Atletiek

Dankzij de fiets is Michel Butter terug als marathonloper

Na zijn marathoncarrière stapte Michel Butter op de fiets. Voor de lol. Maar hij werd wel weer topfit. Fietsen bleek veel beter voor een hardloper dan hij dacht. Zondag loopt hij de marathon van Amsterdam.

Michel Butter traint op het strand van Castricum langs de vloedlijn. Dankzij de vele uren op fiets voelt de marathonloper zich weer fit.      Beeld
Michel Butter traint op het strand van Castricum langs de vloedlijn. Dankzij de vele uren op fiets voelt de marathonloper zich weer fit.

Het gele stipje vanuit Wijk aan Zee wordt steeds groter, tot het met zo’n 45 kilometer per uur over het strand voorbij scheurt op een glimmende, zwarte fiets.

Hij is haast onherkenbaar, Michel Butter. De marathonloper draagt een helm en bril met spiegelglazen. Om zijn tengere lijf zit een strakke, gele lycra boven een zwarte fietsbroek. Zijn fietsmaat heeft het niet gered tot Castricum aan Zee. ‘Pech’, zegt Butter, terwijl hij naar zijn achterwiel wijst. ‘Dat ronde ding ging bij hem kapot. Hoe heet dat nou, ik kom even niet op de naam. Kijk, daar heb je het al. Ik heb dus geen verstand van fietsen.’

Butter zette vorig jaar een punt achter zijn marathoncarrière. Na twaalf marathons vond de 35-jarige loper uit Castricum het mooi geweest. Hij stapte de fiets op om zijn zinnen te verzetten en kwam in een groepje fanatiekelingen terecht. Zat hij ineens in het wiel van oud-profs Laurens ten Dam en Thomas Dekker.

Hardlopen deed hij erbij voor de lol. Wat bleek? ‘Mijn conditie werd zo goed van het fietsen, dat ik weer topfit werd’, vertelt Butter. ‘Ik dacht, waarom combineer ik lopen en fietsen niet gewoon? Ik heb er nog zoveel plezier in. Misschien is dit wel een manier om mijn carrière op een gezonde manier te verlengen.’

Experiment

Of hij er ook harder van gaat lopen, weet hij nog niet. ‘Ik ben nu een soort experiment van mezelf.’ Butter probeerde zich na zijn comeback tevergeefs te kwalificeren voor de olympische marathon. Hij liep de olympische limiet, maar Abdi Nageeye, Khalid Choukoud en Bart van Nunen waren sneller. Zondag staat Butter aan de start van de marathon van Amsterdam op het Nederlands kampioenschap. Hij weet niet hoelang zijn tweede marathoncarrière duurt. ‘Ik zie het wel. Ik bekijk het nu gewoon per marathon. Er komt ook geen officieel afscheid.’

Butter stapt weer op zijn fiets richting Egmond aan Zee. Strakblauwe lucht, zon in de rug. Golven van zand rollen mee over het strand.

In de laatste weken tot de marathon van Amsterdam zit Butter naast de standaard hardlooptrainingen zo’n drie keer per week op de fiets. Hij maakt nu meer trainingsuren dan in zijn hoogtijdagen als marathonloper. In 2017 werd Butter zesde op de marathon van New York, als eerste Europeaan achter de Afrikanen. ‘Ik trainde eigenlijk nooit meer dan tien tot veertien uur per week, zo’n 150 kilometer. Als je daarboven gaat wordt de belasting op spieren, botten en pezen te hoog. Het is best weinig als je bedenkt dat marathonlopen een duursport wordt genoemd. We trainen veel minder dan andere duursporters. Is dat niet gek?’

Lopers moeten meer fietsen

De strandtenten in Egmond doemen op. ‘Hier naar boven’, roept Butter. Hij gaat op de pedalen staan om nog wat extra snelheid te maken om door het mulle zand bij de opgang te komen. Hij kent dit strand goed. Als atleet liep hij bijna elk jaar, twaalf keer in totaal, de halve marathon van Egmond. In januari gaat Butter misschien voor het eerst de combinatie van de strandrace op zaterdag en de halve marathon op zondag doen.

Hij stuurt zijn fiets door de bocht naar rechts, de duinen in terug naar Castricum. Butter sprak veel over de voordelen van fietsen met triatlontrainer Louis Delahaije, die ook wielrenster Annemiek van Vleuten heeft gecoacht. ‘Een spier merkt het verschil niet tussen fietsen of lopen, wat qua beweging erg op elkaar lijkt. Een spier merkt alleen dat hij aan het aan- en ontspannen is’, zegt Delahaije, die al jaren roept dat lopers de fiets moeten pakken zodat ze meer uren kunnen maken om hun conditie te verbeteren.

Marathonloopster Andrea Deelstra luisterde, zij zit veel op de racefiets en mountainbike en voegde zich bij trainingskampen met triatleten. Voormalig marathonloper Kamiel Maase experimenteerde ook met fietstrainingen, maar looptrainers zijn zelf niet altijd enthousiast over de combinatie. ‘Ze zijn bang dat de atleten fietsbenen krijgen. Marathonlopers hebben helemaal geen aanleg voor gespierde bovenbenen, dus die zullen er niet heel anders uit gaan zien. Ik heb het in ieder geval nog nooit gezien.’

Klappen op het asfalt

Over de belasting van hardlopen, met harde klappen op het asfalt een kwelling voor het lijf, wordt veel nagedacht door sportfysiologen. De komst van nieuwe technologie in hardloopschoenen, met verend schuim in combinatie met een carbonplaat in de zool, maakte de sport minder belastend. Toplopers leggen de marathon nu zo’n twee tot drie minuten sneller af dan voor 2016, toen de schoenen voor het eerst gebruikt werden.

Dat zette Butter aan het denken. ‘Moeten we niet sowieso kijken naar een andere manier van trainen? Die schoenen laten zien dat het loont om je pezen minder te belasten. Daardoor kun je langer op hoog tempo door.’

De gedachte om de pezen en spieren te ontzien is niet nieuw. In Amerika werd op de hypermoderne campus van Nike veelvoudig gebruikgemaakt van een hardloopband met tent waarin de zwaartekracht minder is. Atleten gebruiken dat om sneller te herstellen van blessures of zware belasting.

En hoe zit het met de slappe ‘spaghettibenen’ waar mensen last van hebben als ze van de fiets afstappen om te gaan lopen? Butter kent ze. Hij had er in het begin ook last van. ‘Ik had eerst echt zware benen na zo’n rit. Maar dat veranderde toen ik beter getraind was. Ik wende vanzelf aan de combinatie.’

Wel met fietsbel

Op de hobbelige weg langs de duinen, parallel aan het strand, gebruikt Butter zijn bel om wandelaars te waarschuwen. ‘Ik vind dat je wel een bel moet hebben. Mensen schrikken soms als je met zo’n groep fietst. We rijden hier wel eens hard langs, maar we kijken echt wel uit.’

Afgezonderd van de fietsbel, die onder sommige wielrenners verguisd wordt (want extra gewicht), ziet Butter er gesoigneerd uit. Strakke kleding, hoge sokken. In het begin werd hij nog wel eens uitgelachen door Ten Dam en consorten. ‘Dan had ik een windjack aan wat blijkbaar net te ruim zat, vroegen ze waarom ik een parachute had meegebracht.’

Op de baan waar hij zijn hardlooptrainingen doet, merkten ze ook dat Butter is gaan fietsen. Hij begon zijn trainingsmaatjes uit te dagen door plotseling van ze weg te lopen. ‘Wielrenners plagen elkaar. Als je niet oplet, ben je gelost. Ging ik dat ineens ook op de baan doen. Beetje plagen. Ik hou daar wel van, ik kan ook best een mannetje zijn.’

Meer over