De bal het werk laten doen

Ze werden jarenlang gezien als uiterst risicovolle projecten waar professionele investeerders niets te zoeken hadden, maar die tijden zijn aan het veranderen....

HANS FABER

Van onze verslaggever

Hans Faber

AMSTERDAM

Een beetje voetbalfan heeft straks aandelen van zijn club. Afgelopen weekeinde verklaarde Adriano Galliani, manager van AC Milan, over ongeveer een jaar te willen beschikken over een beursnotering. Liefst in eigen land, desnoods in het buitenland. De zakenbanken Rothschild en Lehman Brothers zijn al gevraagd de waarde van de club te bepalen.

Een beursgang is mogelijk geworden sinds de Italiaanse regering vorige maand per decreet bepaalde dat clubs commerciële bedrijven mogen worden in plaats van non-profit organisaties.

Clubeigenaar Silvio Berlusconi zal niet alleen naar de beurs willen om zijn status als geslaagd zakenman te verhogen. Met een notering kan nieuw kapitaal aangetrokken worden, geld waarmee AC Milan nog betere voetballers kan contracteren. Niet de club daar de afgelopen jaren problemen mee had: dankzij het vermogen van de clubeigenaar en tv- en reclame-inkomsten kon AC Milan de wereld afstropen naar talent.

Maar ook Berlusconi's diepe zakken konden niet voorkomen dat AC Milan momenteel rode cijfers schrijft. Het verlies heeft alles te maken met het befaamde Bosman-arrest, waarbij de mobiliteit, de salarissen en de transfersoms van de spelers flink zijn toegenomen. Zo telde Newcastle United deze zomer het recordbedrag van 36,5 miljoen gulden voor Alan Shearer neer, een bedrag waarbij zelfs AC Milan het nakijken heeft.

In het post-Bosmantijdperk lonken meer clubbestuurders naar effectenbeurzen om miljoenenaankopen te financieren.

Naast de club van oud-Ajacieden Edgar Davids en Michael Reiziger zouden ook Inter, Juventus en Napoli plannen hebben ambiëren om op deze wijze nieuw kapitaal aan te trekken.

Het grote voorbeeld is ongetwijfeld Engeland, waar verschillende voetbalclubs over een notering beschikken. Engeland telt nu zeven clubs die zelf een notering hebben (al dan niet op de parallelmarkt) of gekocht zijn door een onderneming met een beursnotering. De bekendste zijn Tottenham Hotspur en Manchester United.

Vooral die laatste club geniet een immense populariteit, niet alleen bij de trouwe fans van Eric Cantona en de zijnen. In de zomer van 1991 werd het aandeel Manchester United voor een prijs van 2,10 gulden genoteerd, vorige week vrijdag gingen de stukken voor liefst 13,50 gulden van de hand. Er zullen in The City weinig fondsen te vinden zijn die zo goed hebben gepresteerd.

De gestegen beurskoers heeft alles te maken met de winstgevendheid van Manchester. Onlangs maakte club bekend vorig jaar een bedrijfsresultaat van ruim 45 miljoen gulden te hebben behaald op een omzet van 143 miljoen. Die prestatie dankt Manchester vooral aan zijn naamsbekendheid, waardoor Manchester-shirts, Manchester-whisky en straks ook Manchester-bier en andere producten gretig aftrek vinden.

Manchester is niet de enige populaire club op de beurs. Chelsea Village, de holding waarin de tegenwoordig door Gullit getrainde voetbalclub is ondergebracht, werd in maart naar de beurs gebracht. Sindsdien is Chelsea's beurswaarde bijna verdubbeld. In Schotland steeg de beurskoers van Celtic sinds januari met zo'n 350 procent.

'Het blijkt dat beleggers in The City hun kijk op aandelen van voetbalclubs radicaal hebben gewijzigd', stelt Gerry Boon, verantwoordelijk voor het UK Football Industry Team van de accountants- en adviesfirma Deloitte & Touche. 'Het waren beleggingen met een enorm risico, nu worden clubs uit de premier league gezien als investeringen met groeipotentieel.'

De voetbalconsultants van Deloitte & Touche voorzien dat er in het jaar 2000 twaalf tot vijftien Engelse clubs het voorbeeld van Manchester en Chelsea zullen volgen. Zij hebben ook het Deloitte & Touche-rapport gelezen waarin staat dat beursgenoteerde clubs tot de meest winstgevende behoren.

Meer over