. In uitwedstrijden bijvoorbeeld, op niet zo’n goed veld. Het is goed als je je zwakte kent, dan kun je daarop scherp zijn.’

Tadic is altijd bezig met de groep, ook na een doelpunt. Kom, doe mee, juich samen. Kees Kwakman, voormalig ploeggenoot bij FC Groningen: ‘Dat is geen overdreven gedoe. Zo is hij gewoon. Hij is een gouden kerel.’ Tadic gaf Sergino Dest op zijn flikker omdat hij zijn verdedigende werk verwaarloosde, ruim een jaar geleden in Heerenveen, in de laatste wedstrijd in een vol stadion voor corona. Ajax keerde de wedstrijd en eindigde op doelsaldo boven AZ in de afgebroken competitie. Tadic: ‘Het is mooi om te zien dat je samen feest viert als ploeg. Volgens mij brengt het ongeluk als je dat niet doet.’

Alfred Schreuder had Tadic al meegemaakt bij FC Twente. ‘Hij had toen al zijn eigen fitnesscoach die speciale programma’s voor hem schreef. Als hij al eens geblesseerd was, was hij dag en nacht bezig met herstel. Er stond eens zes weken voor een blessure. Na twee weken kwam hij naar me toe met de opmerking: ‘’Trainer, ik ben fit, ik wil spelen’’. Ik heb Ajax geadviseerd hem te halen, omdat hij iets had dat Ajax miste.’ Later in juli 2018 contracteerde Ajax Daley Blind. Schreuder: ‘Extra kwaliteit en voorbeeldgedrag. Moeilijke wedstrijden weten te winnen, daar gaat het om.’

Tadic bracht een mentaliteitsverandering teweeg. Schreuder: ‘Hij sprak jonge spelers aan die net in het eerste elftal stonden en de dag na een wedstrijd lekker op de massagebank lagen. Hij zei dat ze beter naar het krachthonk konden gaan, om oefeningen te doen. Preventief optreden is beter dan achteraf behandelen. Hij nam jongere spelers letterlijk bij de hand in zijn streven om samen beter te worden. Voor een trainer is het mooi als je dat soort spelers hebt.’

Slecht verliezer

Zo is hij altijd geweest. Als kind in Servië, bij Groningen als jonge prof. Huidig analist bij ESPN Kees Kwakman lag bij Tadic op de kamer tijdens een trainingskamp in Spanje. Zijn revalidatie was bijna voltooid. ‘Dan dacht ik even te liggen op bed. ‘‘Come on, come on’’, zei Tadic dan. Push ups. Buikspieren. Ik herinner me de piramide. Eén keer opdrukken, dan even het raam aantikken, terug, twee keer opdrukken. Raam aantikken. Terug. Enzovoorts. Bij tien keer stortte ik in, maar dan ging hij rustig een tijdje door.’

Kwakman had een goede band met Tadic. Beiden speelden aan de linkerkant, ze dachten veel na over het spel. ‘Dusan bekommert zich om mensen om hem heen.’ Hij kan alleen niet tegen verlies. ‘Hij kan bijna alles beter dan ik, behalve voetvolley. Toen hij eens de finale verloor, was hij net een klein kind. De teams bestonden uit drie spelers. In zijn team zat een mindere speler. Die stuurde hij gewoon naar de kant. Hij wilde liever met twee man verder.’

Om dat soort anekdotes kan Tadic lachen. Binnenkort is hij weer kampioen. Het begon dus met hem, de bouw van de ploeg, maar telkens gaan topspelers weg: De Ligt, De Jong, Ziyech, Van de Beek. ‘Dat is niet makkelijk voor me, maar wij moeten proberen elke keer chemie te bewerkstelligen, in een team met mentaliteit en energie. Het vorige kampioenschap was moeilijk, met een kleine voorsprong op PSV. Nu staan we twaalf punten voor, met nog vijf duels te spelen. Dat is gewoon goed.’

Tadic gevat in een paar statistieken

88 wedstrijden speelde Dusan Tadic sinds hij drie jaar geleden naar Ajax kwam, het meest van alle veldspelers in de eredivisie

53 doelpunten maakte Tadic, en 40 assists, het meest van alle eredivisiespelers. Steven Berghuis was tweede met 44 goals en 30 assists.

23 goals en assists maakte Tadic in Europese competities sinds 2018. Slechts vijf spelers lukte dat vaker: Robert Lewandowski, Kylian Mbappé, Lionel Messi, Bruno Fernandes en Erving Haaland.

84 kansen creërde Tadic in 32 Europese wedstrijden sinds 2018, meer dan wie ook.

Meer over