Interview

De bubbel van Ranomi Kromowidjojo en Ferry Weertman, twee topzwemmers onder één dak

Ranomi Kromowidjojo won drie keer olympisch goud op de langebaan, Ferry Weertman één keer in het open water. Hoe leven twee topsporters onder één dak?

De topsporters Ranomi Kromowidjojo en Ferry Weertman. Kromowidjojo staat voor haar vierde Spelen, Weertman voor zijn tweede. Sinds 2015 hebben ze een relatie. Beeld Klaas Jan van der Weij
De topsporters Ranomi Kromowidjojo en Ferry Weertman. Kromowidjojo staat voor haar vierde Spelen, Weertman voor zijn tweede. Sinds 2015 hebben ze een relatie.Beeld Klaas Jan van der Weij

Het gouden zwemkoppel slaapt in één bed, alleen niet in veeleisende sporttijden. Ranomi Kromowidjojo (30) en Ferry Weertman (29) zijn al jaren een stel, maar als zij naar de grote toernooien verhuizen is er een strikte scheiding van tafel en bed. Ieder zijn bubbel, zoals dat tegenwoordig heet.

Ferry, de olympisch openwaterkampioen (10 kilometer) van Rio de Janeiro (2016): ‘Ik kom later naar Tokio dan Ranomi. Zij zwemt in week 1. Ik in week 2.’

Ranomi, drievoudig olympisch kampioen vrije slag (2008: 4x100 estafette, 2012: 50 en 100 meter vrij): ‘We zitten ook niet in dezelfde bubbel. Openwaterzwemmen is een andere groep. Jij komt later en wij gaan eerder weg.’

Ferry: ‘Ik zwem 5 augustus, een donderdag. Jouw laatste nummer is zondag de 1ste.’

Ranomi: ‘In Rio hadden we die losers flight, vreselijk woord. De dag dat Ferry naar zijn gouden medaille zwom, moest ik eigenlijk met de anderen weg. Ik kreeg een dag respijt. Ik had de onzekerheid over de uitslag, o wat duurde dat lang, de huldiging, de ceremonie en de euforie. De omhelzing. De blijdschap die je kunt voelen als een ander ook zoiets groots mag winnen. Het is zo anders ook. Zelf winnen gaat volgens een plan dat je hebt bedacht en uitvoert. Als die ander, jouw liefde, zoiets moet gaan doen, dan ben je veel zenuwachtiger. Je kan helemaal niks. Ja, appjes sturen.’

Ferry: ‘Naast vriendje van ben ik natuurlijk ook haar supporter. Ik wil heel graag dat zij wint. Helpen, zodat zij er alles uithaalt.’

Ranomi: ‘In Rio had ik niets gewonnen. Maar ik dacht na mijn laatste race, de verloren 50 vrij, nu ben ik er nog om Fer te helpen. Ik geen medaille, jij dan maar goud. Ik heb meerdere kansen. Hij heeft maar één race om het goed te doen. En die duurt heel lang, hè.’

Hoe leerden jullie elkaar kennen?

Ranomi, droogjes: ‘In het zwembad.’

Ferry: ‘Het leren kennen is heel geleidelijk gegaan. We zwemmen al ons hele leven. Het precieze moment kan ik niet aanwijzen.’

Ranomi: ‘De WK van 2013 in Barcelona. We hadden gescheiden trainingskampen. Wij zwemmen dan altijd na de openwaterspecialisten. Zagen we Ferry op tv in de top van de 10 kilometer finishen.’

Ranomi Kromowidjojo: 'Het olympisch gevoel bij mijn vierde Spelen zal anders zijn. Geen publiek. Het is allemaal veel ingetogener.' Beeld Klaas Jan van der Weij
Ranomi Kromowidjojo: 'Het olympisch gevoel bij mijn vierde Spelen zal anders zijn. Geen publiek. Het is allemaal veel ingetogener.'Beeld Klaas Jan van der Weij

Ferry: ‘In januari 2013, bij een trainingskamp in Phuket, werden de groepen van trainer Marcel Wouda samengevoegd. Toen hebben we elkaar beter leren kennen.

Ranomi: ‘Maar pas in 2015, bij een trainingskamp in Belek, sloeg de vonk over.’

Ferry: ‘Ik had toen een iets minder zwaar programma. Kon ik in training gelijk met de zwembad-groep stoppen. Toen hebben we meer gepraat dan normaal. En toen kwamen we erachter dat we elkaar best leuk vonden.’

Stonden jullie pas open voor elkaar, nadat Ranomi de dip van 2014, door de breuk met haar voormalige partner Pieter van den Hoogenband, had verwerkt?

Ranomi: ‘Ferry heeft toen heel wat goede dingen voor mij gedaan. Niet dat hij mij redde of zo. Dat ik toen pas meer open stond voor hem, zou best kunnen. Het was de combinatie van: Pieter weg, maar ook mijn trainer Jacco Verhaeren weg. Hij ging naar Australië. Daaruit kwam de vraag: wat wil je nu echt? Ik liep bij Jeroen van den Brink, een mentaal begeleider. Je hebt je successen behaald en je twee steunpilaren vallen weg. Nou toen kwam ik erachter dat ik nog niet klaar was met zwemmen. Zo kwam ik Ferry tegen. En ja, al die jaren later, zeven inmiddels, ben ik nog steeds lekker aan het zwemmen.’

Hoe helpen jullie elkaar in de topsport die jullie bedrijven?

Ranomi: ‘Ik wil steunen.’

Ferry: ‘We relativeren sowieso. Als we iets doen dat we zelf niet goed vinden en de buitenwereld ook, dan zijn de eersten om daar kritisch naar te kijken. We kijken dan hoe het de volgende keer anders kan. Zelfreflectie is echt belangrijk als topsporter. Als ik mensen hoor zeggen dat ze er alles aan doen, maar vervolgens zegt die figuur dat-ie niet voor enen slaapt... En dat is dan een simpel voorbeeld. Wij kijken veel terug. Dat en dat is bereikt, waar komt dat door?’

Ranomi: ‘Wat wij doen, gaat in de dagelijkse gang van zaken. We gaan niet één keer per week zitten om elkaar eens effe te zeggen wat de ander beter of anders moet doen. Wij wonen samen, staan samen op, gaan samen naar bed.’

Ferry: ‘Ik ben geen betere zwemmer geworden door Ranomi, wel een betere topsporter. Ze heeft me echt geholpen bepaalde dingen op orde te krijgen. Van hoe je moet leven als topsporter. Ik was geen rommelige student hoor. Ik studeerde toen niet eens. Maar als topsporter moet je de dingen heel goed doen, wil je de beste worden. Van gewoon goed doen, dan word je ook gewoon goed. Niet echt heel goed. En we willen nu eenmaal allebei de beste worden. Ranomi heeft me geholpen door een voorbeeld te zijn en mij een spiegeltje voor te houden.’

Ranomi: ‘We gaan niet tegen elkaar zeggen: ga jij niet te laat naar bed? Het is anders. Toen wij een relatie kregen, had ik al die drie olympische gouden medailles. En Fer was er naartoe op weg. Maar je kunt allebei van elkaar leren. Zonder iets klakkeloos van elkaar over te nemen. Onze manieren overlappen elkaar. Er bestaat niet één weg om goud te halen. Er zijn in ons geval twee wegen.’

Ferry Weertman: ‘Ik kan niet aan mijn nachtrust gaan morrelen. In Tokio wordt dat nog een probleem.’ 
 Beeld Klaas Jan van der Weij
Ferry Weertman: ‘Ik kan niet aan mijn nachtrust gaan morrelen. In Tokio wordt dat nog een probleem.’Beeld Klaas Jan van der Weij

Ferry: ‘Iedereen moet de weg vinden die bij hem of haar past. Wij zijn allebei goed in zwemmen. Maar we beoefenen natuurlijk heel andere disciplines.’

Ranomi: ‘Als ik naar hem ga kijken, duurt zijn race twee uur. Als hij naar mijn 50 meter vrije slag kijkt, dan knippert hij twee keer met de ogen en dan tik ik al aan.’

Ferry: ‘Daarbij zijn we ook heel andere persoonlijkheden. Als Ranomi graag haar ouders en d’r broer ziet om te ontspannen, heb ik, voorbeeld hè, misschien meer behoefte mijn vrienden te zien. Dan is niet het ene goed of fout. Het gaat erom dat een gelukkige topsporter kan zijn, met een goede balans in je leven, zonder dat het je topsport gaat verstoren.’

Ranomi: ‘Als jij in het weekend iets anders doet dan ik, dan is dat goed. Om even de zaak los te laten. Niet vergeten: wij doen dezelfde sport, ons beroep, en hebben hier in Eindhoven dezelfde werkplek. We ontbijten samen, gaan bijna tegelijk naar het het werk en tegelijk weer terug.’

Ferry: ‘Ik begin een half uur eerder met trainen, maar dan zijn we vervolgens gelijk klaar. Ontbijten doen we samen. Ik ben een diesel, kom langzaam op gang. Zij staat meteen aan, als ze wakker wordt.’

Ranomi: ‘We staan tien voor half 7 op. De zwemtraining begint om 8 uur. De landtraining, het lichaam warm krijgen, is om 20 over 7. Het is een heel verschil met vroeger. Toen ik in 2008 met de 4x100-meter-estafette olympisch kampioen werd, trainde ik nog in het Helpmanbad in Groningen. Kwart voor 6 beginnen. Mijn moeder bracht me weg. We sprokkelden trainingstijd. Kwartiertje eerder beginnen, kwartiertje later stoppen. In een 25-meterbad zonder overloopgoten en bolletjeslijnen. Als ik dat nu de jongeren vertel, staan ze versteld.’

Ferry: ‘Ik moest vroeger om 6 uur in Barneveld zijn, vanuit Naarden. Half uur over de A1. Net voor de files uit. Gelukkig was er nog een jongen van zwemclub De Otters. Kon er gecarpoold worden. Maar hoe blij was ik niet toen in Eindhoven bij het HPC (High Performance Center) kwam en ik veel later kon gaan trainen.’

Het is ’s avonds om half 8 aan tafel. Hij veel koolhydraten, zij veel eiwitten. Om negen uur is het naar boven, serietje kijken. Om half 10 het licht uit.

Ferry: ‘Ik kan niet aan mijn nachtrust gaan morrelen. In Tokio wordt dat nog een probleem. Ik moet eigenlijk voor de race van half 7 ’s ochtends om half 3 ’s nachts mijn bed uit. Maar dan zou ik acht uur eerder al moeten gaan slapen. Half 7 in de avond. Dat is eigenlijk niet te doen. Zoals ik ook ‘s middags best twee uurtjes zou willen slapen, maar dan heb ik geen normaal leven meer. Dan is het slapen, eten, trainen, slapen, trainen, eten en weer naar bed. Dat is geen normaal leven.’

Waar praten jullie over? Jullie zijn een jong stel, feitelijk multicultureel, van verschillende afkomst. Jongen, wit, uit Het Gooi. Meisje, gekleurd, uit Noord-Groningen. Nieuwsgierig. Is Black Lives Matter (BLM) een serieus onderwerp aan de eettafel?

Ferry: ‘We kijken graag wat verder dan de eigen streep. We hebben discussie over BLM. Dat het voor haar makkelijker is te begrijpen. Er gebeuren een hoop dingen die wij als blanken niet door hebben. Of niet zien. Of niet hebben gezien. Wat er moet veranderen is dat wij het ook door hebben.

Ranomi: ‘Onze discussie gaat over wat er gaande is in de wereld, corona ook. We kunnen elkaar prikkelen. Dat je een net iets anders inzicht hebt. Ik vind iets van discriminatie. Dat jij het niet meemaakt, betekent nog niet dat het er niet is.’

Heb jij discriminatie meegemaakt?

Ranomi: ‘Nee. Nee. Zo heeft mijn vader mij ook opgevoed. Als iemand riep, hee bruine, zei hij rustig: hee rooie, of hee Wit Pietje. Die heeft zich nooit gediscrimineerd gevoeld. Dat wil niet zeggen dat het er niet is. Ik ben zelf ook nooit fysiek, agressief of verbaal aangesproken. Wel als ik ‘s ochtends op school naar het chloor van de zwemtraining rook, dan zeiden de andere kinderen dat. Tja.’

Word jij, Ranomi Kromowidjojo, gevraagd om een boegbeeld te zijn in het debat?

Ranomi: ‘Niet gebeurd. Het heeft ermee te maken dat ik niet Afro-Amerikaans ben. Mijn vader is van Indonesië. Ik ben half-Javaans. Niet wat heel veel mensen denken: jij bent Surinaams, jij bent zwart. Simone Manuel, de Amerikaanse, is de eerste olympische zwemkampioene van Afro-Amerikaanse afkomst. Zij spant zich echt in voor de mensenrechten. Ik heb geen connectie met haar. Zij komt niet naar ons wedstrijdcircuit. In dit alles kan ik hardop zeggen: ik heb me nooit gediscrimineerd gevoeld.’

Jullie zijn in Tokio gearriveerd, met welk gevoel?

Ferry: ‘Dat we dankbaar mogen zijn, dat we kunnen racen. Dat het doorgaat. Dat het feestje minder zal zijn voor ons, dat neem ik dan voor lief.’

Ranomi: ‘Daar doe ik het ook niet voor. Het olympisch gevoel, bij mijn vierde Spelen, gaat anders zijn. Geen publiek. Niet mijn vader en moeder, al had ik bij de vorige Spelen nauwelijks tijd voor ze. Het is allemaal veel ingetogener. Fysiek zullen we vanuit onze eigen bubbel ook nauwelijks omgaan met andere sporters. Vriendschappen sluiten is er niet bij. Er is geen succesbeleving met anderen.’

Ferry: ‘Het wordt ook aanpassen. In Rio kon ik daags voor de wedstrijd verhuizen naar een hotel. Het scheelde nachtrust, ik ging op de fiets naar de start, kon in de vroege ochtend even dompelen, het zeewater proeven, voor een wake-up swim.’

Ranomi: ‘Die soepelheid is er deze keer niet. Geloof me, Japan is niet het land om regels te breken. Heus, ik kan op die donderdag niet naar Ferry op zijn 10 kilometer kijken. Geen kans. De terugvlucht is geboekt. Jongens, gewoon terug zeggen ze. Ze willen ons weer op tijd uit dit land hebben.’

Meer over