achtergrond

Dat Pogacar zijn wattage-cijfers niet prijsgeeft maakt hem nog niet verdacht

De serieuze Franse krant Le Monde heeft geletruidrager Pogacar fel bekritiseerd omdat hij het vermogen dat hij wegtrapt geheim houdt. Maar dat doen bijna alle renners.

Tadej Pogacar tijdens de rit van zaterdag waarin hij de gele veroverde. Beeld AFP
Tadej Pogacar tijdens de rit van zaterdag waarin hij de gele veroverde.Beeld AFP

Wat zou het informatief zijn als we kunnen zien met hoeveel kracht Tadej Pogacar de Mont Ventoux oprijdt. Maar helaas, van alle data die het kastje onder zijn zadel van hem verzamelt, zijn alleen zijn snelheid, hoe steil de helling is waarop hij rijdt en hoeveel kilometer hij heeft afgelegd live te zien op de site racecentre.velon.cc. Eén troost: deze beperkte dataweergave op een tweede scherm dat de tv-kijker op zijn schoot kan plaatsen, geldt voor alle renners.

De Ronde van Italië in mei dit jaar kende een veel rijker tweede scherm van Velon, een samenwerkingsverband van de wielerploegen om het fietsen als kijksport aantrekkelijker te maken. Het toonde de cadans, hoe vaak per minuut elke renner zijn trappers ronddraaide, en belangrijker: het vermogen dat hij op die pedalen wist te zetten. Dat wattage-cijfer is vrijwel onmisbaar om, in combinatie met het op te zoeken lichaamsgewicht van een renner, te weten of zijn prestatie matig, goed, uitzonderlijk of verdacht is.

Het afgelopen Alpenweekend leverde Pogacar ogenschijnlijk met het grootste gemak uitzonderlijke prestaties. Zaterdag fietste hij op het buitenblad twee bergen van de eerste categorie op na een versnelling waarin hij bergop een paar kilometer meer dan 40 kilometer per uur reed. En dat in de regen en na een loodzware etappe van 250 kilometer de dag ervoor. Zondag schrokken de directe concurrenten voor zijn gele trui zo van Pogacars krachtsexplosie, dat ze gedwee voor hem opzij gingen.

‘Zijn we getuige van de terugkeer naar de donkere jaren van het ‘tweeversnellingsfietsen’?’ vraagt de serieuze Le Monde zich af. Wat Pogacar deed typeert de krant zonder omhaal van woorden als van een ‘licht misselijkmakende geur’. Want, verdacht, we mogen zijn wattages niet weten.

Maar vrijwel geen enkele renner actief in de Tour de France deelt die. Op wieler- en hardloopapp Strava zijn van veel renners, ook van Pogacar, alleen data over snelheid en cadans te vinden. ‘Als ik al mijn cijfers vrijgeef, kunnen mijn concurrenten dat tegen me gebruiken in de wedstrijd’, is Pogacars tikkeltje vage reactie.

Zijn cijfers van de beklimmingen zijn overigens helemaal niet zo bijzonder. Wel vergelijkenderwijs. ‘Maar dat komt omdat ik niet ben gevallen en de rest wel.’ Hoe dan ook: ‘Ik duw goede wattages en daarom sta ik bovenaan.’

De ritwinnaar van zondag in Tignes, de 67 kilo lichte Australiër Ben O’Connor, onthulde zijn wattages van die dag wel op Strava. Daarmee is bijvoorbeeld uit te rekenen dat hij het presteerde om in regen en kou circa twee uur lang met ruim vijf watt per kilo lichaamsgewicht de hoge bergen op te rijden. Indrukwekkend? Zonder meer. Verdacht? Dat zou zeker gelden voor het dubbele.

Meer over