Reportage

Dankzij de zonen van Totilas heeft Edward Gal wat te kiezen voor de olympische dressuur

Luid gehinnik klinkt door de manage in Tolbert. De vijfendertig beste Nederlandse dressuurpaarden zijn afgereisd naar het Groningse dorpje voor de eerste wedstrijd in vijf maanden tijd. Terwijl hun ruiters elkaar begroeten vanachter een mondkapje, staan de dieren klaar om de inrijbak te betreden.

Edward Gal en GLOCK's Total US tijdens hun debuut in de Grand Prix  Beeld Hollandse Hoogte / Leanjo de Koster
Edward Gal en GLOCK's Total US tijdens hun debuut in de Grand PrixBeeld Hollandse Hoogte / Leanjo de Koster

Sinds het NK dressuur in september, waar nog publiek bij was, hebben de paarden op stal gestaan. Dat is een groot contrast met seizoenen zonder pandemie, waarin de combinaties wekelijks een nationale of internationale wedstrijd rijden. Niemand weet dus hoe de verhoudingen liggen, vijf maanden voor de Olympische Spelen.

‘Het is van levensbelang dat we weer wedstrijden rijden’, zegt bondscoach Alex van Silfhout. ‘De ruiters en paarden hebben ritme nodig en ik moet uiteindelijk de vier beste combinaties selecteren voor komende zomer.’

Twee ruiters die een goede kans maken om geselecteerd te worden zijn Adelinde Cornelissen (41) en Edward Gal (50). Zij wonnen samen met Anky van Grunsven olympisch brons in Londen (2012) en hebben de beschikking over talentvolle paarden. Gal is deze zaterdag naar Tolbert afgereisd met Toto Jr (10 jaar) en Total US (9 jaar), beide nakomelingen van het beroemde paard Totilas, terwijl Cornelissen in actie komt op Fleau de Baian (11 jaar), waarmee ze in september Nederlands kampioen werd.

Het uitstel van de Spelen kwam met name Gal niet slecht uit. Dressuurpaarden zijn normaal gesproken op hun best tussen het twaalfde en veertiende levensjaar en de jonge hengsten van Gal kregen dus een jaartje extra cadeau. ‘Het kost tijd om jonge paarden voor te bereiden op een echte proef’, vertelt Gal. ‘Door de lege wedstrijdkalender had ik daar dit jaar veel meer tijd voor.’

Ook Cornelissen trainde hard door, maar merkt op zaterdag in Tolbert dat haar jongste paard nog ritme mist. Fleau de Baian maakt aan het einde van de proef twee grote fouten en komt daardoor niet verder dan een score van 70,14 procent. ‘Fleau was een beetje gespannen, dan ontstaat er miscommunicatie’, vertelt Cornelissen. ‘Dat is niet gek. Alleen al het slapen in een andere stal kan een grote impact hebben op de wedstrijdspanning van het paard.’

Voor Gal verloopt de dag een stuk beter. Hij rijdt ’s ochtends met Toto Jr naar een score van 79,10, hoger dan de score waarmee hij op het laatste WK zevende werd en blijft met dat puntentotaal lange tijd bovenaan staan, tot hij ’s middags met Toto’s broertje Total de ring betreedt. Hoewel het publiek in Tolbert ontbreekt, is de spanning voelbaar in de manage. De andere ruiters en mensen van de organisatie laten het werk uit de handen vallen en kijken ademloos toe.

Waar de meeste andere paarden na vijf maanden nog wat stroef ogen, danst Total sierlijk en elegant door de ring. Hij maakt geen grote fouten en wordt daarvoor beloond door de jury met een score van 80,72 procent. Gal glimlacht van oor tot oor en geeft zijn paard een dankbaar klopje op de hals. ‘Total heeft zoveel talent, geweldig dat het er nu al uitkomt’, zegt Gal nadat hij de uitslag heeft gehoord.

Het bezorgt hem wel een luxeprobleem. Mocht hij naar Tokio gaan, zal hij een keuze moeten maken: met welk toppaard heeft hij de grootste kans heeft op een medaille. Daarbij spelen allerlei factoren een rol. Welk paard kan het best tegen de hitte en komt er een wedstrijd met publiek? ‘Ik ga de komende maanden rustig de tijd nemen voor een keuze, op dit moment zou ik het niet weten.’

Ook Adelinde Cornelissen heeft de tijd hard nodig. Zij krijgt ’s middags met haar ervaren paard Zephyr (17 jaar) weliswaar een hogere score dan met Fleau de Baian, maar komt met 72,13 procent niet in de buurt van het podium. Marlies van Baalen eindigt met 77,23 als derde. ‘Ik moet nog wel een paar keer de ring in’, zegt Cornelissen lachend. ‘Gelukkig komen er meer wedstrijden aan in aanloop naar de Spelen.’

De eerste internationale krachtmeting staat gepland in maart, wanneer Indoor Brabant in Den Bosch plaatsvindt. De definitieve selectie voor de Spelen is pas in juni, na het NK en het CHIO ) in Rotterdam. In Tokio moet Nederland een einde zien te maken aan een periode van ‘dressuurdroogte’. Tussen 1992 en 2012 won Nederland bij zes Spelen op rij minimaal een medaille, maar de Spelen van Rio in 2016 en het WK in 2018 werden afgerond zonder een dressuurmedaille.

Bondscoach Van Silfhout heeft sinds de wedstrijd in Tolbert goede hoop dat de magere jaren voorbij zijn. ‘We hebben met name bij Edward Gal kunnen zien dat Nederland beschikt over een lichting jonge toppaarden.’

Meer over