Interview

Davy Klaassen, de ultieme teamspeler

Natuurlijk, het irriteert hem als hij reserve is, zoals de laatste weken soms het geval, maar Davy Klaassen (28) gaat verder zorgeloos door het leven. Zondag is de topper Ajax - PSV. ‘Ons team is echt het sterke punt.’

Davy Klaassen geeft een pass in de Champions-Leaguewedstrijd tegen Borussia Dortmund, dinsdag in Amsterdam, waar hij in de tweede helft inviel. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Davy Klaassen geeft een pass in de Champions-Leaguewedstrijd tegen Borussia Dortmund, dinsdag in Amsterdam, waar hij in de tweede helft inviel.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Zo wrang als voetbal kan zijn. Eerst is Davy Klaassen de opvallende speler bij de rentree van Louis van Gaal als bondscoach, met de cruciale gelijkmaker tegen Noorwegen en de openingstreffer na één minuut tegen Turkije.

Dan keert hij geblesseerd terug bij Ajax en doet Steven Berghuis het uitstekend op ‘zijn’ positie als aanvallende middenvelder. Komt Klaassen na zijn herstel dus op de bank te zitten, zoals dinsdag in de prachtige wedstrijd tegen Borussia Dortmund. ‘Dat irriteert me, zeker.’ Een uitstekende invalbeurt is een troost.

Bij de tweede serie wedstrijden onder Van Gaal is Berghuis weer rechtsbuiten en Klaassen aanvallende middenvelder. Opnieuw maakt hij een beslissende goal, nu in Letland. ‘Mister 1-0’, luidt een van zijn bijnamen. ‘Ik wil altijd scoren, maar ik merk aan mezelf dat ik wat minder drang heb om een doelpunt te maken als het al 3-0 of 4-0 is. Dan is het minder belangrijk.’ Zijn rendement is hoog, omdat hij niet zomaar van afstand schiet. ‘Ik zoek liever naar een betere kans.’

Op de vrijdag voor de competitiewedstrijd tegen Heerenveen zoekt hij een rustig hoekje in het restaurant van trainingscomplex de Toekomst. Klaassen is de vaak scorende, ultieme teamspeler. ‘Een afstandsschot is mooi, zeker op tv, maar het is niet mijn favoriete goal. Voor mijn gevoel kan iedereen de bal wel eens goed raken. Ik ben meer van de teamgoals. Of als je scoort na een mooie aanname. Dat is minder geluk. Een slechte voetballer kan dat niet.’

Tatoeages

Als hij scoort, rent hij weg in extase. Hij heeft die wat hoekige stijl. De opvallende, blonde sporen van kaalheid. Het bij inspanning rood aanlopende hoofd. De gulle lach, de witte tanden, de verbetenheid. Geen enkele tatoeage. Hij vindt het vaak mooi om te zien bij anderen, maar denkt dat het niet staat bij hemzelf. Wat zou hij moeten laten tatoeëren? ‘Heb jij een suggestie?’

‘Ik beweeg hoekiger dan een soepele speler’, zegt hij over zichzelf. ‘Ik doe geen schaartjes, maar heb een goede techniek.’ Hij is één brok passie en heeft een feilloos gevoel voor ruimte, door daar te zijn waar het te doen is. Doelpunten wilde hij altijd maken. Als kind al, toen hij eerst spits was bij Zebra’s en Wasmeer in Hilversum en opa alles bijhield. ‘Als ik iets wil terugvinden, zoek ik het bij opa. Hij heeft plakboeken per jaar. Het werden er steeds meer.’

Onbezorgd

‘Ik heb de tijd in de jeugd bij Ajax nooit gevoeld als afvalrace. Pas vanaf mijn zestiende, zeventiende, toen ik een contract kreeg, voelde ik de druk van presteren. Er was een jaar waarin ik ging groeien en niet zo goed speelde, dat ik niet wist wat ze ervan zouden vinden. Maar ook toen ging ik makkelijk door.’

Dat onbezorgde zit in zijn karakter. ‘Wat zijn zorgen? Als ik op de bank zit, heb ik een zorg. Dat irriteert me. Andere mensen zeggen dan: je hebt een dik contract, je zit bij een mooie club, waar maak je je druk om? Maar op dat moment wil ik spelen. Als je dat gevoel niet hebt, gaat het vlot bergafwaarts. Door die instelling ben ik ver gekomen. Het is simpel: als je fit bent en niet speelt, is dat klote. De trainer ziet ook dat ik dan niet blij ben. Het is voor hem ook niet makkelijk. Hij heeft niet alleen met mij te maken. Dat zijn dus mijn zorgen, tussen aanhalingstekens. Want ik besef in welke positie ik me bevind.’ Hij somt op: superleuk leven, superleuke familie. Ontspanning genoeg.

Inspanningsfysioloog René Wormhoudt zei onlangs dat een instrument bespelen goed is voor voetballers. Davy Klaassen speelt piano. Een keer per week heeft hij les. Hij is geïnspireerd door Florian Kainz, medespeler bij zijn vorige club Werder Bremen. ‘Het is een kick, als je iets leert na drie uur oefenen. Klassiek of pop. Angels van Robbie Williams is een van mijn lievelingsliedjes. Ik zei tegen die leraar dat ik dat wilde oefenen. Nu kan ik het redelijk goed.’ Hij zingt niet mee. ‘Het is leuk om te zingen, maar dan in de auto.’

Er is een verschil tussen zijn gevoel achter de piano en aan de bal. Het één is hobby, het ander zijn beroep. ‘Als je een bal op een bepaalde manier speelt, weet je ongeveer wat er gebeurt. Dat is met piano ook zo. Ik wil het instrument onder controle krijgen.’ Bij de bal is dat zijn eerste natuur. De aanname, de eerste aanname. Meteen goed staan. ‘In de jeugd krijg je zoveel contacten met de bal, in zoveel uren. Passen. Kaatsen. Aannemen. Dat gaat op een gegeven moment vanzelf. Maar de aanname is vaak het belangrijkst. Als die goed is, heb je de meeste tijd voor het vervolg.’

Weinig tegenslag

Waar hij dan speelt, als één van de twee aanvallende middenvelders, zoals bij Oranje, of op 10, zoals bij Ajax als Berghuis hem niet op de bank houdt, is hem om het even. Hij kan ook één van de verdedigende middenvelders zijn. In Letland waren zijn diverse kwaliteiten kort na elkaar perfect te zien. Eerst scoorde hij. Even later verspeelde Virgil van Dijk de bal. Klaassen ging in de achtervolging, trok een geweldige sprint, wierp zich twee keer voor de bal en voorkwam een doelpunt. ‘Dat is mijn job. Ik geef altijd alles.’

Mentaliteit is belangrijk in voetbal. ‘Niet alleen of je iets kunt opbrengen, vooral hoe je met tegenslag omgaat.’ Tegenslag heeft hij weinig gekend. Nou ja, dat hij bij Everton als miljoenenaankoop op de tribune zat. ‘Van grote aanwinst naar de tribune en niet meer meetellen. Ik stond er nuchter in en deed mijn uiterste best op de training. Ik dacht ook: het is altijd goed gegaan in mijn carrière, nu gaat het een keer slecht. Ik laat me niet kennen en ga door. Dan komt het vast goed.’

Hij mag nu dan meer op de bank zitten dan hem lief is, Ajax speelt om de drie dagen. Hij weet dat hij speeltijd krijgt, dat alles snel anders kan zijn. ‘Als je bij Ajax speelt, weet je dat het druk is. Bij Bremen speelde ik nooit doordeweeks. Dan duurt een week echt lang.’

Hij stelt zich dienstbaar op, net als op het mislukte EK. ‘Ik ging naar het EK met de gedachte om basisspeler te zijn.’ Frank de Boer, destijds bondscoach, was in zijn Ajax-tijd een groot aanhanger van Klaassen. ‘Toen ging De Boer naar een ander systeem en koos hij andere jongens. Ik kan dat niet leuk vinden, maar je moet zorgen dat je er staat als er wat gebeurt. Maar ja, er kwam niets. Als je lang warmloopt en je komt er niet in, is dat irritant. Zelfs in die laatste groepswedstrijd, tegen Noord-Macedonië, waarin het nergens meer om ging. Ik was er even klaar mee en vroeg me af: wat doe ik hier nog? Nee, ik heb niet aan De Boer gevraagd waarom. Hij zal vast zijn redenen hebben gehad. Ik weet niet waarom ik dat niet vroeg. Het is apart: je zit op zo’n EK in een bubbel, in een heel leuk team, met zoveel verschillende jongens die met elkaar lachen. Die verschillen zijn juist mooi. Het is alleen belangrijk dat iemand een goed mens is.’

Ten Hag en Van Gaal

Nu zijn Ten Hag en Van Gaal zijn trainers. Qua visie lijken ze op elkaar. Ze zijn heel duidelijk. ‘Dat maakt ze sterk. Bij Ajax weet iedereen wat hij moet doen, in welke situatie dan ook. Elke bespreking is in principe een beetje hetzelfde.’ Wat hij precies moet doen, op 10? ‘Dat zijn zoveel dingen, afhankelijk van de tegenstander. We bekijken beelden waarin tegenstanders goed en slecht zijn. Waarvoor moeten wij oppassen, waarvan kunnen we profiteren? Ik heb niet één belangrijkste taak. Wat heel belangrijk is, zijn de afstanden tot elkaar. Mensen denken vaak: ach, zij hebben de beste spelers, dat gaat allemaal vanzelf, maar zo is het niet. Je kunt wedstrijden winnen op individuele klasse, maar niet het hele seizoen domineren op die klasse. Ons team is echt het sterke punt. Dat we compact zijn, dat we van elkaar weten wat we doen, met en zonder bal.’

Dat is geen garantie voor een zege op PSV, zondag. ‘PSV is veel beter dan vorig seizoen, veel stabieler.’ Alleen: Ajax moet kampioen worden. ‘Bij andere clubs mag je kampioen worden, hier moet het. Zo is het gewoon, en daar houd ik van. Bij Everton en Werder irriteerde het me soms dat we ons die druk niet konden opleggen. Niemand verwachtte een kampioenschap. Ik ben hier opgegroeid. Elk jaar merk je dat elke ploeg iets extra’s geeft tegen Ajax. We weten niet anders.’

Doelpunten Klaassen vaak openingsgoal
Sinds zijn terugkeer bij Ajax voor seizoen 2020-2021 maakte Davy Klaassen negen keer de openingsgoal voor Ajax in alle competities. Alleen spits Sébastien Haller, die in datzelfde seizoen in de winterstop aansloot, kan een beter cijfer overleggen: tien maal. In drie van de vijf interlands onder Louis van Gaal sinds dit seizoen was de eerste treffer van Oranje (in twee gevallen het enige doelpunt) van Klaassen; tegen Noorwegen, Turkije en Letland. Klaassen staat volgens Stats Perform eerste respectievelijk vierde op ranglijsten van schotnauwkeurigheid (percentage schoten tussen de palen) en schotconversie (percentage schoten dat een doelpunt oplevert), gemeten sinds zijn terugkeer naar Nederland in het begin van vorig seizoen.

Meer over