‘De band wordt steeds hechter tussen de jongens en mij’

Honkballer met veel ervaring in de Major League is aanjager van het Nederlands honkbalteam.

Op het honkbalveld fungeert Randall Simon als de aanjager van de ploeg. In de dug-out en in de spelersbus zorgt hij met amusante animaties dat de boel niet indut. In het hotel hangen teamgenoten aan zijn lippen om maar niets te missen van zijn vermakelijke anekdotes.

Na een turbulent leven als prof in de Amerikaanse Major League beschouwt hij het als een zegen dat bondscoach Delmonico hem heeft opgenomen in de nationale ploeg die zich wist te plaatsen voor de wereldtitelstrijd welke momenteel in Italië wordt verspeeld.

Tijdens de Baseball Classics in 2006 en begin dit jaar was Simon (34) ook al van de partij. ‘We hebben een hele leuke groep, maken plezier en respecteren elkaar. Ik kan de jongens helpen punten te maken en een wedstrijd te winnen. Ze tonen vechtlust, de band wordt steeds hechter. Dit is een geweldige tijd voor mij. Het motiveert me voor deze ploeg te spelen.’

Delmonico en technisch directeur Robert Eenhoorn van de honkbalbond zijn in hun nopjes met een speler van dit kaliber. In de jaren 1997-2005 kwam Simon tot 514 duels in de Major League. Hij speelde voor organisaties als de Atlanta Braves, New York Yankees en Chicago Cubs en kwam tot een slaggemiddelde van .283.

De uit Curaçao afkomstige linkshandige eerste honkman staat bekend als badballhitter, iemand die op ballen slaat die normaal gesproken lastig te raken zijn.

Op 16-jarige leeftijd ondertekende Simon zijn eerste profcontract en vertrok hij in zijn eentje naar Amerika. De beginperiode was zwaar. Hij miste zijn familie en overwoog te stoppen en terug te keren naar Curaçao. Tot zijn moeder hem wist over te halen.

‘Ze zei dat ze me nooit had laten gaan als ze er niet van overtuigd was dat ik het als baseballer zou redden. Ze leeft niet meer, maar haar geloof in mij gaf me kracht en stimuleerde me door te gaan.’ Nog geen vijf jaar later maakte hij zijn debuut in de Major League.

Op het hoogste competitieniveau van de wereld uitkomen is vooral een kwestie van met je hoofd spelen, zegt hij. ‘Als je talent bezit, fysiek sterk bent en steeds dezelfde fouten maakt ben je er niet geschikt voor. Je moet acties maken, dubbelspelen, tekens begrijpen. Dat proces verloopt via je hersens.

‘Jonge jongens zijn vaak nerveus. Ze raken opgewonden en leggen zichzelf druk op. Dan denk je niet helder, je wordt traag en je kunt niet meer de acties maken die je moet maken.’

De laatste drie jaar waren niet de leukste uit zijn honkballeven. Oudere spelers zoals hij komen in de Major League nog maar in beperkte mate voor een profcontract in aanmerking. Ze lijken een besmette groep.

De proforganisaties leggen liever jonge spelers vast, al zijn die niet zo ervaren. Het zijn de uitvloeisels van een geheim rapport dat in 2003 uitlekte en waarin melding werd gemaakt dat meer dan honderd spelers uit de Major League doping gebruikten. Sinds die tijd zijn oudere spelers meer verdacht dan de jonkies, die met enige regelmaat aan controles worden onderworpen.

Simon wast zijn handen in onschuld. ‘Steroïden heb ik niet nodig. Ik bezit een natuurlijke kracht. Ik leg mijn lot in handen van God. Als Hij wil dat ik ergens moet spelen, ga ik er naar toe. Ik geloof in mezelf. Ik kan het Major League-niveau nog steeds aan.’ De afgelopen jaren speelde hij in de Japanse en Mexicaanse profcompetities.

Als Major Leaguespeler genoot Simon veel aanzien in Amerika. Toch heeft de verering hem als mens niet veranderd, vindt hij. ‘Je ontmoet spelers die 15 tot 20 miljoen dollar per jaar verdienen. Je ziet hoe zij leven, wat zij doen.

‘Ook je eigen leven verandert. Daar moet je rekening mee houden. Ik ben van eenvoudige afkomst. Dat zal ik ook nooit vergeten. Ik was de jongste van elf kinderen. Ik kan nog steeds thuis komen. Ik probeer een goed mens te zijn. Dat is de sleutel van het leven.’

Deze week zal hij zijn uiterste best doen om tijdens het WK met het Nederlands team een prijs te pakken. ‘We hebben een zeer goede ploeg. Niemand hoeft raar op te kijken als we mooie uitslagen maken. Echt, wij kunnen van iedereen winnen. Ik zal laten zien wat ik kan. Want je weet maar nooit welke scout er komt kijken.’

Meer over